Softbalploeg zoekt 'Amerikaanse' kanjer

ROTTERDAM, 24 OKT. Ze mag niet jonger zijn dan twintig jaar, niet ouder dan 28. Ze moet uitkomen voor een topteam in de Verenigde Staten. En ze moet een Nederlands paspoort kunnen krijgen om zich vanaf maart volgend jaar met de nationale softbalploeg voor te bereiden op de Olympische Spelen in Atlanta.

Ruud Elfers, bondscoach van het Nederlandse team, weet wat hij wil: een Amerikaanse werpster die over geweldige kwaliteiten beschikt en haar roots in Nederland heeft liggen. De komende vier maanden hoopt Elfers haar door advertenties in een Amerikaans softbalblad te vinden, want volgens de bondscoach kan “een absolute kanjer” komende zomer het verschil uitmaken tussen een derde plaats of een optreden van de softbalploeg in de olympische finale.

Nederland kwalificeerde zich eind juli op een in eigen land gehouden toernooi voor 'Atlanta'. De softbalploeg behoorde internationaal doorgaans tot de subtop, maar met het aantreden van Elfers in 1993 werden de ambities hoger gesteld. Een topklassering op de Spelen van 1996 werd het grote doel van coach én speelsters.

De bondscoach denkt dat een finaleplaats tot de mogelijkheden behoort, vooral als zijn selectie kan worden uitgebreid met een topwerpster uit Amerika. Want volgens Elfers is zijn huidige pitching-staff niet breed genoeg voor een lang en zwaar toernooi als de Spelen.

Het idee om op zoek te gaan naar een Amerikaanse met Nederlandse ouders ontstond vorig jaar. Bij een toernooi in de Verenigde Staten viel het Elfers op dat bij verschillende tegenstanders speelsters meededen met een Nederlands aandoende achternaam. Begin augustus, na het kwalificatie-toernooi voor de Spelen, hakte de bondscoach de knoop door: als het tot de mogelijkheden behoort om een goede Amerikaanse werpster met een dubbel paspoort voor Nederland uit te laten komen, waarom zou hij daar dan geen gebruik van maken?

Zijn speelsters wisten toen nog van niets. Zij werden afgelopen zondag pas ingelicht op een bijeenkomst in Utrecht. Volgens Elfers waren de softbalsters wel even stil nadat hij hen over zijn plannen had verteld. “Maar niet voor lang. Al snel gingen we weer over tot de orde van de dag. Ik heb een fantastische groep meiden. Ze zien concurrentie niet als een last, maar als een uitdaging om zelf nóg beter te worden. Om zó goed te worden zelfs, dat ze zeggen: 'Kom maar op met die Amerikaanse, want wij zijn niet bang voor haar'.”

Elfers heeft sinds zijn aantreden voor een sterke teamgeest gezorgd bij Oranje. Niet de individuele speelsters zijn belangrijk, maar de ploeg - inclusief reserves en speelsters die tegen de selectie aanzitten - als geheel. Zijn softbalsters gaan voor hem én elkaar door het vuur. Daarom verwacht de coach ook geen problemen als een Amerikaanse op de advertentie reageert en de gezochte 'kanjer' blijkt te zijn. Want het team droomt maar van één ding: goud in Atlanta.

Volgens de internationale regels mag de Amerikaanse voor Nederland uitkomen als zij ook aanspraak kan maken op het Nederlandse paspoort. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer één van de ouders van Nederlandse afkomst is. Een andere voorwaarde is, dat ze nog nooit voor een vertegenwoordigend team van de VS is geselecteerd. Verder moet ze, als Elfers haar geschikt acht, lid worden van een Nederlandse club. Tot slot moet de Amerikaanse, die niet meer dan een onkostenvergoeding zal krijgen voor haar verblijf bij de Nederlandse ploeg, zich kunnen aanpassen aan de groepsmentaliteit die bij Oranje heerst. Elfers: “Kan zij dat niet, dan ben ik niet geïnteresseerd. Hetzelfde geldt voor Nederlandse speelsters. Vandaar dat ik wil dat de Amerikaanse zich al in maart bij de selectie voegt, zodat we snel genoeg kunnen zien of het klikt of niet.”

Ook zonder goede Amerikaanse werpster denkt Elfers dat het bereiken van de olympische finale tot de mogelijkheden behoort. “Alleen worden we dan iets meer afhankelijk van de geluksfactor.” En dat wil de coach, die de voorbereiding op Atlanta al tot in de puntjes geregeld heeft, zoveel mogelijk voorkomen.

    • Paul de Lange