Achterhoedegevecht tegen geheimtaal van criminelen

DEN HAAG, 26 OKT. Het afluisteren van telefoons neemt een steeds belangrijker plaats in bij het opsporen van criminelen. Het is dan ook duidelijk dat politie en justitie er alle belang bij hebben alle telefoons desgewenst te kunnen tappen. Tot voor kort was dat geen probleem. De introductie van digitale mobiele telefonie, bekend onder de afkorting GSM, heeft hierin verandering gebracht.

GSM-toestellen zijn veel moeilijker af te luisteren dan andere telefoons. Daarvoor zijn twee redenen, die op zich niets met elkaar te maken hebben. De eerste is dat het signaal van GSM-telefoons dat door de ether gaat gecodeerd is. Wie er met een scanner naar luistert hoort niets anders dan ruis. Dit in tegenstelling tot ouderwetse, analoge autotelefoons, waar de scannerluisteraar zonder moeite kan meegenieten met alle vertrouwelijkheden die door de lucht gaan.

Ook de politie mag uiteraard graag naar de scanner luisteren als het zo uitkomt. Dat is technisch eenvoudig, en er is geen machtiging van de rechter-commissaris voor nodig. Weliswaar leveren de opgevangen signalen dan ook niet zonder meer rechtsgeldig bewijsmateriaal op, maar daar is het de politie vaak niet zozeer om te doen. Veelal gaat het om zogeheten zachte informatie, bedoeld om een beeld te krijgen van de activiteiten van de personen die men in de gaten houdt.

De codering van het GSM-signaal is weliswaar te kraken, maar daarvoor is behoorlijk krachtige computerapparatuur nodig. Voor zover bekend is het nog niet mogelijk dat met een scanner real time tijdens het gesprek te doen. Telefoneren via GSM is dus betrekkelijk veilig, niet alleen omdat scannerhobbyïsten en agenten niet meeluisteren, maar niet in het minst omdat ook criminelen zijn veroordeeld tot ruis. Juist omdat GSM zo snel populair is geworden onder criminelen, wil de politie het graag kunnen afluisteren.

Dat kan ook, maar dat moet vooralsnog in de centrale gebeuren. In de telefooncentrale wordt het signaal gedecodeerd. Het GSM-toestel spreekt daarvoor als het ware met de centale een codesleutel af. Immers, anders zou er geen gesprek met een gewone telefoon mogelijk zijn. Wanneer een gewone telefoon in de centrale wordt getapt, is ook elk gesprek door die telefoon met een GSM-toestel af te luisteren. Voor afluisteren in de centrale heeft de politie echter een machtiging van de rechter-commissaris nodig, dus de drempel daartoe is aanzienlijk hoger. Overigens vindt in de praktijk ook afluisteren zonder zo'n machtiging plaats, zowel door de politie als door criminelen. Door respectievelijk 'goede connecties' of door omkoping weten ze de medewerking te verwerven van het juiste PTT-personeel.

De tweede reden dat GSM lastig is af te luisteren, is dat het omgekeerd niet zo is dat elk gesprek vanaf een bepaald GSM-nummer in de centrale zonder meer is af te tappen. Het is technisch niet zo moeilijk om dat te realiseren, maar daar zijn wel extra kosten mee gemoeid. De centrales worden er duurder van. Toen de Tweede Kamer gistermiddag debatteerde over het afluisteren van GSM-telefoons, ging het dan ook niet over de wenselijkheid of de mogelijkheid daarvan, maar over de vraag wie de rekening van de extra voorzieningen in de centrales moet betalen. Naar het zich laat aanzien is er een ruime Kamermeerderheid van PvdA, VVD en D66 voor het deponeren van de rekening bij de exploitanten van GSM-netten, PTT Telecom en Libertel.

Wie niet beter wist zou niet op de gedachte komen dat hier een tamelijk bizar debat werd gevoerd. De vraag wie dergelijke kosten moet betalen is nogal principieel van aard, zoals met name de tegenstanders - CDA en GPV - benadrukten: bij uitstek een onderwerp voor een politiek debat dus. Maar aan een essentiële praktische kwestie werd geheel voorbijgegaan.

Een digitaal signaal is tegenwoordig gemakkelijk en goedkoop zodanig te coderen dat het zelfs met de krachtigste computers ter wereld niet eenvoudig is te ontcijferen. Ook via gewone telefoons kan van deze techniek gebruik worden gemaakt door het stemgeluid eerst te digitaliseren, vervolgens te coderen en dan pas via een modem te versturen. Modems zijn tegenwoordig zo snel dat er nog nauwelijks merkbare vertraging in de spraak optreedt. Voorwaarde voor succesvolle communicatie is natuurlijk wel dat de gesprekspartner de codesleutel heeft. Die kan overigens ook veilig via de telefoonlijn door twee computers worden afgesproken.

Wie per se wil kan in een beperkte gebruikersgroep volkomen veilig telefoneren. Ook wanneer in de centrale wordt getapt, hoort politie of BVD slechts ruis. De computerprogramma's om een telefoonsignaal veilig te coderen zijn al voor rond de duizend gulden per toestel te koop.

Een poging van de vorige minister van justitie, E. Hirsch Ballin, om het gebruik van dit soort technieken aan vergunningen te binden, is vorig jaar gestrand. De meeste deskundigen zijn het erover eens dat een verbod op het coderen van informatie niet is te handhaven, al is het alleen al omdat het technisch mogelijk is informatie zodanig te coderen dat niet is te bewijzen dat die is gecodeerd. De 'boodschap' zit dan verborgen in gewone tekst of een gewoon plaatje.

Het ligt dan ook voor de hand dat genoemde middelen om telefoonsignalen te coderen, die sinds enkele maanden op de markt verkrijgbaar zijn, eveneens snel in de smaak zullen vallen bij wie iets te verbergen heeft. “Degenen die kwaad willen, zullen in elk geval van de meest ingewikkelde apparatuur gebruik maken”, merkte minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) dan ook op in haar antwoord aan de Kamer. De politie staat dan machteloos, ondanks de tapfaciliteiten die de exploitanten van GSM-netten hebben geschapen. En die 34 miljoen gulden, die deze faciliteiten volgens TNO kosten, zijn dan weggegooid geld. Die consequentie trok de minister echter niet uit haar opmerking.

    • Dick van Eijk