SP-leider houdt van Mao en Graf

DEN HAAG, 24 OKT. Over feminisme: “Ik heb het altijd een kleinburgerlijke beweging gevonden. Omdat-ie uit niks anders dan kleinburgers bestond en dan nog van het ergste soort ook. Gelijkberechtiging van man en vrouw: uitstekend. Maar dé vrouw opzetten tegen dé man: bah, onzin. Een zus van mij is daar ook een tijd mee behept geweest. Ze is ervan teruggekomen en sinds die bekering gaat het aanmerkelijk beter tussen ons.”

Voorzitter Jan Marijnissen van de Tweede Kamerfractie van de Socialistische Partij geeft zich deze week bloot in een interview met het weekblad Nieuwe Revu. Over de Tweede Kamer: “Dit is mijn wereldje niet: opportunisme, hypocrisie, wolligheid, bureaucratie, inefficiëntie, hypes. Maar goed, ik wil alles in het leven geprobeerd hebben. Zelfs Den Haag.” Over de linkse intellectuelen van vroeger: “Ze kwamen doorgaans uit gegoede milieus en zaten in de linkse hoek omdat het in de mode was en omdat daar de mooiste meiden zaten.” En: “Feit is dat het intellectuele linksistische gelul in de praktijk nul-komma-nul voorstelde. Het was hol.”

Het is een bizar vraaggesprek, waarin Marijnissen zegt nog steeds niet te weten of je Mao wel een massamoordenaar mag noemen, melding maakt van zijn heimelijke liefde voor Steffi Graf (“Ik ben niet zo grof als Mart Smeets, maar ik kan me iets voorstellen bij wat hij over haar schreef: dat ie 'm er bij Steffi wel eens in wilde hangen”), en in huilen uitbreekt als het over de dood van zijn vader gaat (“sorry, ik praat hier eigenlijk nooit over. Als ik ergens een rothekel aan heb is het wel aan therapeuten en aan mensen die daar naar toe gaan.”)

Hij ergert zich aan politici als minister Wijers van economische zaken die hij een apostel van het rauwe kapitalisme en verkenner van de Nederlandse belastingwetgeving noemt en aan premier Kok die zijn verleden verloochent. Ten slotte mede-oppositiepartij GroenLinks: “Elke ideologische samenhang ontbreekt. En ik zie bijna niemand van GroenLinks op werkvloerniveau de handen uit de mouwen steken”.