Grensrechters

Slechts éénmaal in mijn leven ben ik opgetreden als grensrechter. Het was bij een wedstrijd van Terlaak 3 tegen De Ooievaars 3. De clubgrensrechter was over een paaltje gestruikeld en droeg het stokje over aan een min of meer toevallige passant. Misschien zou het nog wel goed zijn afgelopen ware het niet, dat Terlaak een doelpunt maakte. Terlaak was mijn clubje, dus sprong ik juichend omhoog, enthousiast met mijn kleine vlaggetje zwaaiend. De scheidsrechter keek verbijsterd naar mijn luchtsprong en vertelde de aanvoerder van Terlaak, dat deze vlaggenist niet langer acceptabel was. Bedroefd leverde ik het teken van mijn waardigheid in en trok mij bescheiden terug achter het doel dat nog driemaal door de aanvallers van Terlaak zou worden doorboord. Ik was toen 13 jaar. Een carrière in de knop gebroken.

Maar bij Ajax-Grasshoppers liep een volwassen man te vlaggen. Opgeleid, voorbereid, geïnstrueerd. Helemaal uit Roemenië naar Nederland gereisd om zijn bijdrage aan een wedstrijd uit de gereputeerde Champions League te leveren. En wat bleek? Hij had op buitenspel totaal geen kijk. Minstens een half dozijn keren zwaaide hij zijn vlag ten teken dat er iemand buitenspel liep en steeds leek het nergens op. Kwaad kon het weliswaar niet, want de Amsterdammers wonnen toch wel, maar irritant was het zeker. Ik geef toe, dat vlaggen geen spectaculaire bezigheid is. Een scheidsrechter kan een heleboel dingen naar zijn hand zetten. Toen Leo Horn in 1962 Alfredo di Stefano geen strafschop wilde toestaan, moet hij zich heerlijk hebben gevoeld. “Mijn beste Alfredo, hier ben ik de baas en de bal komt niet op de stip”. Een grensrechter evenwel is een rijwiel met hulpmotor. De arbiter rijdt in een limousine. Een bescheiden functionaris, onmisbaar doch tamelijk anoniem. Altijd kijk ik in het stadionprogramma wie er fluit en nooit kijk ik wie de grensjagers zijn. Gaat het u anders?

Natuurlijk is het lastig om net geen en net wel buitenspel uit elkaar te houden. De grensrechter wordt geacht via dezelfde oogopslag zowel de man die de pass geeft te zien als de start van de speler in wiens richting de bal koerst. Maar bij 100 procent concentratie en goed aanvoelen van het spel (plus een paar scherpe ogen) is het best te doen - op voorwaarde dat men er talent voor heeft. Maar wat zijn grensrechters soms? Teleurgestelde arbiters. Mannen die het niet (helemaal) gemaakt hebben als scheidsrechter. Door de mand gevallen als zodanig of op zijn minst niet zo ver gekomen als zij gehoopt hadden. Dan maar de zijlijn opgezocht, waar ze van alles wat onbeschaafd en beledigend klinkt naar hun hoofd krijgen. Voor een Roemeen die een keertje naar Nederland komt is dat niet erg. Hij verstaat die verwensingen toch niet. Maar de Nederlandse grensrechter in de vaderlandse competitie heeft geen prettig baantje. Weinig macht, geen kans op nationale bekendheid en die voortdurende stroom van verwensingen over zich heen. Toen ik 13 was heb ik me er een keer als invaller voor laten porren. Het is triest afgelopen. Eveneens triest is, dat in de grote voetballerij de rol van de grensrechter nooit een volwaardige is geworden. Het knechtje van de baas. Verder kan een grensrechter niet komen, al zal een verstandige wedstrijdleider die merkt dat hij een vaardige assistent heeft getroffen, hem zoveel mogelijk in diens waarde laten.

Het kon niet uitblijven dat er mensen zouden komen die de hele buitenspelregel wilden afschaffen. Stel u dat eens voor! Een aanvaller posteert zich in het strafschopgebied van de tegenstander, terwijl de bal aan de andere kant van het veld is. Alle remmen zouden los zijn. Linies zouden niet meer kunnen aansluiten, want overal op die rechthoek van 100 bij 65 meter zouden zich tegenstanders kunnen bevinden. Voetbal zou voetbal niet meer zijn. Dat dus liever niet, maar meer aandacht voor de kwaliteit van de man langs de lijn is zeker noodzakelijk.

    • Herman Kuiphof