STE pakt toenemende beursfraude strenger aan

AMSTERDAM, 24 OKT. Zes jaar na de strafbaarstelling van effectenhandel met voorkennis is de oogst mager. Eén verdachte heeft zijn zaak vorig jaar met een boete geschikt, de enige twee nog lopende procedures draaien - hoogstwaarschijnlijk - op vrijspraak uit. Intussen stijgt op de Amsterdamse effectenbeurs het aantal dubieuze transacties dat in verband lijkt te staan met misbruik van voorkennis, zoals informatie over op handen zijnde overnames.

“Het is niet te ontkennen dat het toeneemt”, zegt directeur-secretaris mr. E. Canneman van de Stichting Toezicht Effectenverkeer, STE, die in opdracht van de overheid onder meer de beurs controleert en beursfraude opspoort.

Canneman, een voorzichtig formulerend voormalig ambtenaar van het ministerie van financiën die de STE leidt sinds de oprichting in 1989, krijgt de komende maanden de touwtjes in handen van wat - in elk geval op papier - een vèrgaand gestroomlijnd opsporingsapparaat voor beursfraude is. De nieuwe hoofdrol voor de STE moet een einde maken aan de vertraging en versnippering van de opsporing. Die wordt veroorzaakt door de opeenvolging van onderzoekers - het controlebureau van de effectenbeurs, de STE, de Economische Controledienst (ECD) - die elk met verschillende bevoegheden het net moeten aanhalen rondom verdachte (ver)kopers in de beurshandel.

Waar Canneman een jaar of wat geleden in informele gesprekken nog huiverig voor was, wordt nu werkelijkheid. De STE verandert steeds meer in de Securities & Exchange Commission, de SEC, de machtige Amerikaanse beurscommissie die sinds 1933 toezicht houdt op de effectenbeurs en de beursfraude opspoort. De SEC, de schrik van Wall Street, is met zijn duizenden medewerkers en zijn vergaande bevoegheden, waaronder het opleggen van boetes, een voorbeeld voor andere financiële toezichthouders.

Is er sprake van een stille Hollandse omwenteling? Canneman: “Er is geen sprake van een revolutie. Het is een proces van evolutie geweest. Dit is typisch Nederland: alles gaat geleidelijk.”

Canneman erkent dat de nieuwe aanpak mede is ingegeven door de concentratie van kennis aan de kant van zijn belangrijkste tegenspelers: in voorkenniszaken gespecialiseerde advocaten. Slepende onderzoeken beschadigen personen en/of bedrijven en kunnen de overheid blootstellen aan forse schadeclaims als de zaak als een nachtkaars uitgaat. Op de maximale duur van een onderzoek wil Canneman zich niet vastleggen. “Elk onderzoek is anders. De deadline voel je. Een dreigend afbrokkelend imago voel je. Dat legt een tijdsklem.”

Toch is de specialisatie bij de tegenpartij niet de enige reden voor de nieuwe rol van de STE, zo zet Canneman samen met zijn hoofd toezicht drs. C.J. Dasselaar uiteen. De afgelopen jaren is steeds duidelijker de noodzaak gerezen van een onafhankelijke toezichthouder op de financiële markten. Nu is dat toezicht, op basis van de oer-Hollandse zelfregulering, nog grotendeels in handen van de bedrijfstak zelf, in dit geval van de Vereniging voor de Effectenhandel, zoals de effectenbeurs officieel heet. Er is sprake van een nieuwe verzakelijking, waarin zelfregulering minder dogmatisch wordt bekeken, zegt Canneman met typerend understatement.

Verschillende affaires, waaronder de ondergang van dubieuze effectenkantoor Nusse Brink, en de gewijzigde politieke kleur op Financiën, waar minister Zalm helderheid in de verantwoordelijkheden wil, hebben de STE in de kaart gespeeld. “Zelfs de schijn van afhankelijkheid moet worden vermeden”, is Cannemans devies. De effectenbeurs blijft verantwoordelijk voor handhaving van het interne tuchtrecht, het handelssysteem en de toelating van effecten tot een officiële beursnotering, maar wel onder het toezicht van de STE. De STE wordt de bevoegde autoriteit bij het verstrekken van de vergunningen aan intermedairs als banken en commissiehuizen.

De STE wil de effectiviteit van de opsporing van verdachte effectenhandel vergroten door snellere samenwerking en bundeling van kennis en informatie. Met het oog daarop zal de STE vanaf volgend jaar bij onderzoeken naar misbruik van voorkennis het voortouw nemen. De staf van de STE wordt uitgebreid: 6 jaar geleden begon de STE met 4 mensen, nu zijn het er 14 en het plan is dat aantal te verhogen tot ruim 20.

Het controlebureau van de effectenbeurs, dat nu het eerste onderzoek doet en vervolgens het dossier bij voldoende verdenking aan de STE geeft, zal zich alleen nog maar bezighouden met interne beurstoezicht, zoals het in de gaten houden van de financiële gang van zaken bij beursfirma's. Met deze scheiding van taken en bevoegheden moet ook de duidelijkheid gediend zijn. Nu krijgen de speurders van het controlebureau regelmatig het verwijt dat het niet helder is met welke pet zij een onderzoek uitvoeren: als beurswerknemer of als de met ruimere bevoegheden beklede STE-vertegenwoordiger.

De STE op haar beurt wil straks zo snel mogelijk bij verdachte zaken de ECD inschakelen, die over nog ruimere bevoegdheden beschikt dan de beurswaakhond zelf en bijvoorbeeld bewijsmateriaal in beslag kan nemen. Canneman: “Het is een rijdende trein. De machinist wisselt, maar de trein rijdt door.” Daarna moet het dossier “panklaar” belanden op het bureau van de Amsterdamse officier van Justitie J. Wortel die zich bezighoudt met financiële fraude.

Het vervolgtraject van ECD en Openbaar Ministerie zorgt echter voor haperingen. Met de ECD is weliswaar een convenant gesloten over de samenwerking, maar de capaciteit en de deskundigheid van de ECD moeten worden uitgebreid, vindt Canneman. De bezetting van het controlebureau van de beurs, nu nog de eerste schakel in de voorkennisonderzoeken, is de afgelopen jaren bijna verdrievoudigd tot 26 mensen, al doen die lang niet allemaal beursfraude-onderzoek. Als de ECD daarbij nu achterblijft is dat “killing”, zegt Canneman fel. “Daar praten wij al jaren over”.

Ook wil Canneman een ingewerkte officier van Justitie. Het roulatiebeleid op het Openbaar Ministerie, waarbij officieren van sector wisselen, zorgt niet voor voldoende continuïteit. De frequentie van de roulatie baart hem zorgen. “Aan deze tafel hebben de afgelopen zes jaar vier officieren gezeten. Elke anderhalf à twee jaar zit er een nieuwe. Ik word er een beetje moe van.”