Sportbeoefening

In een artikel over sportbevordering (NRC Handelsblad, 9 oktober) zet auteur Paul Strijp kanttekeningen bij het actieplan van de sportoverkoepelende organisatie NOC-NSF, om jongeren meer aan het sporten te krijgen. Het geeft volgens hem een te somber beeld door te stellen dat de sportdeelname afneemt bij HAVO/VWO leerlingen.

De auteur, die zich als bewegingswetenschapper afficheert, is blijkbaar niet op de hoogte van het Amsterdamse Groei en Gezondheids Onderzoek, van april dit jaar. Daaruit blijkt dat tussen de 13 en 27 jaar de dagelijkse hoeveelheid lichaamsbeweging letterlijk achteruit holt. Op 13-jarige leeftijd spelen/sporten de onderzochte jongens en meisjes nog gemiddeld vier uur per week, maar op hun zestiende is dat met liefst 75 procent afgenomen. Vanaf hun zestiende jaar blijken de mannen en vrouwen niet meer toe te komen aan de noodzakelijke hoeveelheid lichaamsbeweging van 30 minuten per week. Als we vervolgens kijken naar het aandeel van de sportbeoefening, dan is dat op dertienjarige leeftijd slechts 10 procent van alle lichaamsbeweging. Er is sprake van een tegenovergestelde leeftijdstrend: Vanaf het zestiende jaar loopt het aandeel van de sportbeoefening op naar 35 procent van alle lichaamsbeweging op 27-jarige leeftijd. Sportbeoefening wordt dus juist belangrijker op volwassen leeftijd en dat komt niet zozeer omdat er met het ouder worden meer en intensiever gesport wordt, maar omdat na de schoolperiode er behalve aan sport nauwelijks nog aan andere lichaamsbeweging wordt gedaan (traplopen, wandelen, fietsen, enzovoort). Bovendien betreft dit onderzoek geen eenmalige peiling, zoals het aangehaalde TNO rapport, maar een diepgaand vervolgonderzoek waarbij echte veranderingen in bewegingsgedrag over een leeftijdstraject van 12 tot 28 jaar werden onderzocht bij dezelfde mannen en vrouwen! Interessant is dat de mannen en vrouwen in dit onderzoek, die veel aan lichaamsbeweging blijven doen, geleidelijk aan een steeds betere conditie gaan vertonen in vergelijking met hun leeftijdsgenoten die weinig lichamelijk actief zijn. De verschillen zijn op 27-jarige leeftijd maar liefst twee tot drie maal zo groot als aan het begin van het onderzoek op dertienjarige leeftijd. Dit wijst er op dat lang volgehouden lichaamsbeweging de gezondheid bevordert.

    • Prof.Dr. Han C.G. Kemper
    • M.B.T. Bewegen Vu- Amsterdam