Vijftig jaar

HET VIJFTIGJARIG BESTAAN van de Verenigde Naties wordt gevierd in een plichtmatige sfeer. Het warmste onthaal van de vergadering kreeg Fidel Castro, eens een tot de verbeelding sprekende revolutionair, sinds jaren nu al weer een eenzame grijsaard op een geïsoleerd eiland. Het verleden sprak en dat zegt weinig goeds voor de toekomst. President Clinton overschreed zondag de hem toegemeten tijd, maar kwam in zijn rede niet veel verder dan een pleidooi voor de strijd tegen het terrorisme en tegen het witwassen van drugsgeld. Niet onbelangrijk - maar in de algemeenheid van de presidentiële voordracht toch vooral een vrome wens.

Gisteren kwamen dan de Europeanen aan de beurt. Britten en Fransen onderstreepten hun onafhankelijkheid door boze woorden te wijden aan de achterstalligheid van de Amerikaanse contributie-afdracht aan de VN. De oorzaak daarvan ligt in het Congres, en het ziet er niet naar uit dat de Amerikaanse volksvertegenwoordigers onder de indruk zullen raken van de kritiek. Dat de Brits-Franse verontwaardiging bijvoorbeeld de weerstand in het Congres tegen het zenden van Amerikaanse troepen naar Bosnië zal verminderen, ligt niet voor de hand. De vraag rijst wat Londen en Parijs van hun onvriendelijke publieke demarche hebben verwacht, afgezien van het applaus van het grotendeels van VN-subsidies afhankelijke publiek.

Natuurlijk ging het ook weer over de noodzakelijke sanering van tal van goedbedoelde maar weinig effectieve VN-organen. De litanie der hervormers heeft in de loop van vele jaren een bijna metafysisch gehalte gekregen. De Amerikanen van hun kant zeggen dat eerst maar eens orde op zaken moet worden gesteld alvorens zij hun verplichtingen zullen nakomen. Maar ook dat argument is aan slijtage onderhevig, nu het beoogde effect al zo lang op zich laat wachten. De in zichzelf verdeelde Amerikaanse politiek maakt een opportunistische indruk: de president kent de VN een bijzondere rol toe in zijn buitenlands beleid, de volksvertegenwoordiging onthoudt de volkerenorganisatie de middelen waarop zij recht heeft.

DE VN VOLDOEN VOORAL als plaats van samenkomst, als diplomatieke markt waar, zo er al geen zaken worden gedaan, toch over en weer posities worden geschouwd. Zo konden Clinton en Jeltsin melden dat zij over een gezamenlijk optreden in Bosnië overeenstemming hadden bereikt en desondanks toch verdeeld waren gebleven. Amerikanen en Russen zijn het er over eens dat Bosnië geen verziekende splijtzwam mag worden. Maar de problemen schuilen in de details, de oplossing werd naar goed gebruik naar een volgende fase verwezen. Hetzelfde gold voor het plan de NAVO tot Oost-Europa uit te breiden. Jeltsins aanvankelijke korzeligheid was gisteren dan ook omgeslagen in openhartige vrolijkheid.

In de marge van de festiviteiten is dan nog de opvolging van NAVO-secretaris-generaal Claes aan de orde gekomen. Daar voltrekt zich de Nederlandse lobby voor ex-premier Lubbers die door de in New York aanwezige bewindslieden Kok en Van Mierlo geen lobby mag worden genoemd. Den Haag wil niet voor de zoveelste keer het hoofd stoten en het wil Lubbers uit de wind houden. Maar de race wordt nu eenmaal in de publiciteit gelopen, ook al hebben de direct betrokkenen het beginsein nog niet willen geven. En daar zullen ook de gevolgen worden gewaardeerd van zege of nederlaag.