Haagse korpschef: doorlevering drugs is goede methode; 'Politie moet soms risico's nemen'

DEN HAAG, 24 OKT. Hij had zijn doorgaans ambtelijke en aarzelende presentatie voor een dagje afgelegd. De Haagse korpschef J. Brand, voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen (HC's), koos gisteren verrassenderwijs voor de aanval. Het leverde het eerste verhoor in de parlementaire enquête op waarin een prominent lid van het opsporingsapparaat een krachtige argumentatie vóór de methode van het 'gecontroleerd doorleveren' van drugs neerzette.

Bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, betoogde Brand, moet de politie risico's nemen. Het doorlaten van partijen - bij voorbeeld als 'lijntester', om te kijken hoe een drugstraject in elkaar zit - is zo'n noodzakelijk risico. “Het hele denken van de politiek was enkele jaren geleden dat wij niet de kleine mannetjes moesten pakken maar de criminele organisaties. Dan moet in mijn redenering een lijntester met een hoeveelheid drugs kunnen, omdat je anders nooit bij de topcapaciteit van de criminaliteit terechtkomt.” Door zijn eigen korps werden in de laatste jaren om die reden partijen van 100 en 200 kilo cocaïne doorgelaten. Met succes, aldus Brand.

Brand, een van de weinige korpschefs met ervaring in de recherche, presenteerde zich als de pater familias van de politiechefs - een man van ervaring wie enige belegenheid niet vreemd is, die dienstbaar wil zijn aan het gezag maar getergd is wegens de aanhoudende verwijten aan de politie.

“U probeert risico's uit te sluiten”, attaqueerde hij, toen de commissie-Van Traa hem de dilemma's van drugsdoorleveringen voorlegde. Want mag de politie dan ook twee vuurwapens doorlaten om er later duizend te pakken? En hoe leg je dat uit aan iemand die wordt getroffen door het wapen dat de politie liet passeren?

“U denkt dat je zulke dilemma's met regels en zuiverheid kunt ontlopen. De procureurs-generaal hebben ooit eens bekendgemaakt dat diefstal onder de zestig gulden niet vervolgd wordt. Ik was daar zeer tegen, want dan lijkt het dat iedere diefstal tot zestig gulden is toegestaan. Je kan zoiets best als beleid hebben maar je moet het niet strak vastleggen. Voor drugs geldt hetzelfde. Als we teruggaan naar de zuiverheid van alle kilo's pakken loopt Nederland straks weer achteraan.”

Brand noemde het “onaanvaardbaar” dat sommige informanten miljoenen aan drugswinsten mochten houden, wees er via een praktijkvoorbeeldje op dat het in zijn korps niet gebeurt, maar verzette zich tegelijk tegen het beeld van een op hol geslagen politie. “Wij lopen als politie altijd langs de grenzen van de regels. Zeker als we moeten voldoen aan politieke ambities die moeilijk te verwezenlijken zijn. Dan hoop ik dat anderen zeggen: ik accepteer dat u risico's hebt gelopen.”

Dat was een verwijzing naar de politie in Haarlem, die in de frontlinie van de strijd tegen de zware misdaad fout op fout heeft gestapeld. Brand nam het op voor zijn Haarlemse collega, korpschef Straver: “Ik vind dat Straver het verdient om beschermd te worden. Hij mag niet geïsoleerd worden als iemand die contrair heeft gehandeld aan wat bij de politie gebruikelijk is.”

De voorzitter van de Raad van HC's wekte - niet voor het eerst - de indruk dat hij in het al bijna twee jaar slepende conflict tussen Nordholt (Amsterdam) en Straver de kant van de 'Haarlemse school' heeft gekozen. Brand vertelde dat hij na de publikatie van het rapport-Wierenga, dat vorig jaar de schuld van de IRT-affaire in de schoenen van Amsterdam schoof, diverse malen heeft geprobeerd de strijdende korpschefs op één lijn te krijgen. Het leek even te lukken, maar halverwege vorig jaar liep het weer mis. Impliciet gaf hij aan wie daarvoor volgens hem blaam treft.

“Nordholt”, vertelde Brand, “is na de publikatie van 'Wierenga' nog driemaal in de Raad van Hoofdcommissarissen geweest. Ik heb hem diverse malen gevraagd om het rapport-Wierenga gezamenlijk in de raad te bediscussiëren. Nordholt wilde dat niet. 'Dat kan nu niet, gun mij de tijd', zei hij. Nadien is hij weggebleven van onze vergaderingen. Daarom is het rapport-Wierenga nooit inhoudelijk besproken.”

In juni van dit jaar vertelde Brand in een vraaggesprek namens de Raad van HC's dat de strijd tegen de drugscriminaliteit is mislukt. Hij voegde er een pleidooi voor een verdere liberalisering van het drugsbeleid aan toe. Gisteren nuanceerde hij zijn opmerkingen. “Ik heb gezegd dat we de strijd niet kunnen winnen. Dat is iets anders dan dat we verliezer zijn.” Nordholt, die de betreffende vergadering van de Raad van HC's niet bijwoonde, keerde zich na de uitlatingen van Brand tegen een liberalisering van soft drugs en zei dat Brand niet namens alle korpschefs had gesproken.

Brand: “Ik was verbaasd over die reactie van Nordholt. Ik had hem eerder bij diverse gelegenheden een pleidooi voor liberalisering horen houden. En het was Nordholt zelf die op een eerdere bijeenkomst van de Raad van HC's had gezegd: wie een vergadering niet bijwoont, volgt het standpunt dat is ingenomen. Die lijn hebben we toen van hem overgenomen.”

Van Traa stelde Brand dezelfde vraag die de commissie vorige week Nordholt voorhield: is de Nederlandse politie, gezien het aanhoudende gekift, misschien toe aan een nieuwe generatie leiders? De Haagse korpschef koos voor een subtiele bevestiging. “Dat is op een gegeven moment altijd waar. Ik ga in '97 weg, omdat ik dan 60 ben (dat jaar vertrekt Nordholt ook, red.). Zo komt er een nieuwe generatie, dat verloopt heel natuurlijk.”

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus