2001, A SPACE ODYSSEY

Als in een reclamespot gesuggereerd moet worden dat het te verkopen produkt (wasverzachter, computersoftware) een nieuwe fase in de menselijke beschaving aankondigt, is de kans groot dat Richard Strauss' Also sprach Zarathustra op de geluidsband klinkt. Ook zien we in zulke reclameuitingen nogal eens de evolutie van mensaap tot ruimtevaarder in een beeld samengebracht worden. In beide gevallen is de inspiratiebron onmiskenbaar 2001, A Space Odyssey, in 1968 geregisseerd door de in Engeland werkzame Amerikaan Stanley Kubrick (geb. 1928).

Toen de film uitkwam, was niet iedereen zo enthousiast. Met name onder Amerikaanse critici bleek de generatiekloof, die in 1968 breder was dan ooit, van beslissende invloed op de waardering voor de film. Het gebrek aan traditionele logica in het losjes op een kort verhaal van science-fictionauteur Arthur C. Clarke gebaseerde scenario, deed ouderen de schouders ophalen. Maar wie wel eens gesnuffeld had aan geestverruimende middelen, prees Kubrick om zijn visionaire moed.

Nu we nog maar zes jaar verwijderd zijn van het jaartal, dat minstens zo magisch werd als Orwells 1984, twijfelt bijna niemand meer aan de kwaliteiten van Kubricks film. Bij herzien kan zelfs geconstateerd worden dat niet alleen de fuzzy logics hun tijd vooruit waren, maar ook dat sommige details achteraf profetisch zouden blijken.

In 1968 hadden computers nog weinig te maken met ons dagelijks leven. Het waren enorme machines, experimenteel ontwikkeld door met name een firma, waarvan de naam maar drie keer een letter verschilt van die van HAL, de feitelijke hoofdpersoon van de film: een sprekende en denkende computer, die een bemande ruimtevlucht tot in de puntjes controleert. Ook de vriendschappelijke relatie in de ruimte tussen Amerikanen en Russen was in 1968 een grappige utopie. Op een vliegveld in 'outer space' voert een reiziger een telefoongesprek met zijn dochtertje op aarde door een plastic kaartje in een gleuf te stoppen; het beeldscherm meldt na afloop dat hij voor 1,75 dollar gecrediteerd wordt. Andere toekomstvoorspellingen van Kubrick zijn nog geen deel van onze dagelijkse realiteit geworden, vooral omdat er gezien de kosten weinig belangstelling voor zou blijken te bestaan: de beeldtelefoon en massaal ruimtetoerisme.

Kubricks verbeelding van de ontmoeting met een buitenaardse beschaving, gesymboliseerd door een monolitische, massale rechthoek, is romantisch en esoterisch. Behalve Richard Strauss vormen Johann Strauss' Die schöne blaue Donau en een requiem van Ligeti de muzikale associaties. In later films, zoals Steven Spielbergs Close Encounters of the Third Kind en E.T. werd gekozen voor een meer populistische, alledaagse invalshoek. In zijn koppeling van abstracte, tijdloze noties aan high tech is 2001, A Space Odyssey nog steeds de ultieme science-fictionfilm, zoals Kubrick ook in andere genres (zoals de kostuum-, griezel- en Vietnamfilm) het laatste woord zou spreken. En de beeldovergang van een in de lucht geworpen bot door een Neanderthaler naar een rondtollend ruimtevaartuig valt als kernachtige samenvatting van het begrip civilisatie door geen enkel reclamebureau meer te verbeteren.

    • Hans Beerekamp