Geschiedenisonderwijs

Professor Hess bepleit om van de Duitse geschiedenis na 1945 een verplicht onderdeel van het geschiedenisonderwijs te maken (NRC Handelsblad, 12 oktober). Vanaf de tweede helft van de jaren '60 ging het eindexamen geschiedenis (nog mondeling) over de laatste vijftig jaar. De begin-grens van die periode schoof in de loop van de jaren langzaam op. Toen later het eindexamen geschiedenis schriftelijk werd afgenomen, werden uit die periode twee onderwerpen gekozen, algemene en vaderlandse geschiedenis. Sinds kort moeten eindexamenkandidaten bewijzen over vaardigheden te beschikken en structuurbegrippen te kunnen hanteren. Tegelijkertijd voerde men de mogelijkheid in om de eindexamenthema's uit andere eeuwen dan de twintigste te selecteren.

Het onderwijsjargon staat bol van termen als relevant, aansluiting op de belangstelling en de belevingswereld van 'het kind'. De eindexamenonderwerpen geschiedenis voldoen niet aan die criteria. Zou men teruggaan naar thema's uit de twintigste eeuw (stof te over om met vaardigheden en structuurbegrippen te stoeien), dan zou aan professor Hess' wens voldaan worden. De leerling zou zich dan immers, ongeacht het eindexamenonderwerp, altijd verdiepen in een overzicht van de twintigste-eeuwse geschiedenis. Daarin zou de Duitse na 1945 figureren, evenals trouwens de Franse, Engelse, Amerikaanse en Russische.

    • S.R. Juliard