Liefde voor een meelzak

Anne Fine, Baalbaby's. Vert. Huberte Vriesendorp, Uitg. Fontein, 160 blz., ƒ 24,95. Dagboek van een moordkat. Ill. Steve Cox, Vert. Huberte Vriesendorp, Uitg. Fontein, ƒ 7,50.

Op het eerste gezicht is Baalbaby's van de Engelse Anne Fine, die voor dit boek in 1993 de Carnegie Medal en de Whitbread Award in de categorie voor kinderen won, een doorsnee kinderboek. Het begint op een jongensschool, in een schoolklas waar de meester onder tafel met zijn benen zit te zwaaien en met stemverheffing zijn lastige leerlingen toespreekt. 'De 4C van dit jaar! Wat een puinhoop!'; de standaardtoon van het realistische kinderboek dat zich op een school afspeelt, geschreven vanuit het perspectief van de meester.

Natuurlijk vindt hij zijn nieuwe klas lastig, natuurlijk staren de leerlingen meer naar elkaar en naar buiten dan naar het bord, en natuurlijk is het alsof alle vervelende kinderen nou net in die klas zitten. Hier zal wel iets fout gaan, de school heeft geen geld meer en een fusie dreigt, de meester krijgt persoonlijke problemen of een kind word bijna doodgepest. Dan blijken de rauwdouwers uit 4C natuurlijk eigenlijk goedeerlijke zelfopofferende lieverdjes te zijn. Samen redden zij de school van de ondergang, de meester van zijn scheiding, het getreiterde kind van de zelfmoord.

Maar Baalbaby's is anders. 4C is inderdaad een vreselijke klas, met leerlingen die aan Bint van Bordewijk welbesteed waren geweest. Het zijn échte 'sullen en prullen,' waarover terecht 'het luidst en het vaakst gejammerd (wordt) in de leraarskamer.' Ze stinken, schreeuwen, ze zijn dom en onaangenaam. Ook aan het einde van het boek geldt dat nog, alleen zijn ze dan iets beter te begrijpen. Want het is ook een vreselijk en hoogst merkwaardige opdracht die hun klas ten deel valt in het schoolproject over wetenschap. In het kader van het thema 'kinderverzorging' moet ieder van hen drie weken lang op een meelzak passen, een zogenaamde 'flour baby', goed vertaald als 'baalbaby.' De regels van het experiment luiden dat de baal meel 'droog en schoongehouden moet worden', 'twee keer per week op de officiële weegschaal (moet) worden gelegd om te controleren of er gewichtsverlies is opgetreden' en geen moment alleen gelaten mag worden behalve in het gezelschap van een goede babysit. De jongens moeten een babydagboek bijhouden. Bovendien denken zij dat ze in de gaten gehouden worden tijdens de verzorging van hun baalbaby door geheime controleurs: 'Dit kunnen ouders zijn, andere leerlingen of leden van de staf of het publiek.'

Een van de jongens, Simon, gaat van zijn meelzak houden, omdat 'zij' hem aan het denken zet. Gedachten die hij in zijn meelzakloze bestaan liever vermeed, aan zijn vader die na een paar weken vrouw en baby in de steek liet. Was hij als baby zo lastig dat hij zijn vader verjoeg? Aan de eisen voor de verzorging van de meelzak blijkt al zeer moeilijk te voldoen, dus een echte baby zal wel helemaal een ramp zijn. Uiteindelijk komt Simon in zijn babydagboek, waarvan fragmenten de hoofdstukken in het chronologisch vertelde verhaal onderbreken, tot de conclusie dat het niet zijn schuld kan zijn dat zijn vader de benen nam: 'Toen ik haar (de baalbaby-JE) gisterenavond in mijn armen wiegde, zei mijn moeder dat ik haar aan iemand deed denken. Ze zei niet wie en ik hoefde het ook niet te vragen.'

Het absurde gegeven en de ontwikkeling van de hoofdpersoon maken Baalbaby's wel de moeite waard, al is het taalgebruik wat moeizaam en ouderwets: 'Zonder er op dat emotionele moment aan te denken dat zijn zakdoek die dag al meer dan eens dienst had gedaan, trok meneer Carter hem te voorschijn en bij het vinden van een redelijk droog plekje blies hij met veel getrompetter zijn neus.' Het is bovendien jammer dat Baalbaby's zonder illustraties is uitgegeven, want wie had niet graag het aandoenlijke hoofdje van Simons meelbaal gezien?

Ter gelegenheid van de kinderboekenweek verscheen bij uitgeverij Fontein een speciale uitgave van Anne Fine, Dagboek van een moordkat. Het is een redelijk grappig boekje, want 'moordkat' moet letterlijk genomen worden. Kater Tuffy (een vreselijke naam) beschouwt het vangen van vogels en muizen als zijn baan. Zijn baasje Ellie snottert wat af. De kat begrijpt er niets van en ergert zich: 'Sommige bazen zijn zacht als boter. Haar ogen stonden meteen vol tranen.' Als hij het dode buurkonijn door het poezenluikje wurmt, wordt overgegaan tot harde maatregelen zoals het dichttimmeren van het poezenluik. Dagboek van een moordkat is geschreven in gedurfder en krachtiger taal dan Baalbaby's. Maar helaas maakt het toch een slordige en snelgemaakte indruk, wat vooral te wijten is aan de ongeïnspireerde illustraties van Steve Cox.

    • Judith Eiselin