Afschaffing ziektewet heeft het tij tegen

DEN HAAG, 25 okt. Het is een van de ongeschreven wetten in Den Haag. Grote en ingrijpende maatregelen moeten aan het begin van een kabinetsperiode worden getroffen. Het 'momentum' is in de politiek nu eenmaal van het grootste belang. Een kabinet zit weliswaar in principe vier jaar, maar de effectieve bestuursperiode is in feite een stuk korter. Het eerste jaar van het kabinet staat in het teken van de overgangsperiode, terwijl het laatste jaar al weer beheerst wordt door de nieuwe verkiezingen. Niet het beste moment voor vervelende maatregelen. Een kabinet moet het dus eigenlijk hebben van de twee tussenliggende jaren.

Het is dit ijzeren politieke tijdschema dat staatssecretaris Linschoten van sociale zaken dezer dagen opnieuw door het hoofd speelt. Afgelopen zomer kreeg hij de eerste tegenslag te verwerken. Zijn ambiteuze plannen om van de WAO een meer marktgerichte regeling te maken, werden met een jaar uitgesteld. Nu dreigt hetzelfde te gebeuren met de ziektewet. Een meerderheid in de Tweede Kamer bestaande uit PvdA, D66, CDA en GroenLinks voelt veel voor uitstel van het kabinetsvoorstel om de ziektewet af te schaffen. Dit had per 1 januari aanstaande moeten gebeuren maar het divers samengestelde verbond in de Tweede Kamer acht deze datum onhaalbaar. Ook al is de parlementaire behandeling op tijd afgerond dan nog blijft er voor bedrijven te weinig tijd over zich te verzekeren tegen de plicht om werknemers bij ziekte zeventig procent van hun loon te blijven doorbetalen, lieten de fracties gisteren aan de vooravond van het debat in de Tweede Kamer weten.

Politiek brisant, wordt de jongste wending al genoemd. Want hoewel procedurele argumenten worden aangevoerd, is in de politiek bijna niets zo inhoudelijk als de procedure. En de sociale zekerheid blijft de meest gevoelige pijler van het paarse bouwwerk. Eerder liep de kabinetsformatie op dit beleidsonderdeel vast. Omdat het de wens van VVD-fractievoorzitter Bolkestein was de problemen “nu op te lossen en niet door te schuiven naar de toekomst”, zoals hij toen in het Kamerdebat naar aanleiding van het mislukken van de formatie zei. In hoeverre zal uitstellen uitmonden in doorschuiven naar de toekomst? Bij de VVD zien ze de krantekoppen en commentaren al voor zich.

De uit de VVD-afkomstige staatssecretaris Linschoten heeft tot nu toe even beslist als beleefd de boot afgehouden. Zijn houvast is het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 waarin zowel de plannen ten aanzien van de WAO als de ziektewet nauwkeurig staan omschreven. Maar als bijna geen ander kent Linschoten de taaiheid van het wetgevingsproces als het om sociale zekerheid gaat. In het begin van de jaren tachtig werd hij als beginnend Kamerlid uitverkoren de ingrijpende stelselherziening voor de VVD-fractie 'te doen'. Naarmate de tijd verstreek zag hij de van oorsprong krachtige ingreep in het sociale zekerheidsstelsel meer en meer verzanden. Als lid van de oppositie zag hij ten tijde van het kabinet Lubbers-Kok hoe de coalitie van CDA en PvdA verstrikt raakte in de WAO met alle electorale gevolgen van dien.

In het 'paarse' kabinet zit Linschoten als staatssecretaris belast met sociale zekerheidswetgeving nu zelf aan de knoppen. En de geschiedenis lijkt zich wederom te herhalen. Er was het ferme regeerakkoord, gevolgd door ferme wetsvoorstellen begin dit jaar. Maar inmiddels is ook hij geconfronteerd met de tegenstroom. 'Technische' problemen noodzaakten het kabinet deze zomer de WAO-plannen met een jaar uit te stellen en nu voert een meerderheid van de Tweede Kamer zo'n beetje hetzelfde argument aan om het wat rustiger aan te doen met de ziektewet. Maar ondertussen neemt het maatschappelijk verzet toe, aangevoerd door de organisaties van werkgevers en werknemers.

Het probleem is dat de maatregelen van Linschoten de door de VVD bejubelde lastenverlichting die het kabinet heeft beloofd moeten financieren. Vandaar dat Linschoten niet nalaat er op te wijzen dat er linksom of rechtsom op de sociale zekerheid zal moeten worden bezuinigd. En als het om rechtsom bezuinigen gaat, heeft de VVD-er nog altijd een kant en klaar plan in de achterzak: het ministelsel in de sociale zekerheid. Een stelsel dat de PvdA verafschuwt. Kortom, de eerste echte hardheidstest voor 'paars' is aanstaande.

    • Mark Kranenburg