Waarom god de mensen heeft verlaten

De Balkan blijft een levensgevaarlijke snelkookpan van conflicten. Kort geleden werd Kiro Gligorov, de president van Macedonië, getroffen door een autobom. Het nieuws hoorde ik pas enkele dagen nadat de aanslag had plaatsgehad. Gligorov overleefde het, maar verloor zijn rechteroog en zal waarschijnlijk voor de rest van zijn leven verlamd zijn aan zijn benen. Het nieuws trof me, omdat de (poging tot) moord op een staatshoofd op de Balkan meestal een stroom van ellende veroorzaakt. Bovendien had ik een maand daarvoor nog kennisgemaakt met Gligorov, in zijn zomerresidentie (een oud buitenhuis van maarschalk Tito) aan het meer van Ohrid. Ik had bewondering voor de man, omdat hij er als enige in voormalig Joegoslavië in geslaagd was zijn land buiten de oorlog te houden. En dat terwijl Servië, Albanië en vooral ook Griekenland voortdurend dreigende taal uitsloegen naar Macedonië toen de Socialistische Republiek als zelfstandige staat verder wilde. Gligorov moest wel een zeer kundig diplomaat zijn, hoewel ook hij niet heeft kunnen voorkomen dat zijn land als gevolg van diverse sancties en embargo's op de rand van de economische afgrond terecht is gekomen. Het straatarme en geografisch ongunstig gelegen Bulgarije was het enige land dat haar grenzen voor Macedonië de afgelopen jaren niet geheel gesloten hield. De grenzen met de andere landen zaten potdicht, en net als de inwoners van Sarajevo en Bosnië zaten de bewoners van Macedonië in de val.

Het is nog onduidelijk wie de aanslag op Gligorov precies beraamd heeft, maar de verdenkingen gaan vooral uit naar de Vetrechnata Makedonska Revoluciona Organisacija (VMRO), een schimmige 'bevrijdingsorganisatie' die voor aansluiting met Servië pleit. Sonya, een jonge dichteres uit Skopje die ik opbelde om meer over de aanslag te weten te komen, vertelde me dat Gligorov de dag tevoren in Belgrado nog een bespreking had gehad met Slobodan Milosevic. Deze zou de Macedonische president garanties hebben gegeven dat hij de grenzen van een onafhankelijk Macedonië zou respecteren, dit zeer tot ongenoegen van de VMRO. Sonya zei van een partijfunctionaris van de Liberale Partij te hebben vernomen dat niet alleen Gligorov vervolgens was aangevallen, maar dat er maandagavond ook schoten waren afgevuurd op de auto van Milosevic.

Het feit dat Gligorov bij de aanslag een oog verloor vond ik op een lugubere wijze symbolisch. Het deed me denken aan het verhaal dat Sonya me ooit had verteld; een parabel die haar grootvader, de patriarch van de servisch-orthodoxe kerk van Skopje, haar vertelde toen ze klein was. Het is een typische Balkan-vertelling, die in verschillende variaties bij Slavische volkeren voorkomt. Zij gaat over de aanleiding voor god om de mensen te verlaten. Lang geleden, zo gaat de parabel, toen god nog met de mensen de aarde bewoonde, zwierf hij eens in de winter door de bergen van het land dat hij geschapen had. Toen de avond viel begon het hevig te sneeuwen en stak er een storm op. God kreeg het koud en klopte aan bij een van de kleine boerderijen in het dal. Een man deed open en gaf god te eten en drinken, en hij stookte de kachel extra hoog op. God was de boer dankbaar voor diens gastvrije ontvangst, en hij wilde dat tonen door de man toe te staan een wens te doen. “Maar denk eraan”, zei god, “alles wat jij je wenst, zal je buurman ontvangen in tweevoud. Wens je je een baar goud, dan krijgt je buurman er twee, wens je je drie koeien, dan krijgt je buurman er zes. Wens je je vier zonen, dan krijgt je buurman er acht.” De boer dacht diep na. Hij wist zo snel niet wat hij moest wensen, want hij wilde niet dat zijn buurman er beter van zou worden dan hijzelf. De boer stelde voor eerst wat te gaan slapen. In de ochtend zou hij god vertellen wat zijn wens was. Dat gebeurde. 's Ochtends vroeg god aan de man of hij wist wat hij wilde wensen. “Ja”, zei de man. “Ik wil dat je me een oog uitneemt.”

Ook Sonya moest aan dit verhaal denken toen ze van Gligorovs verwondingen vernam. In Ohrid hadden we nog om de parabel kunnen lachen. We bedachten wat wij zelf zouden hebben gewenst. Sonya had gezegd dat de boer had moeten wensen dat hij iedere nacht een comfortabele slaap zou mogen genieten van twaalf uur. Zijn buurman zou vervolgens in een soort van permanente coma geraken, en tot aan zijn dood vredig opgebaard liggen in zijn boerderij. Ik had gesuggereerd dat de boer zich een bloedmooie, monogame en stikjaloerse vrouw had moeten wensen. Zijn buurman zat dan met twee bloedmooie, monogame en stikjaloerse vrouwen opgescheept, wat hem zeker geen geluk zou brengen.

Hoe dan ook, de wens van de boer past beter bij de geschiedenis van Macedonië, die gekenmerkt wordt door wrede verhalen over uitgestoken, uitgekrabde en weggebeitelde ogen. Om te beginnen is er het verhaal van koning Samoil, die in de negende eeuw leefde en van wie er op een heuvel boven Ohrid nog een burcht gedeeltelijk overeind staat. Byzantijnen, die het leger van Samoil bij de Belasica-rivier in Bulgarije in de pan hakten, brandden de beide ogen van de Macedoniërs uit met een brandende pook. Bij iedere honderdste soldaat spaarden ze echter een oog, zodat die zijn manschappen naar de koning terug zou kunnen voeren. Toen de koning zijn geblindeerd en verslagen leger terug zag keren, zou ook hij zijn beide ogen hebben uitgestoken.

Opvallend is daarnaast dat de engelen of fresco's in de oudere orthodoxe kerken van Marcedonië blinde vlekken hebben op de plek waar de ogen zouden moeten zitten. De Ottomanen, die Macedonië tot de vorige eeuw bezet hielden, hebben de meeste kerken van binnen overgeschilderd. Maar bang als ze waren dat ze vanonder de kalk alsnog door de engelen werden aangestaard (het boze christenoog), besloten ze voor de zekerheid de steen uit te hakken op de plekken waar de ogen hadden gezeten.

Het uitsteken, uitschieten en wegbranden van ogen is ook in deze meest recente oorlog op de Balkan veelvuldig voorgekomen. In het centrum van Sarajevo zie ik veel mensen, ook kinderen, lopen met gaasverband voor een van hun ogen. Wie de wreedheden van de oorlog niet kan aanzien, zo lijken de soldaten te denken, moet zijn ogen maar sluiten. Er zijn nog sluipschutters genoeg die de bevolking daar een handje bij willen helpen.