Informant IRT kreeg 2 miljoen van Justitie

DEN HAAG, 24 OKT. Minister Sorgdrager (justitie) heeft vorig jaar toestemming verleend voor de betaling van circa 2 miljoen gulden aan een informant van het IRT Noord-Holland/Utrecht.

Dit is gisteren gebleken in het verhoor van topambtenaar H. Wooldrik van het ministerie van justitie. De informant voelde zich in gevaar gebracht omdat zijn identiteit mogelijk bekend zou worden en wilde vluchten voor de onderwereld. Hij heeft nu een andere identiteit en is op een onbekende plaats een nieuw leven begonnen.

Het departement was ervan op de hoogte dat de informant criminele winsten had gemaakt toen hij voor de politie werkte, aldus Wooldrik. Eerder tijdens de enquête werden de criminele winsten van IRT-informanten geschat op bedragen van 2 tot 8 miljoen gulden. Voor de Amsterdamse politie en justitie waren de criminele verdiensten voor de informant een belangrijke reden om de werkmethode van het IRT eind 1993 te verbieden.

Wooldrik vertelde de commissie dat de betaling door het ministerie is gebeurd op verzoek van de Criminele-Inlichtingendienst (CID) in Haarlem, die de informant ten behoeve van het IRT begeleidde. Volgens Wooldrik heeft de accountantsdienst van de Centrale Recherche-informatiedienst (CRI) een onderzoek naar de vermogenspositie van de informant gedaan alvorens hem de som van 2 miljoen gulden toe te kennen.

De informant had een bedrag van “boven de 10 miljoen geclaimd”, aldus Wooldrik. Volgens hem meende het departement dat hij recht had op 2 miljoen omdat uit “gesprekken in de pers” was gebleken dat zijn identeiteit mogelijk bekend zou worden. Ook had de informant inkomsten uit drugshandel gederfd en “waardevolle inlichtingen” aan de politie verstrekt.

Wooldrik maakte tijdens zijn verhoor ook bekend dat Sorgdrager vorig jaar, kort na haar benoeming als minister van justitie in het paarse kabinet, ervan op de hoogte is gebracht dat haar voorganger A. Kosto goedkeuring heeft gegeven voor het op de markt brengen van 6.000 kilo softdrugs. Dit gebeurde volgens Wooldrik op uitdrukkelijk verzoek van Kosto, die demissionair minister was op het moment dat hij de toestemming gaf.

Uit het verhoor van Wooldrik bleek niet hoe Sorgdrager op de melding van de doorlevering heeft gereageerd. Tijdens de enquête is inmiddels gebleken dat de minister dit jaar tweemaal een zogenoemde 'gecontroleerde doorlevering' van drugs heeft verboden. In juni van dit jaar kwam de minister met het college van procureurs-generaal overeen dat het doorleveren van drugs alleen nog onder strenge voorwaarden is toegestaan.

De Haagse korpschef J. Brand, voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen, verdedigde gisteren het door de politie op de markt brengen van drugs als middel om de georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Volgens hem is dit een rechtstreeks gevolg geweest van de wens van de politiek om de zware misdaad aan te pakken. Het korps van Brand heeft de laatste jaren diverse malen partijen van 100 of 200 kilo cocaïne doorgelaten. Volgens Brand had deze methode succes. Hij vertelde de commissie dat voor de doorleveringen van harddrugs destijds door de procureur-generaal in Den Haag, Addens, en de minister van justitie, Hirsch Ballin, toestemming was verleend.