Zeven Maasgemeenten bouwen in winterbed

TEGELEN, 25 OKT. Zeven Limburgse Maasgemeenten hebben gisteren aangekondigd dat zij willen bouwen in het winterbed van de Maas, in afwachting van een eventueel verbod hierop van minister De Boer (VROM). Volgens de zeven is de minister niet bevoegd een dergelijk verbod af te kondigen. Ook zou het overstromingsrisico voor de nieuw te bouwen woningen binnen aanvaardbare grenzen blijven.

De zeven gemeenten - Bergen, Arcen en Velden, Venlo, Tegelen, Susteren, Roermond en Maastricht - hadden goedgekeurde bestemmingsplannen klaar voor 2200 woningen, toen De Boer in juni liet weten voorstander te zijn van een bouwstop voor gebieden in het Maasdal, waar het overstromingsrisico groter is dan één overstroming in de 1.250 jaar. Haar beslissing over goedgekeurde plannen hield zij aan totdat zij inzicht zou hebben in de planologische en financiële consequenties van een eventueel bouwverbod. Vervolgens berekenden de zeven gemeenten dat het niet nakomen van de aangegane verplichtingen hen honderd miljoen gulden zou kosten.

Nu de minister tot twee keer toe het overleg met de provincie Limburg over de kwestie heeft uitgesteld, voelen de gemeenten zich niet meer verplicht op haar standpunt te wachten. Bovendien schermen de gemeenten met een rapport van drie bestuurskundigen, die tot de concluse zijn gekomen dat de minister niet de bevoegdheid heeft een goedgekeurd bestemmingsplan tegen te houden.

De gemeenten verwerpen het bezwaar dat de inzichten over het bouwen in het Maasdal na de overstromingen van 1993 en 1995 zo zijn veranderd dat bouwen in het bergend gebied van de rivier niet langer als verantwoord kan worden beschouwd. Volgens de directeur van de Dienst Grondgebied van de gemeente Tegelen, J. Stellingwerff, wordt voor de woningen van het begin af aan een veiligheidsnorm gehaald van één overstroming in 250 jaar. Dat is volgens hem te danken aan de uitvoering van de Deltawet Grote Rivieren, die momenteel in volle gang is.

“Als straks ook nog de plannen van de commissie Boertien II worden gerealiseerd, kunnen wij over tien jaar het beschermingsniveau van één op de 1.250 voor deze woningen bieden”, aldus Stellingwerff. Volgens hem heeft zijn gemeente een redelijke afweging gemaakt en zijn in overleg met Rijkswaterstaat voldoende compenserende maatregelen genomen om het bergend vermogen van de rivier te compenseren: “Als we een betere locatie tot onze beschikking hadden, zouden we die heus wel hebben gekozen, maar wij kunnen nergens anders bouwen, omdat er geen plaats is.”