Accijnzen op brandstof met inflatie hoger

DEN HAAG, 26 OKT. De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met een voorstel om de brandstofaccijns jaarlijks aan te passen aan de inflatie. Dat betekent dat de benzine deze kabinetsperiode acht cent per liter duurder wordt en de diesel vijf cent. De maatregel levert de schatkist 600 miljoen op.

De grootste oppositiepartij, het CDA, verzette zich tegen het kabinetsvoorstel. Woordvoerder Reitsma bestempelde het als “een ordinaire uitvoering van het regeerakkoord” waarin de verhoging van de accijnzen al wasaangekondigd.

Volgens Reitsma brengen de hogere accijnzen de transportbedrijven in een nadelige concurrentiepositie met het buitenland, waar de brandstof goedkoper is. Bovendien lijden de benzinestations in het grensgebied eronder omdat meer automobilisten in het buitenland gaan tanken. Het CDA vindt dat Nederland alleen de accijnzen mag verhoagen wanneer ook de buurlanden daartoe besluiten.

Het betoog van Reitsma wekte hilariteit op bij de regeringsfracties en staatssecretaris Vermeend (financiën). VVD-kamerlid Van Rey wees erop dat het vorige kabinet, dat gevormd werd door CDA en PvdA, de accijns op ongelode benzine met in totaal 43 cent heeft verhoogd. De huidige opstelling van het CDA typeerde hij als een “ordinaire draai”.

Volgens Van Rey zijn de brandstofprijzen in het buitenland weliswaar lager, maar dat komt door de grotere concurrentie tussen de benzinemaatschappijen. De accijnzen in Nederland zijn slechts één tot twee cent hoger dan in Duitsland, aldus Van Rey.