De 'EMU-beer' leek even los in Bonn

BONN, 25 OKT. Pijnlijk geraakt en zeer afwijzend heeft de Duitse regering gereageerd op aanbevelingen van de zes grote Duitse economische onderzoek-instituten om nationale schulden en begrotingstekorten als criteria voor toelating tot de Europese Monetaire Unie soepel te hanteren.

De “EMU-beer” leek gisteren in Bonn even los, een dag voor, vandaag, Jacques Chirac voor het eerst als Frans president op bezoek zou komen. Als de nieuwe eerste man van het land dat volgens Duitsland straks natuurlijk lid van de EMU moet zijn, maar waarvan het de angstige vraag is of het zichzelf tijdig economisch zó weet te saneren dat het aan de toetredingseisen voldoet. Ja, meer nog, waarvan het de vraag is of het onder de gaullist Chirac eigenlijk wel de politieke bereidheid heeft om de voor de EMU noodzakelijke offers te brengen.

In hun jaarlijkse herfstrapport hadden de instituten aan een taboe geraakt. De Duitse regering en de Bundesbank willen immers niets weten van, al dan niet politiek bepaalde, versoepeling van de EMU-toetredingscriteria. Niet alleen om economische redenen, maar ook omdat elke relativering van die in het Verdrag van Maastricht vastgelegde criteria de toch al grote scepsis in Duitsland over de toekomstige kwaliteit van de Europese munt en het verdwijnen van de D-mark kan vergroten.

In 1997 moeten beslissingen vallen, in 1999 moet de weg naar één Europese munt worden geopend. Tussen die twee jaren wachten, in 1998, Bondsdagverkiezingen. Als kanselier Helmut Kohls regeringscoalitie één ding niet wenst is het dat de strijd over het verdwijnen van de D-mark dan het belangrijkste campagnethema wordt. Met het risico dat de politieke consensus rondom de Europese integratie door de aangeslagen oppositiepartij SPD wordt beëindigd wegens de grote verleidelijkheid van zo'n D-markdebat.

Minister Theo Waigel (financiën) herhaalde gisteren direct dat Duitsland tegen elke modificering van de toetredingscriteria is. Kanselier Helmut Kohl benadrukte even snel dat Duitsland straks alleen akkoord gaat met de EMU indien volledig aan die criteria wordt vastgehouden. “De Europese munt komt er slechts als zij even hard is als de D-mark,” aldus Kohl. De voorzitter van de vereniging van Duitse volks- en raiffeisenbanken, Grüger, noemde de suggesties van de economische instituten zelfs “onverantwoordelijk”. Zij vallen de Duitse regering in de rug aan, zei hij.

De instituten, waaronder het gerenommeerde Ifo in München, het HWWA in Hamburg en het bureau voor wereldeconomisch onderzoek in Kiel, deden hun aanbevelingen gisteren in hun herfstrapport aan de Duitse regering, waarin zij hun eerdere economische-groeivoorspellingen voor 1996 van 3 tot 2,5 procent verlaagden. Zij hadden er bovendien voor gepleit niet te dogmatisch om te gaan met de EMU-eisen dat de nationale schuld van toetredende landen niet groter mag zijn dan 60 procent van het BNP en hun financieringstekort niet groter dan 3 procent.

Belangrijker dan de staatsschuld zelf, die het gevolg kan zijn van verkeerde fiscale en budgettaire politiek in het verleden, is de vraag of een land intussen wèl de structureel vereiste begrotings- en monetaire politiek voert, schreven zij, zonder landen met een lage inflatie en rentestand maar (nog) te grote schulden als Nederland en België met naam te noemen. Bovendien zijn er, gezien de stagnerende economische situatie in Europa nu goede conjuncturele argumenten om niet te sterk aan tekortbeperking te doen, menen de instituten voorts.

Met die opvatting gaven zij minister Waigel nóg een schop tegen het zere been, want de Duitse minister van financiën resit stad en land af met de stellige verklaring dat hij ondanks tegenvallende belastingontvangsten in 1995 en 1996 (respectievelijk 25 en 30 miljard mark) vasthoudt aan de geplande verkleining van zijn financieringstekort. “Sparen is nu het ijzeren gebod”, roept Waigel al weken tegen zijn collega's in Bonn, die hij drastische uitgavenbeperking heeft opgelegd. En dat roept hij ook tegen de lagere overheden (deelstaten en gemeenten), wier ministers en wethouders van financiën in veel gevallen zijn voorbeeld al hebben gevolgd en ook speciale maatregelen tot uitgavenbeperking hebben getroffen.