Clinton en Jiang

NA DE NODIGE DIPLOMATIEKE incidenten is gisteren dan toch nog het gesprek tussen president Clinton en zijn Chinese ambtgenoot, Jiang Zemin, tot stand gekomen. Even had het er naar uitgezien dat de kloof tussen Amerikaanse zakelijkheid en Chinees protocolair formalisme een onderhoud bij voorbaat onmogelijk had gemaakt, maar ten slotte bleek New Yorks Lincoln Center voor beide partijen aanvaardbaar als onderdak voor een gedachtenwisseling.

Het is niet eenvoudig de betekenis van dit overleg te duiden. In de eerste plaats is China, respectievelijk zijn delen van China, economisch aan een stormachtige verandering bezig terwijl wijzigingen in de politieke constellatie in een nauwelijks waarneembare slow-motion op afstand volgen. Wie de macht heeft, ja zelfs of er nog zoiets als een nationaal machtscentrum bestaat, is onduidelijk. De schaduw van Deng Xiao-ping staat als een scherm tussen de Chinese werkelijkheid en de waarnemers van buiten. Ook voor Clinton zal het een kwestie van zoeken en tasten zijn.

In zijn rede voor de Algemene Vergadering heeft Jiang veel werk gemaakt van zijn verontwaardiging over het bezoek dit voorjaar van de president van Taiwan, Lee Teng-hui, aan de Verenigde Staten. De Chinezen wensten de visumverlening aan het hoofd van het rivaliserende regime in Taipeh als een diplomatiek affront te beschouwen, en in de voorbije maanden blijkt hun ongenoegen nauwelijks getemperd. Maar in het gesprek met Clinton heeft de affaire geen beslissende rol gespeeld. Dat zegt iets over schijn en werkelijkheid.

DE CHINESE EN Amerikaanse relaties worden gevoed door strategische overwegingen die elkaars spiegelbeeld zijn. Voorop staat de noodzaak van goede onderlinge betrekkingen, in de eerste plaats op het terrein van de economische relaties. In betekenis daaraan gelijk is de machtsbalans in het Verre Oosten. Hoewel het gewicht van de Verenigde Staten daarin afneemt, blijft het doorslaggevend. Er is eigenlijk geen land in de regio dat de Amerikanen werkelijk wil zien vertrekken. De onevenwichtigheid die daarvan het gevolg zou zijn, zou namelijk voor alle staten daar onoverzienbare risico's met zich meebrengen. Anderzijds wil ook Washington niet echt afscheid nemen van de regio omdat verzekering van de stabiliteit in het gebied van de Stille Oceaan er prioriteit heeft. Hier vallen het strategische en het economische belang samen.

Maar er is meer. De Amerikanen menen dat na de ineenstorting van het internationale communisme een historische kans is ontstaan voor verbreiding van de democratie en van de filosofie van de markt. Een land als China zou daarbij een voorbeeldfunctie kunnen verwerven. Zolang de Chinese gerontocratie de democratie evenwel geen kans geeft, de burgerrechten aan haar laars lapt en de markt slechts selectief en zoveel mogelijk ter bestendiging van de eigen privileges en macht toelaat, behoud de Amerikaanse regering zich het recht voor van tijd tot tijd tegendraads te zijn.

Het visum voor het Taiwanese staatshoofd was behalve een erkenning van de prestaties van deze eilandstaat ook een plaagstoot in de richting van Peking. Van eenzelfde gehalte waren de jongste uitlatingen van Amerika's handelsvertegenwoordiger Kantor als zou China bij lange na nog niet gereed zijn om in het wereldhandelssysteem te worden opgenomen.

OOK IN HET ONDERHOUD tussen beide staatshoofden gisteren werden weer de bekende hoofdwegen bewandeld en werd af en toe een van de uitgesleten zijstraten een eindweegs gevolgd. Voor Clinton heeft een dergelijk gesprek bovendien de verdienste dat de uiteenlopende lobby's in eigen land, de commercie, de ethici, het militair-industriële complex, ieder op hun beurt kunnen worden bediend. De accenten die achteraf worden gezet, maken dat duidelijk. Aan de hoofdlijn wordt van beide zijden intussen stug doorgewerkt. Volgende maand alweer in Osaka, ter gelegenheid van een topbijeenkomst van APEC, de Asian Pacific Economic Council.