Café in New York: gevoel voor eenvoud in Nederlandse traditie

NEW YORK, 25 OKT. In het Modern Museum of Art is gisteren het geheel opnieuw ingerichte café geopend met louter produkten van Nederlandse vormgevers. De stoelen, een deel van de tafels en de krukjes waren van Piet Hein Eek.

“Ik vind het prachtig geworden”, zegt de 28-jarige Eek, die samen met Nob Ruijgrok een bedrijfje heeft in Geldrop. “Het is niet homogeen, maar toch past alles bij elkaar. Het is heel bijzonder om ontwerpen van zoveel jonge Nederlandse vormgevers in een Amerikaans museum te hebben.” In het museumcafé hangen Nederlandse lampen, staan Nederlandse tafels en prijken affiches uit Nederland aan de muur.

'Dutch Design in the Garden Café' is ontstaan door de samenwerking van het MoMA, het Nederlands Vormgevingsinstituut en de Nederlandse consul Reyn van der Lugt. Het idee om iets in het café te doen ontstond bij de voorbereiding van de grote Mondriaan-tentoonstelling die nu in het museum te zien is. Uiteindelijk kwam het idee om het gehele interieur door Nederlandse vormgevers te laten doen. Een race tegen de klok met de inzet van tientallen organisatoren, sponsors en vormgevers resulteerde in de opening gisteren.

Het nieuwe café is geen kunstwerk maar een openbare ruimte. Vanaf vandaag rinkelen er de glazen en het bestek, schuiven de stoelen en tafels en rennen de kinderen. Het MoMA heeft per dag drie- tot vierduizend bezoekers en de helft ervan gaat ook iets eten of drinken. “Dit is een belangrijk evenement”, zegt Van der Lugt. “Het MoMA is een van de topmusea in de wereld dus het is geweldig dat we hier Nederlandse vormgeving kunnen tonen. Dit is zelfs nog nooit in een museum in Nederland gedaan.”

De eenvoudige tafeltjes van Piet Hein Eek worden afgewisseld met lange houten tafels (Thomas en Matthijs van Cruijsen) en rode vierkante tafeltjes (Opera), zoals die ook in café De Unie in Rotterdam staan. De lampen zijn van melkflessen gemaakt (Tejo Remy), van een verzameling peertjes (Rody Graumans) of van doorzichtige schemerlampjes (Henk Stallinga). De affiches aan de muur (Anthon Beeke, Lex Reitsma, Wild Plakken) tonen een voorstelling van Othello, Nederlandse postzegelonderwepen en operavoorstellingen. Alle elementen zijn samengevoegd door Frans Bevers en Lies Willers van vormgevingsstudio Opera.

De Italiaanse adjunct-conservator van het MoMA, Paola Antonelli, vindt dat er efficiëntie en eenvoud in Nederlandse ontwerpen zit. “Dat gevoel van eenvoud past in een Nederlandse traditie”, zegt Antonelli. “Nederlandse kunstenaars waren de eersten die de wereld in vereenvoudigde vormen durfden voor te stellen. Je ziet het in de grafische vormgeving en de architectuur.” Volgens Antonelli voel je als je een Nederlands interieur binnenkomt de kracht van ideeën. “De kenmerken zijn elegantie, eenvoud en functionaliteit en dat is hier ook te zien”, aldus Antonelli.

De kosten van de produkten en de inrichting van het museumcafé worden geheel gedragen door Nederlandse sponsors en het ministerie van cultuur. “Wij hebben daar het geld niet voor”, zegt James Snyder, adjunct-directeur van het MoMA. Toch blijft dan onduidelijk wat de bijdrage van het MoMA is aan dit vormgevingsproject. Volgens Snyder heeft het MoMA de ruimte leeg opgeleverd en de gelegenheid gegeven tot de nieuwe inrichting. Het café, dat ingericht was in een zogeheten belle-époquestijl, was de museummedewerkers al langere tijd een doorn in het oog. Ze waren blij dat ze het bruine interieur, ingericht tijdens de grote Matisse-expositie van enkele jaren geleden, konden opdoeken. Het huidige interieur blijft in elk geval enkele jaren en wellicht zelfs vele jaren. De affiches aan de muur worden elke paar maanden vervangen door andere ontwerpen.

    • Lucas Ligtenberg