Mooi bij vogels, mooi bij mensen;Oh wat is rossig mooi!

Het is mijn bedoeling hier een of twee boeiende opmerkingen te maken over mooi bij vogels en mooi bij mensen. Maar eigenlijk gaat het over het mysterie van het lezen - hoe men al lezende een ontmoetingsplaats kan vormen voor wetenswaardigheden die anders maar zo'n beetje langs elkaar heen zouden leven.

Over mooi bij mensen stond een artikel van Ad Bergsma in de wetenschapsbijlage van deze krant. In één zin samengevat: een prettig uiterlijk is een handige kruiwagen in het maatschappelijk verkeer.

Mooie mensen hebben meer kans op een baan. Bij sollicitaties valt de beslissing vaak al bij de eerste oogopslag. Een innemend voorkomen overtuigt makkelijker dan een goed getuigschrift.

Amerikaanse onderzoekers gaven pas afgestudeerde bedrijfskundigen cijfers van 1 tot 5 op een schaal van aantrekkelijkheid. Knappe mannen wisten hogere aanvangssalarissen te bedingen dan lelijke. De allerknapsten verdienden na verloop van tijd gemiddeld per jaar tienduizend dollar meer dan de allerlelijksten. Voor mooie en lelijke vrouwen gold, met de nodige verfijning, iets soortgelijks.

Goed, dat zal niemand van zijn stoel doen vallen. Bovendien: dat hééft al in de krant gestaan. Waarom dan nog een keer? Omdat vermoedelijk lang niet iedereen dit heeft gelezen met rosse grutto's in zijn achterhoofd.

De wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad verschijnt op donderdagavond. Die ochtend was ik teruggekeerd van Texel. Op een stapeltje lagen overdrukken, die me waren toegestopt door Theunis Piersma. Piersma werkt bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en de betreffende publikatie was al van 1993: Hoe rosser de grutto, hoe beter ie trekt.

Anders dan gewone grutto's manifesteren rosse grutto's zich bij ons vooral als kustvogels en doortrekkers. Op hun voorjaarstrek arriveren ze rond de 30ste april. Ze komen uit West-Afrika en zijn bij aankomst doorgaans deerlijk vermagerd en volledig uitgeput. En ze hebben maar een maand om aan te sterken. Uiterlijk 1 juni zijn ze alweer onderweg naar hun broedgebieden in Siberië.

In de tussentijd moeten de vogels hun lichaamsgewicht zien te verdubbelen. Dat betekent een toename van bijna 3 procent per dag, zo ongeveer het uiterste van wat fysiologisch mogelijk is. Toch zijn er rosse grutto's die bij deze maximale prestatie een deel van hun energie besteden aan iets dat op het eerste gezicht een frivoliteit is. Net of het atleten zijn die tijdens de marathon de moeite nemen om hun haar te kammen.

Ze ruien in Afrika en arriveren hier in een roestrood zomerkleed. Sommige rosse grutto's laten het daarbij, andere hernemen en voltooien de rui tijdens hun verblijf op onze Wadden. Dat betreft dan de vervanging van de laatste borst- en buikveertjes, wat al met al nog een flinke inspanning vergt en zo op het oog niet meer oplevert dan wat extra kleur. Maar het zijn, zoals je al kon vermoeden en bij onderzoek onomstotelijk werd vastgesteld, de zwaarste vogels die zich deze inspanning kunnen veroorloven.

De zwaarste rosse grutto's vertrekken het rossigst naar Siberië en daar zijn vervolgens de rossigste het meest in trek bij de paarvorming. Logisch. Het uiterlijk vormt in dit geval een betrouwbare graadmeter voor het innerlijk. De kleur geeft te kennen: deze vogel is een zuinige vlieger, deze vogel behoort tot de beste eters, deze vogel is kerngezond, deze vogel barst van de fitness, dit is een geluksvogel.

Mooi bij vogels. Stel dat rosse grutto's gedichten schreven. Hun poëzie zou bol staan van superlatieven voor het verschijnsel dat wij rossig noemen.

Nou, dat boeit mij. En dan lees ik een halve dag later over mooi bij mensen en dat boeit me dan nog meer. Biologie, denk ik dan, allemaal biologie.

Ik weet niet of ik dit kan uitleggen, ik weet niet of ik dit wil uitleggen, maar als ik aan biologie denk, allemaal biologie, denk ik iets prettigs, iets triomfantelijks, iets dat me een beetje op mijn gemak stelt.

Niet dat het iets over onze toekomst zegt, natuurlijk niet, het zegt niets over onze toekoemst, maar het geeft in ieder geval het houvast van een afkomst.

De rosse grutto's in mijn achterhoofd geven dat artikel van Ad Bergsma een extra dimensie. Natuurlijk is het niet precies hetzelfde, niets is ooit precies hetzelfde. Rosse grutto's dichten niet, of zij benul van mooi en lelijk hebben zal vermoedelijk zelfs voor Theunis Piersma altijd een raadsel blijven. Maar hoe zit het met onze eigen opvattingen over mooi en lelijk? Hoe komen wij aan cijfers van 1 tot 5 op een schaal van aantrekkelijkheid?

Voor een blauwe reiger is een kikker een natte aardappel, voor ons kan een kikker mooi zijn. Mooi en lelijk zijn bij uitstek begrippen waarmee wij de natuur achter ons proberen te laten. Wij rekenen mooi en lelijk volledig tot het domein van de cultuur. Maar zelfs ons oordeel over schone kunsten is altijd hopeloos verstrengeld met een taxatie van succes - het gebleken succes van een klassieke componist of het mogelijke succes van een debuterende schrijver. Succes is verbonden met rangorde en wat we van rangorde weten komt voor een aanzienlijk deel uit de biologie.

Dus dat staat daar nou wel zo makkelijk, dat mensen succes hebben omdat ze mooi zijn, maar ís dat ook zo? Kan het niet andersom zijn? Zijn wij niet geneigd mensen mooi te vinden omdat ze nu eenmaal succes hebben. Wat heet mooi? Wat is succes?

In de natuur (nemen wij aan) is succes onlosmakelijk verbonden met voortplanting. Rosse grutto's kunnen ervan opaan dat de rossigste partners de meeste en beste jongen opleveren. In vergelijking daarmee is succes bij pas afgestudeerde bedrijfskundigen een diffuus en bijna onhanteerbaar begrip. Maar je hoeft niet eens zo vreselijk ver terug of zo vreselijk ver van huis om ook hier weer op een biologische component te stuiten. Wat dat betreft komt het waanzinnig goed van pas als je net met Darwins hofvijver van Tijs Goldschmidt bezig bent.

Hij meldt uit Tanzania dat mannen hun bruid nog moesten kopen. Voor mollige meisjes werd meer betaald dan voor magere, omdat mollig als een aanwijzing voor gezondheid gold. Duurder was een meisje naarmate ze eerder geslachtsrijp was ('naar neo-darwinistische maatstaven terecht, want deze vrouwen krijgen inderdaad enkele kinderen meer dan gemiddeld') en naarmate ze van verder weg kwam ('misschien omdat een man in de praktijk meer heeft aan een vrouw die hem en zijn huishouden volledig is toegewijd dan aan een echtgenote die daarnaast beschikbaar moet zijn om karweitjes op te knappen voor haar familie').

Of de duurste meisjes ook als de mooiste werden beschouwd blijft onvermeld, maar dat kan haast niet anders. Dan kun je zeggen dat hun mooi-zijn werd uitgedrukt in koeien, geiten en schapen, net zoals het mooi-zijn van Amerikaanse bedrijfskundigen wordt uitgedrukt in dollars.

Nu nog even terug naar Bergsma. Uit zijn artikel blijkt dat ook bij mensen het uiterlijk als graadmeter voor innerlijke kwaliteiten kan fungeren en dat lelijk betrekkelijk eenvoudig in mooi kan veranderen.

Amerikaanse onderzoekers boden een saaie, onaantrekkelijke studente de kans om uit te gaan met de populairste jongen van het jaar. Weldra stond haar agenda vol met afspraakjes met andere jongens. Het meisje kreeg zelfvertrouwen en bloeide zichtbaar op. Haar succes veranderde in schoonheid en haar schoonheid in succes, terwijl die jongens ondertussen natuurlijk vooral elkaar in de gaten hielden.

En Goldschmidt weer: mannetjes van stekelbaarzen verzamelen in hun nest de eieren van verschillende vrouwtjes - de vrouwtjes van hun kant vertrouwen hun eieren bij voorkeur toe aan mannetjes die al eieren hébben.

Je kunt je dat voorstellen. Het eerste vrouwtje moet zich helemaal haar eigen oordeel vormen en dat kost tijd en energie. Nummer twee speculeert al een beetje op de keus van haar voorgangster. Nummer drie en vier gaan er maar vanuit dat een mannetje dat zoveel succes heeft nooit helemáál verkeerd kan zijn.

Met andere woorden: het is echt nog niet zo gek om te doen wat een ander doet. Neem een partner die best iemand anders had kunnen krijgen, koop een boek dat iedereen koopt, lees de krant die iedereen leest - biologie, allemaal biologie.