Werkgevers protesteren fel tegen concurrentievervalsing

DEN HAAG, 24 OKT. De gezamenlijke Nederlandse werkgevers hebben bij minister-president Kok protest aangetekend tegen de concurrentievervalsende commerciële nevenactiviteiten door overheidsorganisaties. De Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties (RCO), die alle werkgevers in industrie, diensten en landbouw vertegenwoordigt, heeft de grieven in een brief aan Kok verwoord.

Op zichzelf beschouwt de RCO de tendens van een grotere markt- en klantgerichtheid van de verschillende (semi-) overheidsorganisaties als zeer positief, schrijven de werkgevers. Het oordeel wordt echter negatief als overheidsorganisaties hun voordelen (bijvoorbeeld het niet hoeven afdragen van 17,5 procent BTW en andere belastingvoordelen en subsidies) gebruiken om particuliere ondernemingen met lagere prijzen te beconcurreren. Met de huidige wetgeving kan dit soort concurrentievervalsing volgens de werkgevers maar zeer ten dele worden aangepakt. Daarom wordt, in navolging van de Sociaal-Economische Raad (SER) een jaar geleden, gevraagd om wettelijke maatregelen. De gezamenlijke werkgevers vinden “een algemeen verbod op het verrichten van commerciële nevenactiviteiten door (semi-) overheidsorganisaties” op zijn plaats. Uitzonderingen op dit algemene verbod zouden slechts onder “adequate, welomschreven voorwaarden in sectorwetgeving dienen te worden toegestaan”. Een onafhankelijk toezichthoudend orgaan dient dan te toetsen of aan een goede naleving van deze voorwaarden wordt voldaan.

In een toelichting op de brief somde voorzitter A. Rinnooy Kan van de Vereniging VNO-NCW namens de werkgevers 35 voorbeelden van klachten over oneerlijke commerciële activiteiten op, die de werkgeversvertegenwoordigers van hun leden hebben gekregen. Zo hebben gemeentelijke vuilophaaldiensten het voordeel dat ze geen BTW hoeven af te dragen. Bovendien hebben gemeentelijke afvalinzamelaars tariefvoordelen bij verbranding van het afval. Gemeentelijke vuilinzamelaars kunnen daardoor minimaal 20 procent goedkoper werken dan particuliere inzamelaars. In de helft van de gemeenten wordt het huishoudelijk afval al ingezameld door particuliere bedrijven.

Een ander voorbeeld betreft de benadeling van particuliere installatiebedrijven door commerciële activiteiten (onderhouds- en reparatiewerkzaamheden) van energiebedrijven. Woningcorporaties hoeven geen vennootschapsbelasting te betalen en krijgen allerlei subsidies en kapitaalinjecties van de overheid. Volgens de werkgevers is hier sprake van concurrentievervalsing ten opzichte van de institutionele beleggers (levensverzekeraars, pensioenfondsen). Bovendien is sprake van valse concurrentie omdat woningcorporaties hun financiële voordelen aanwenden door ook actief te zijn in andere marktsegmenten dan die van de sociale woningbouw. Penitentiaire inrichtingen bieden hun produkten en diensten in advertenties aan en openbare bibliotheken houden zich bezig met de verhuur van CD's en videobanden. Even waren ze zelfs van plan om zelf boeken te gaan verkopen, maar dat idee werd volgens de werkgevers “gelukkig net op tijd zijn nek omgedraaid”. Ook de op een na grootste uitzendorganisatie van Nederland, het aan de arbeidsvoorziening gelieerde Start, de gesubsidieerde thuiszorginstellingen, kinderopvang, juridische diensten en de gemeentelijke groenvoorziening kregen er vanochtend van Rinnooy Kan van langs.

De werkgevers voelen zich gesteund door een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, eerder dit jaar, waaruit bleek dat slechts bij 26 procent van de 162 onderzochte zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) een bepaling is opgenomen over de verhouding tussen de publieke taak en de commerciële activiteiten. Een voorbeeld van een ZBO is het Centraal Orgaan asielzoekes (COA), dat de opvang en begeleiding van asielzoekers regelt. Zelfstandige bestuursorganen hebben een zelfstandig bestuur, maar hebben wel contractueel vastgelegde verplichtingen jegens de overheid (bijvoorbeeld een informatieplicht). Ze zijn geen onderdeel van het ministerie, maar ook niet zo zelfstandig als overheidsbedrijven die de juridische vorm van een naamloze vennootschap hebben, zoals de NS en de Nederlandsche Bank.

De bewijsvoering van oneerlijke concurrentie is volgens de werkgevers moeilijk te leveren door allerlei ondoorzichtige kruissubsidies, waarbij de hoofdactiviteit van een (semi-) overheidsorganisatie wordt gesubsideerd, maar de nevenactiviteiten niet. Die nevenactiviteiten worden echter wel mogelijk gemaakt door overheidshulp ten behoeve van de hoofdactiviteit. Hoofdactiviteit en commerciële activiteit moeten daarom volgens de werkgvers in elk geval “boekhoudkundig transparant zijn”. Vaak laten gesubsidieerde instellingen zich volgens de werkgevers met commerciële activiteiten in om leegloop van personeel bij de publieke taak op te vangen. Volgens de werkgevers moet de overheid een duidelijke keuze maken. Of een overheidsorganisatie beperkt zich uitsluitend tot de publieke taak, of begeeft zich met alle activiteiten op de commerciële markt.