Procureur-generaal wil arts niet vervolgen voor doden van baby

AMSTERDAM, 25 OKT. Procureur-generaal mr. A. Korvinus heeft gisteren voor het gerechtshof in Amsterdam in hoger beroep ontslag van rechtsvervolging gevraagd voor de gynaecoloog H. Prins, die een ernstig gehandicapte baby het leven heeft ontnomen. Het is zeer ongebruikelijk dat een procureur-generaal, de aanklagende partij, om ontslag van rechtsvervolging vraagt. Korvinus acht moord bewezen, maar zei geen argumenten te hebben om de arts schuldig te verklaren.

De rechtbank in Alkmaar achtte Prins in april wel schuldig, maar legde hem geen straf op. Het openbaar ministerie ging in opdracht van minister Sorgdrager van justitie in hoger beroep wegens het principiële karakter van de zaak. De minister wilde een uitspraak van de rechter over levensbeëindiging van wilsonbekwame patiënten, na vragen hierover in de Tweede Kamer in december vorig jaar. Jurisprudentie over actieve levensbeëindiging ontbreekt in Nederland.

Voor de rechtbank in Alkmaar beriep gynaecoloog Prins van het Waterlandziekenhuis in Purmerend zich op de noodtoestand. Hiervan is sprake als een arts zich in een “conflict van plichten” bevindt. In dit geval had de arts enerzijds de plicht zorg te dragen voor het leven, anderszijds het lijden van zijn patiënten te verlichten. Baby Rianne, die in maart 1993 ter wereld kwam, leed aan ondraaglijke pijnen. Ze had een open ruggetje, een waterhoofd, misvormde beentjes en een ernstige verlamming, waardoor onder meer de nieren niet functioneerden.

Het waren vooral de vreselijke pijnen die de arts, mede op verzoek van de ouders, deden besluiten het vier dagen oude kindje een injectie te geven. Een team deskundigen was vlak na de geboorte al tot de conclusie gekomen dat opereren medisch zinloos was.

Tijdens de zitting voor het gerechtshof vroeg de aanklager zich af of er geen andere opties waren, zoals het toedienen van pijnstillers. Twee deskundigen die als getuige waren opgeroepen, verzekerden haar dat pijnbestrijding geen zinvolle medische oplossing was. Vermindering van de dosis zou leiden tot pijn, terwijl verhoging de dood tot gevolg zou hebben. “Het kind zou tussen hemel en aarde zweven”, aldus kinderneuroloog Peters, die optrad als getuige. “Als ik dat zo hoor pleit veel voor actief ingrijpen”, was de reactie van de voorzitter van het hof, mevr. Rutten-Roos.

Prins' advocaat, mr. Sutorius, toonde zich verheugd dat het OM voor het eerst probeerde de zaak genuanceerd te benaderen. Volgens Sutorius wordt het tijd dat de wetgever zich mengt in de discussie over actieve levensbeëindiging. Hij wees erop dat het strafrecht niet geschikt is voor medici. “Alles wat artsen doen, geschiedt op het scherpst van de snede. Als Prins de baby aan haar lot overliet, viel hem als arts eveneens een verwijt, namelijk mishandeling, te maken.” Uitspraak 7 november. (ANP)