Lichte vertraging in Duitse groei

BONN, 24 OKT. De economische groei in Duitsland komt in 1996 niet op 3 maar op 2,5 procent uit, dit jaar zal de groei per saldo niet 2,5 maar 2,25 procent zijn. Dit voorzien Duitslands grootste zes economische onderzoek-instituten in hun jaarlijkse herfstrapport, dat vandaag aan de regering is uitgebracht.

Hun iets minder optimistische prognose komt overeen met een neerwaartse correctie van de groeiverwachting die minister Günter Rexrodt (economische zaken, FDP) de afgelopen weken had bekendgemaakt. Volgens Rexrodt is de Duitse conjunctuur, na een goed begin van 1995, in de tweede helft van dit jaar in een trager tempo beland.

In hun rapport gaan de onderzoek-instituten uit van een gelijkblijvend inflatieprecentage van 2 in 1996. De vertraging van het groeitempo brengt mee dat het werkloosheidscijfer nauwelijks zal dalen, namelijk van 3,6 miljoen in 1995 tot 3,5 miljoen in 1996 (van 9,4 tot 9,2 procent). Het aantal mensen met een baan stijgt van 34,9 miljoen dit jaar tot 35,1 miljoen volgend jaar. Ondanks premieverhogingen in de sociale sector zien de instituten de koopkracht volgend jaar met 3 procent (20 miljard mark) stijgen. Waar de binnenlandse consumptie de afgelopen twee jaar een veel kleinere bijdrage aan het economisch herstel leverde dan de export, stemt dat tot een zeker optimisme, schrijven zij.

De stijging van de koopkracht is vooral te danken aan de verhoging van de belastingvrije voet tot het zogeheten “bestaansminimum”, een verplichting die de Duitse regering is opgelegd door het Constitutionele Hof in Karlsruhe. Voorts spelen fiscale en sociale verbeteringen voor gezinnen met kinderen een rol alsook het wegvallen van de “Kohlepfennig” (een extra opslag voor alle energiegebruikers voor subsidiëring van Duitse kolen, die het Constitutionele Hof ongrondwettig achtte).

Behalve aan de dure D-mark, die een handicap is voor de export, wijten de zes instituten de vertraging van de groei aan de “dure” CAO's die het afgelopen jaar in Duitsland zijn afgesloten (gemiddeld circa 4 procent hoger). Vooral de metaal-CAO, die dit jaar in Duitsland wage-leader was, paste eigenlijk niet bij de economische toestand en zal ook volgend jaar nog ongunstig doorwerken, schrijven zij. In Oost-Duitsland speelt het CAO-beleid een beslissende rol voor de economische opbouw en de werkgelegenheid, waarschuwen de instituten, die voor CAO-matiging in heel Duitsland pleiten.

    • J.M. Bik