'Regionalisten' niet achter plannen kabinet

DEN HAAG, 25 OKT. Het voorstel van het kabinet om de regionale herkenbaarheid van Tweede-Kamerleden te vergroten wordt afgewezen door Kamerleden die reeds over zo'n herkenbaarheid beschikken. Rasechte 'regionalisten' zoals J. van Rey (VVD, Limburg) en R. van der Linden (CDA, Limburg) maar ook politici met veel stemmen uit hun eigen regio zoals J. Lilipaly (PvdA, Zeeland) en W. Mateman (CDA, Achterhoek) lopen niet warm voor de plannen van het kabinet om 75 van de 150 Kamerleden te laten kiezen via vijf districten.

Gisteren legde de verantwoordelijke staatssecretaris, J. Kohnstamm, op een persbijeenkomst in zijn werkkamer op Binnenlandse Zaken dit plan nog eens uit. Het kabinet denkt dat er nu te veel Kamerleden binnenkomen op de slippen van de lijsttrekker. Kok, Bolkestein of Van Mierlo trekken de meeste stemmen terwijl politici lager op de kieslijst die de kiezer niet of nauwelijks kent daarvan profiteren. Het zijn de beruchte 'grijze muizen', al wilde Kohnstamm hen niet zo noemen, de specialisten die zelf vijftien voorkeursstemmen hebben vergaard maar zich niettemin volksvertegenwoordiger noemen. “Door 75 Kamerleden via de vijf districten te laten kiezen moeten er regionale lijsttrekkers komen die veel generalistischer ingesteld en daardoor herkenbaarder moeten zijn. Die komen er dan niet door alleen veel van landbouw te weten”, aldus Kohnstamm.

J. van Rey, het VVD-Kamerlid uit Roermond dat elke zaterdag telefonisch spreekuur houdt, gelooft niet dat deze aanpak tot het gedroomde breed ingestelde Kamerlid zal leiden. “Integendeel: ik ben bang dat daardoor juist mensen in de Kamer komen die alleen voor hun eigen regio opkomen. Dat noem ik niet breed ingesteld.” Van Rey kent een beter instrument om het ideaal van het kabinet te realiseren: “Schaf de drempel voor voorkeursstemmen af. Mijn fractie kent twee voorstanders van zo'n plan: Frits Bolkestein en ik.”

Pagina 3: 'Regionalisten gaan meer de boer op'

In de opzet van Van Rey maakt de partij een verkiezingslijst waarmee ze op campagne gaat: de score van de voorkeursstemmen bepaalt vervolgens wie er in de Kamer komt. Van Rey denkt dat mensen die in hun regio bekend zijn, dan een goede kans maken. Want, zegt hij: “Regionalisten gaan meer de boer op, moeten van meerdere onderwerpen iets weten, leggen meer uit waarom een voorstel van het kabinet wel of niet kan. Ze kennen hun kiezers beter.”

Staatssecretaris Kohnstamm is tegen een dergelijke aanpak. “Het afschaffen van de kiesdrempel stimuleert populisme. Als je de avond voor de verkiezingen toevallig een goed verhaal hebt bij Ursel de Geer of een andere praatshow, zit je zo in de Tweede Kamer”, zo zei hij gisteren. In de kabinetsplannen wordt de drempel om met voorkeursstemmen weliswaar verlaagd tot 25 procent van de kiesdeler, maar daardoor heeft een kandidaat-Kamerlid wel zo'n 15.000 voorkeursstemmen nodig om in het parlement te komen. Om dat te halen is meer nodig dan een vluggertje op de televisie, denkt Kohnstamm. Van Rey zegt: “Kohnstamm weet duidelijk niet hoe zulke dingen werken. De burgers prikken echt wel door zulke vluggertjes heen.”

Oud-staatssecretaris en Tweede Kamer-lid R. van der Linden (CDA) deelt de opvatting van het kabinet dat er iets veranderen moet. “Nu hebben de politieke partijen zo'n grote inbreng in de kandidaatsstelling, dat ons stelsel nog het meeste lijkt op wat Oost-Europa vroeger had.” Toch heeft ook hij groet bezwaren tegen de concrete voorstellen. Hij wijst erop dat in het kabinetsvoorstel provincies bij elkaar worden gestopt die verschillen als dag en nacht. Zo vormen in de plannen van het kabinet Limburg, Brabant en Zeeland één district.

Van der Linden wil op zijn minst tien districten die wel een eigen karakter hebben. Het bezwaar van het kabinet dat daardoor kleine partijen uit de Kamer verdwijnen omdat hun aanhang te veel versnipperd raakt deelt Van der Linden niet. “De partij van Gert Schutte bijvoorbeeld - het GPV - heeft toch genoeg mensen in huis die een goede campagne in hun district kunnen voeren?”

Het Kamerlid Lilipaly (PvdA) die zijn lokale bekendheid onder meer dankt aan vele jaren sporten in het Zeeuwse voetbalteam, en zijn collega Mateman van het CDA, zien weinig in structuurveranderingen. Volgens hen laat het huidige kiesstelsel genoeg ruimte voor een regionale en generalistische inbreng in de Tweede Kamer. Mateman: “Het is typisch weer zo'n voorstel van D66ers. Die zijn te hoog opgeleid en werken te veel bij de overheid waardoor ze te veel in structuren denken. Hoewel ik ook voordelen in de plannen zie, geloof ik niet in structuurveranderingen.”