AFL CIO krijgt hervormer aan top

NEW YORK, 25 OKT. Voor het eerst in haar geschiedenis heeft de overkoepelende vakbondsorganisatie AFL-CIO verkiezingen voor de functie van voorzitter. De verwachting is dat John J. Sweeney (61) vandaag zal worden gekozen.

De AFL-CIO is al sinds maandag bijeen in het Sheraton Hotel en de twee kandidaten Thomas R. Donahue (67) en Sweeney proberen de gedelegeerden van de bonden over te halen op hen te stemmen. In totaal zijn er 1.020 afgevaardigden van 78 vakbonden die samen 13 miljoen werknemers tellen.

De verkiezing van een nieuwe leider op de tweejaarlijkse AFL-CIO-conventie volgt op het vertrek van Lane Kirkland, die in juli ontslag nam. In het verleden had de vertrekkende voorzitter altijd een gedoodverfde opvolger, maar nu is er een tegenkandidaat. Donahue was tweede man onder Kirkland en hij is een vakbondsman van de oude stempel. Hij is nu interim-president. Sweeney, die de Service Employees International leidt, is de uitdager en hervormer.

Volgens insiders heeft Sweeney 55 procent van de gedelegeerden achter zich, maar de secondanten van Donahue zijn nog druk aan het loven en bieden om een aantal vakbonden over te halen. Met het toezeggen van sleutelfuncties aan vakbondsleiders kan dat inderdaad nog lukken. De verwachting is echter niet dat Donahue het tij nog kan keren.

“Het moet wel een heel grote bond zijn die opeens nog een ommezwaai maakt”, zegt Leslie Haber, afgevaardigde van de Service Employees uit Arkansas. Ze is zaterdag al aangekomen en blijft tot vrijdag in de stad. “De stemmen over tussenvoorstellen wezen gisteren al op een ruime meerderheid voor Sweeney.”

Sweeney is een vertegenwoordiger van een bond die geen industrietak maar de dienstensector vertegenwoordigt. Dat is al een veelzeggende verandering binnen de AFL-CIO. Sweeney heeft ook toegezegd dat hij de vakbonden nieuw leven zal inblazen en door dat elan wordt hij vrijwel zeker gekozen. De AFL-CIO heeft zijn ledenaantal in de afgelopen decennia geleidelijk zien afkalven. Nog maar ongeveer 15 procent van de werknemers is lid van een bond.

Volgens de oude garde is het de schuld van de directies in Detroit, Pittsburgh en elders dat het ledenbestand is afgenomen. Volgens critici van het huidige beleid is de bondsleiding niet met zijn tijd meegegaan. Zo zouden ze de opkomst van het deeltijdwerk niet tijdig hebben onderkend en de werknemers onderaan de loonladder in de steek hebben gelaten. Ook zijn de bonden nog te veel bolwerken van mannen, zoals de verzameling mannelijke vertegenwoordigers ook weer laat zien. “Ja”, zegt Haber, “er zijn hier inderdaad maar weinig vrouwen. We verwachten van Sweeney dat hij die scheve verhouding enigszins rechttrekt.”

Sweeney streeft naar een soepeler werking van de bond. Hij wil speciale afdelingen binnen AFL-CIO opzetten die campagnes helpen organiseren, die langdurige stakingen begeleidt en van de pensioenfondsbeleggers actievoerende aandeelhouders maakt. Bovendien vindt hij dat mensen boven de 70 geen president van een vakbond kunnen zijn.