Amerikaanse toestanden

DE TOESTAND BEGINT kritiek te worden. Steeds meer internationale organisaties maken zich zorgen nu de bezuinigingen in de Verenigde Staten zich dreigen te vertalen in kortingen op de Amerikaanse afdrachten. De Wereldbank, de OESO, de Verenigde Naties, ontwikkelingsbanken en het Internationale Monetaire Fonds merken aan den lijve dat het de Amerikanen menens is. Er komt veel minder geld beschikbaar uit Washington.

Het Congres en het Witte Huis zijn het in grote lijnen eens over afspraken om het miljardentekort op de federale begroting in zeven jaar weg te werken. Dat is op zichzelf een lovenswaardig streven, maar het betekent ombuigingen op grote schaal. De gevolgen hiervan zijn niet alleen merkbaar in de Verenigde Staten, maar ook bij internationale organisaties. De Amerikanen nemen om politieke, historische en economische redenen traditioneel een aanzienlijk deel van de kosten van deze instellingen voor hun rekening. Maar het door de Republikeinen gedomineerde Congres toont bij de afweging tussen binnenlandse en buitenlandse prioriteiten meer compassie met de kiezers in de achterban dan met internationale bureaucratieën. Die liggen ook om ideologische redenen niet zo goed in het Congres.

De Amerikanen willen bijvoorbeeld hun bijdrage aan de OESO, de club van vijfentwintig industrielanden, terugbrengen van een kwart naar vijftien procent van de begroting. Het gaat niet alleen om bezuinigingen op toekomstige contributies, ook om achterstanden op lopende verplichtingen. Bij de Verenigde Naties hebben de VS een achterstand van 1,3 miljard dollar; bij IDA, het ontwikkelingsloket van de Wereldbank, van 1,6 miljard dollar. Hooguit de helft daarvan is het Congres genegen beschikbaar te stellen, maar voor een volgende ronde van IDA gaat de Amerikaanse bijdrage zeker omlaag. Ook andere donorlanden overwegen daarom minder geld beschikbaar te stellen. Bij de Oost-Europabank en andere regionale ontwikkelingsbanken is het verhaal niet anders.

EEN ZEKER GELIJK kan de Amerikanen niet worden ontzegd. Bij sommige multilaterale organisaties, met name bij gespecialiseerde VN-instellingen, is de verhouding tussen de kosten en baten volslagen zoek. De dreigende kortingen kunnen leiden tot de opheffing van overleefde organisaties en tot hoognodige kostenbesparingen bij andere instellingen. Voor zover Amerikaanse niet-militaire buitenlanduitgaven een instrument waren in de geo-politieke betrekkingen van de Koude Oorlog, valt een aanpassing van internationale instituties aan het post-communistische wereldtoneel te verwelkomen.

Tegelijkertijd markeren de aangekondigde kortingen een vermindering van de Amerikaanse invloed in de wereld en een desinteresse voor wat zich buiten de nationale grenzen afspeelt. Andere landen staan niet te dringen om de rekeningen, met de bijbehorende verplichtingen, van de Verenigde Staten over te nemen. Daardoor dreigt niet alleen een financieel gat, maar ook een machtsvacuüm. Als niemand het voor het zeggen heeft, valt de slagvaardigheid weg. Dit gevaar dreigt voor de multilaterale organisaties, en geen enkel land is daarbij gebaat. Ook de Verenigde Staten niet.