Voorwaardelijke straf wegens euthanasie

DEN HAAG, 25 OKT. De rechtbank in Den Haag heeft gisteren de 36-jarige neuroloog R.G. drie maanden voorwaardelijke celstraf opgelegd voor zijn aandeel in de dood in 1993 van een 63-jarige patiënt in het Lange Land-ziekenhuis in Zoetermeer.

De arts liet het verplegend personeel de zieke een steeds hogere dosis morfine toedienen zonder expliciet te vertellen dat hij van plan was zo het leven van de patiënt te beëindigen. Vervolgens ging hij een weekend weg en was onbereikbaar. Naar het oordeel van de rechtbank was de neuroloog schuldig aan levensbeëindiging met voorbedachten rade. Door G. strafbaar te stellen wil de rechtbank artsen en verpleegkundigen het signaal geven toch vooral zorgvuldig te handelen in dit soort gevallen, vatte G.'s advocaat mr. P. van Riesen het vonnis samen.

De patiënt was zelf wilsonbekwaam. Zijn echtgenote heeft nooit gevraagd om euthanasie. Ze vroeg er uitsluitend om het leven van haar man niet onnodig te rekken. Zijn kinderen vroegen wel om levensbeëindiging.

De rechtbank verweet G. dat hij overhaast te werk ging en geen collega's in het ziekenhuis had geraadpleegd over zijn besluit. De neuroloog had bovendien, juist omdat de patiënt geen wilsverklaring had afgegeven, veel zorgvuldiger moeten handelen. De duidelijke richtlijnen van de artsenorganisatie KNMG hierover volgde hij niet. (ANP)