Vlucht in D-mark tekent teloorgang EU-convergentie

AMSTERDAM, 24 OKT. Terwijl ABN Amro gisteren in Amsterdam bij een dalende koersindex alle zeilen moest bijzetten om de uitgiftekoers van KPN tegen de 55 gulden te houden, begroette KPN-topman Wim Dik op hetzelfde moment op Wall Street de hógere openingskoers van het aandeel aldaar met een applausje.

Het verschil tussen de dalende KPN-koers in Amsterdam en de stijgende koers op Wall Street ligt aan de dollarkoers, die gisteren sterk terugliep tot ongeveer 1,55 gulden en daarmee op het laagste punt is sinds begin augustus. Terwijl in guldens KPN zijn koers niet kon vasthouden, ging het aandeel in dollars omhoog.

Overal maken de valutakoersen op dit moment de dienst uit op de financiële markten. Een hernieuwde vlucht in de D-mark verzwakte gisteren de munten en obligaties buiten het D-markblok (dat lijkt te krimpen tot alleen nog Duitsland en Nederland) en joeg de aandelenkoersen in Europa naar beneden. De handel toont zich daarbij zeer gevoelig voor politieke onzekerheden: de lire is afgezakt naar 9,61 gulden per 10.000, even laag als begin dit jaar tijdens de teloorgang van het kabinet-Berlusconi. Directe reden is ditmaal de naderende motie van wantrouwen van diezelfde Berlusconi tegen het zakenkabinet-Dini, die grote kans maakt verderop in de week te worden aangenomen en zo kan zorgen voor een politieke crisis. De Franse franc is met een koers van rond 31,70 gulden per 100 even laag als drie weken terug, toen de Banque de France zich genoodzaakt zag de munt te verdedigen met een hogere rente. Directe reden is het onderzoek dat wordt gedaan naar de omstandigheden waaronder president en voormalig Parijse burgemeester Chirac's zijn woning aan de oever van de Seine bemachtigde. Het pond sterling viel naar 2,45 gulden, even laag als tijdens de zomercrisis rond John Majors Conservatieve leiderschap. Directe reden hier was de onzekerheid over de Britse begroting en de achterstand van minister van financiën Kenneth Clarke om de financiering van dat tekort dit jaar op de kapitaalmarkt rond te krijgen. De Oostenrijkse schilling hield zich relatief stabiel, maar de obligatie- en aandelenmarkt kreeg gisteren, evenals de gehele vorige week zware klappen door een dreigende regeringscrisis.

Overal, kortom, weet de financiële handel wel een incident aan te wijzen dat de massale Europese koersval, die dit jaar al ettelijke malen optrad, kan verklaren. Maar los van de incidenten dringt een conclusie zich steeds meer op: de financiële en economische convergentie in Europa staat op het punt te mislukken, en dat is goed af te lezen aan de financiële markten.

Die convergentie stond juist aan het begin van dit jaar centraal bij met name de grote institutionele beleggers. Zij werden door hun strategen en adviseurs massaal in de richting gestuurd van de hoogrentende markten, zoals Spanje, Italië, België en Frankrijk. De toenadering tussen de onderlinge financiële karakteristieken van de EU-landen zou er voor zorgen dat de renteniveaus elkaar zouden naderen. En dat betekende dat met name in Zuid-Europa grote winsten in het verschiet lagen. Als de (hoge) rente op Italiaanse staatsobligaties daalt in de richting van die van Duitsland, dan heeft de belegger eerst het voordeel van die aanvankelijk hoge rente, daarna het voordeel van de stijgende obligatiekoers en, omdat een herstellende lire ook nog deel uitmaakt van dat scenario, is er ook nog een valutawinst te behalen. Datzelfde scenario werd getekend voor Spanje en Portugal, Zweden en in mindere mate (zonder de valutawinst) Frankrijk en België.

Het scenario had als een van de belangrijkste vooronderstellingen dat de economische en begrotingspolitiek in de EU-landen gericht is op onderlinge toenadering in het kader van de naderende muntunie. Maar de muntunie in 1999 blijft onzeker en de nationale politieke slagkracht in de lidstaten die de grootste bezuinigingsprestatie zullen moeten leveren om te worden toegelaten, taant.

Vandaar dat iedere, en zeker elke Duitse, hint in de richting van uitstel van de muntunie en elk teken van politieke verzwakking in de Europese 'periferie' leidt tot een terugbewegende golf van internationaal beleggingskapitaal. Er is door internationale beleggers veel op de convergentie ingezet, en dus valt er nog veel terug te trekken nu het fout dreigt te lopen. Meestal maakt dat de zaak alleen maar erger: de 'periferie-beleggingen' worden óf direct contant gemaakt in harde Duitse marken óf worden eerst verkocht voor dollars, die als tussenstation fungeren, om daarna alsnog in marken te worden omgezet. Deze periodieke vlucht in de D-mark verzwakt daarmee niet alleen de overige EU-munten, zoals de lire, de peseta, de kroon of de franc, maar zet ook extra druk op de dollar tegenover de mark. Waardoor op dagen als gisteren ook de aandelenbeurzen in de 'kern' van Europa het slachtoffer van de dollarkoers worden, en bestuursvoorzitters als KPN-topman Dik naar New York moeten afreizen om een koersstijging van hun aandelen gade te kunnen slaan.