Het reveil in de bouw

Het kan zijn dat de nationale staat als instituut in verval is - daarvoor zijn veel aanwijzingen op te noemen - maar aan de andere kant beleeft in een aantal Westeuropese landen het nationale debat een nieuwe bloei. Telkens gaat het om twee vraagstukken: de moraal van overheidsdienaren die te wensen overlaat, waardoor er schandelen ontstaan, en de manier waarop de nationale eenheden als zodanig aan allerlei economische, demografische en technologische uitdagingen het hoofd moeten bieden. Daarin botsen dan weer de ecologische lobby's met een grote verscheidenheid aan belangen, kongsi's en partijen die stuk voor stuk op hun manier ijveren voor wat zij als vooruitgang zien.

Zo is het ook in Nederland. Als het publieke debat niet over politie en justitie, het nut en nadeel van het gedogen of de 'verloedering' gaat, houdt men zich bezig met de Betuwelijn, verbetering van de NS, Vijfde Baan, Groene Hart, Noord-Zuid-lijn, Hoge Snelheids Trein, versnelde dijkverzwaring, elektronische snelweg, Westerscheldedam of de bouw van kunstmatige eilanden voor de kust. Uit de onthullingen van de parlementaire enquête naar politiemethodes mogen allerlei sombere conclusies worden getrokken, de veelheid van plannen op papier en in uitvoering wekt aan de andere kant de indruk dat ook een nieuwe energie over de natie vaardig wordt. En dan - voor de volledigheid - is er nog de belangstelling voor de geschiedenis: het nationale probleem Indonesië, en nu de retrospectieve ontsluiting van de jaren zestig met de vraag naar het goed en kwaad van deze periode. Aan nationaal leven geen gebrek.

Vorige week heeft het nationaal bouw-reveil zich opnieuw aangediend: in twee plannen tot de bouw van eilanden voor de kust, het ene tussen Hoek van Holland en Scheveningen, het andere aan de monding van het Noordzeekanaal. Op het zuidelijke eiland zal vooral gewoond en gewerkt worden, maar uit de eerste beschrijving (deze krant van 20 oktober) ontstaat de indruk dat het toch overwegend als pret-eiland is ontworpen, met campings, themaparken en op mooie dagen gelegenheid voor driehonderdduizend bezoekers om zich niet te vervelen. We kunnen niet vermoeden hoe de pret zich de komende halve eeuw zal ontwikkelen, maar bij voortgezet beleid wordt dit op de Noordzee bevochten waterbouwkundig wonderwerk dan een ongekende horreur - naar mijn maatstaven van deze tijd tenminste. Het ontwerp voor het noordelijk eiland is een particulier initiatief van het baggerbedrijf Boskalis Westminster. Het is een werk-eiland waarop de nieuwe grote luchthaven zou moeten komen en havenwerken, met een brug naar het vasteland en een tunnel door de duinen en dan verder rechtstreeks naar Schiphol. Twee nu nog duizelingwekkende plannen, maar voor je het weet wordt ergens de eerste spade in de grond gestoken.

Aan het volgende kabinet is het voorbehouden, de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening te schrijven. Als die klaar is, zijn we dicht tot de volgende eeuw genaderd. Het zou goed zijn, als nu al een inventarisatie werd gemaakt van alles wat op dit gebied het openbaar debat bezighoudt, want als het zo doorgaat zal niemand er nog een touw aan kunnen vastknopen tegen de tijd dat het nieuwe kabinet aantreedt. Daarbij verdient het de aandacht dat door de geweldigheid van het nieuwe denken, oude plannen die óók hun verdiensten hebben, ten onrechte op de achtergrond kunnen raken.

Het grote voorbeeld is de Markerwaard, destijds na veel geaarzel niet aangelegd omdat mischien in die periode een andere balans van de nationale behoeften meer overtuigingskracht had. Wel waren er ook toen al mensen die voorzagen dat Schiphol eens aan het eind van zijn groei zou zijn, dat het Groene Hart bij stukjes en beetjes verder zou worden ingemetseld en dat de bevolkingsgroei nog meer zou eisen. Maar de ecologische belangen waren sterker, en toen de ringdijk er eenmaal lag was het afgelopen. Die prachtige verbinding dwars door het wijde water is op het ogenblik misschien wel een van de meest zinloze bouwwerken ter wereld. Volgens onbetwijfelbare expertise - die zich bovendien op een ervaring van een halve eeuw met inpoldering kan beroepen (zie bijvoorbeeld het artikel van prof.ir. J.H. Kop, in deze krant van 29 maart 1995) - zijn de wetenschappelijke en technische kennis nog steeds aanwezig, terwijl deze onderneming vermoedelijk aanmerkelijk goedkoper zou zijn dan het maken van eilanden.

Bij de afnemende reikwijdte van zijn gezag concentreert de staat zich sterker op de overgebleven vraagstukken, waarvan de oplossing nauw verbonden is met de overleving van de 'rompstaat' (nog altijd betrekkelijk) als zelfstandige eenheid. De staat is niet in verval maar hervormt zich onder druk van invloeden die zijn traditionele betekenis in de snel veranderende internationale verhoudingen doen verminderen. Zelfbehoud eist, onder de omstandigheden waarin Nederland zich bevindt, een scherpere uitbuiting van wat binnen de grenzen is gegeven: zelfkolonisatie. Het Zuiderzeeproject en het Deltaplan zijn eigenlijk al niets anders. Hoe ver en waar willen we daarmee gaan, tegen welke prijs en waarom? Het bouw-reveil blijkt langzamerhand de oorzaak van een nieuw nationaal debat, waarin de scheiding tussen traditioneel links en rechts een ondergeschikte rol speelt. Wat moet de krimpende staat doen om zich met zijn groeiende bevolking zo goed mogelijk te handhaven? Wat zijn volgens ons de grenswaarden van algemeen welzijn, uitgedrukt in definities van milieu, woon- en werkgelegenheid en inkomen? Wat is daarin de functie van het bouw-reveil? Daar gaat het om.

    • H.J.A. Hofland