Kabinet verbetert positie van de zeescheepvaart drastisch

DEN HAAG, 24 OKT. De concurrentiepositie van de zeescheepvaart wordt drastisch versterkt, nu kabinet en parlement het eens zijn over een nieuw beleid voor de koopvaardij.

De Tweede Kamer sprak gisteren met minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) over de 'nota zeescheepvaartbeleid', waarin het kabinet eerder dit jaar het nieuwe beleid uiteenzette. Centraal hierin staan een tweetal fiscale maatregelen. Zo kunnen reders in de nabije toekomst hun fiscale winst vaststellen aan de hand van het scheepstonnage, wat voor het rijk een verwachte derving aan belastinginkomsten van 25 miljoen gulden tot gevolg heeft. Daarnaast wordt de vermindering op af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen van 19 procent, een voordeel dat al bestond, verhoogd tot 38 procent. Dit kost het rijk 85 miljoen gulden per jaar.

Nederland heeft de afgelopen decennia sterk te lijden gehad onder reders die hun vloot onderbrachten in Liberia, de Bahama's of Panama, waar zij goedkopere bemanningen konden aannemen en belastingvoordelen konden krijgen. De omvang van de vloot onder Nederlandse vlag daalde sinds 1985 van 548 schepen tot 371 in 1993. Ook zoeken steeds meer rederijen hun heil in het buitenland.

De Tweede Kamer betoonde zich gisteren ingenomen met het nieuwe beleid, waarin verder nog de introductie van nieuwe maritieme opleidingen is opgenomen, minder regelgeving met betrekking tot de samenstelling van de bemanning en de mogelijkheid om (goedkopere) officieren met een niet-Europees diploma op Nederlandse schepen toe te laten. De VVD sprak van een “nieuwe stimulans” voor “Nederland als zeevarende natie”, D66 zei de nota “toe te juichen”. Op de SP na sloot de oppositie zich hierbij aan.

Wel heerste in de Tweede Kamer ongerustheid over de toekomst van de kleine zeescheepvaart. Veel woordvoerders zeiden te vrezen dat de kapitein-eigenaren minder profijt van het nieuwe beleid zullen hebben als de grotere rederijen. Minister Jorritsma zegde toe op een rij te zetten wat de maatregelen voor de kleine zeescheepvaart betekenen. Ook beloofde zij met minister Wijers (economische zaken) en staatssecretaris Vermeend (financiën) te praten over een manier om het verdwijnen van de scheepsbouwsteun te verzachten.

Door een Europees verbod wordt vanaf volgend jaar de premie van tien procent op het in Nederland laten bouwen van een schip afgeschaft. Op de valreep is nu voor 250 miljoen gulden een beroep op de regeling gedaan, terwijl in de subsidiepot nog slechts 60 miljoen zit. De scheepswerven in Friesland en Groningen, goed voor één miljard aan orders, zijn bang voor werkgelegenheid. Jorritsma zei dat haar eigen begroting weinig ruimte biedt. De Tweede Kamer noemde het bijvullen van de subsidiepot een “rendabele investering”.