Positie topman bleek onhoudbaar; Van Randwijck weg wegens IRT-affaire

AMSTERDAM, 25 OKT. De Amsterdamse procureur-generaal, mr. R.J.C. van Randwijck, heeft ontslag genomen. De positie van de hoogste vertegenwoordiger van het openbaar ministerie in het ressort Amsterdam was onhoudbaar geworden doordat hij in een isolement was komen te verkeren.

In een verklaring laat hij weten “een oplossing voor de gerezen problemen niet in de weg te willen staan”.

Van Randwijck, die in maart 1991 procureur-generaal in Amsterdam werd, leefde sinds de ontbinding van het interregionale rechercheteam (IRT) in zijn regio op voet van oorlog met de Amsterdamse hoofdcommissaris, E. Nordholt. De politiecommissaris had Van Randwijck naar eigen zeggen in januari 1994 laten weten “hem integraal te zullen doortrekken” als de procureur-generaal vast zou houden aan zijn besluit een onderzoek te laten instellen naar corruptie bij de Amsterdamse politie. Dat besluit nam de PG nadat was gebleken dat de Utrechtse hoofdcommissaris, Wiarda, tegenover de toenmalige minister van justitie, Hirsch Ballin, gewag had gemaakt van verdenkingen over corruptie in de top van de Amsterdamse politie. Na deze aanvaring spraken Van Randwijck en Nordholt niet meer met elkaar.

Ook binnen het openbaar ministerie heeft Van Randwijck de afgelopen 1,5 jaar zijn gezag verloren. In augustus 1994 eiste hij dat zijn hoofdofficier in Amsterdam, Vrakking, aan Nordholt een spreekverbod zou opleggen omdat deze zich in interviews bleef beklagen over de werkmethode van het IRT. In plaats van dat spreekverbod werd Van Randwijck openlijk door minister Sorgdrager tot de orde geroepen omdat hij de gevraagde maatregel tegen Nordholt via deze krant bekend had gemaakt. Ook de topman van het OM, A. Docters van Leeuwen, weigerde volgens hem gehoor te geven aan verzoeken van Van Randwijck om op te treden tegen Nordholt.

Van Randwijck was een van de vier gezagsdragers die door de commissie-Wierenga bekritiseerd werden voor hun rol bij de opheffing van het IRT in december 1993. De commissie schreef “ernstige bedenkingen” tegen hem te hebben omdat hij zou hebben nagelaten in te grijpen toen volgens Wierenga de Amsterdamse driehoek “overijld en ondoordacht” het politieteam ontbond.

Minister Sorgdrager laat weten “het afscheid van een goede collega te betreuren”. Het departement heeft vorige week met Van Randwijck een afvloeiingsregeling getroffen. Het Tweede-Kamerlid Rabbae, lid van de parlementaire enquêtecommissie, zei vanochtend voor de radio te hopen dat andere gezagsdragers in Amsterdam het voorbeeld van Van Randwijck zullen volgen. “Er zijn gigantisch veel problemen in de samenwerking tussen het openbaar ministerie en de politie. Het is duidelijk dat daar ook in de personele sfeer posities moeten worden vernieuwd.”