Motie van wantrouwen in Italiaans parlement; Berlusconi vraagt vertrek Dini nog voor stemming

ROME, 25 OKT. In een poging een volledige politieke crisis met een onvoorspelbare uitkomst te voorkomen, heeft oud-premier Silvio Berlusconi aan premier Lamberto Dini voorgesteld af te treden voordat donderdagmiddag een motie van wantrouwen in stemming wordt gebracht.

Al voordat Berlusconi deze oproep deed, gisteravond in zijn toespraak bij de opening van het Kamerdebat over de door hem ingediende motie van wantrouwen, had Dini al laten weten daar niet voor te voelen. Hij wil de koppen tellen. Dini staat nu op verlies, maar hij hoopt weifelaars te kunnen overhalen met zijn toespraak morgenochtend. Verwacht wordt dat Dini zal waarschuwen voor een politieke crisis nu, voordat de begroting voor komend jaar is goedgekeurd.

Berlusconi suggereerde dat Dini wat hem betrof zou kunnen terugkomen als premier als hij nu de eer aan zichzelf hield, op voorwaarde van lossere banden met links. Berlusconi zei dat Dini nu geen politiek-neutraal zakenkabinet meer leidt, maar dat “wetten wordt gemaakt onder de dictatuur van links en van de vakbonden”.

In zijn rede sprak Berlusconi niet over verkiezingen. Een campagne zou hem niet goed uitkomen, omdat hij op 17 januari terecht moet staan op verdenking van corruptie. Berlusconi lijkt vooral garanties te willen dat Dini niet regeert met links, de verliezers van de verkiezingen van vorig jaar maart, en dat de verkiezingen niet voor onbepaalde tijd worden uitgesteld.

Rocco Buttiglione, een voormalige christen-democraat die zich heeft aangesloten bij het rechtse blok, zei dat in de tweede helft van volgend jaar kan worden gekozen. In de eerste helft is Italië voorzitter van de Europese ministerraad. Ook andere woordvoerders van het Berlusconi-blok vermeden te praten over onmiddellijke verkiezingen.

De linkse leider Massimo D'Alema constateerde dat een van de redenen waarom er nog geen nieuwe verkiezingen zijn gehouden, de onwil van Berlusconi is om iets te doen aan zijn belangenverstrengeling als politicus, mediamagnaat en ondernemer. D'Alema haalde ook fel uit naar de kleine communistische partij, die met het Berlusconi-kamp wil meestemmen. “Het gaat in dit debat niet om verdediging van sociale rechten, maar om verdediging van de democratie,” zei hij tegen de communistische leider Fausto Bertinotti. Deze had erop gewezen dat zijn partij steeds tegen Dini heeft gestemd omdat zij diens economische beleid niet onderschrijft, en dus consequent blijft.

Links en rechts geven elkaar de schuld van deze politieke crisis. D'Alema zei dat Berlusconi had kunnen wachten tot de begroting was goedgekeurd. Giuseppe Tatarella van de Nationale Alliantie, erfgenaam van de neofascisten, antwoordde dat hetzelfde gold voor het besluit van links om minister van justitie Mancuso vorige week weg te stemmen. “Wie een lont aansteekt, kan een explosie verwachten,” zo citeerde Tatarella een dissidente partijgenoot van D'Alema.