Mooie morbide tradities uit Sverdlovsk

Makarov. Regie: Vladimir Chotinjenko, naar een scenario van Valeri Zalotoecha. Met: Sergej Makovjetski, Jelena Maiorova, Irina Metlitskaja. In: Amsterdam, Rialto, Amsterdam; Utrecht, 't Hoogt.

Films van de studio's in Sverd-lovsk hebben bij mij een streepje voor. Daar verweg in de Oeral, in de stad die inmiddels weer Jekatarinaboerg heet, werden in Sovjet-tijden eerbiedwaardige publieksfilms in alle denkbare genres geproduceerd (detective, science-fiction, melodrama etc.), die vaak lieten zien dat hoe verder je van Moskou af was, des te minder je last had van de drukkende censuur. Jammer genoeg bereikte deze doorsnee-Sovjetfilmproductie het Westen zelden of nooit, bij gebrek aan artistieke pretenties die in Leningrad en Moskou veel weliger tierden.

De grote filmstudio's uit het Sovjet-tijdperk hebben het sinds de afschaffing van het socialistische stelsel, dat behalve aan cultuurcensuur ook aan cultuurbescherming deed, buitengewoon moeilijk. Leuk dus, dat we weer eens iets uit de Sverdlov-studio's (zoals nog steeds op de titelrol staat) zien, en dan nog wel deze uitstekende Makarov van regisseur Chotinjenko. Het is het verhaal van een dichter, luisterend naar de achternaam Makarov, die op een dag in een opwelling van een onguur element op straat een pistool van het merk Makarov koopt.

Rond de dichter en zijn enigszins morbide fascinatie voor het pistool, dat hij aanvankelijk verbergt maar allengs meer gaat gebruiken voor zelfverdediging en bedreiging, ontspint zich een ironische fabel over de ontwikkeling van de Russische samenleving. De goede oude liefde voor de Russische poezië bestaat voort naast de nieuwerwetse macht van geld en maffia. De film kenmerkt zich door zeer fraai camerawerk, en net als in de Sovjet-tijd is het bij de opnamen gebruikte filmmateriaal weer duidelijk van inferieure kwaliteit geweest.

Het loopt, zoals dat hoort in de Russische cinema, slecht af met Makarov, die na een grondig in beeld gebrachte morele en fysieke neergang, het leven laat. Zij het niet op de manier die we als kijker vanaf het begin hebben vermoed: dat de ene Makarov de andere zou doodschieten. Waar de dramaturgie van de film zich aanvankelijk op prijzenswaardige wijze vér heeft gehouden van pathos, wordt Makarovs definitieve einde ons nogal nadrukkelijk ingepeperd, vind ik. Maar ook dat moeten we maar als Russische filmtraditie beschouwen.