'Gehandicapte met subsidie op gewone school'

DEN HAAG, 24 OKT. Het moet makkelijker worden kinderen met een duidelijk aanwijsbare handicap of stoornis op een gewone basisschool of middelbare school onderwijs te laten volgen.

Ouders moeten zelf bepalen of de overheidssubsidie voor deze kinderen aan speciale scholen wordt betaald of aan gewone scholen zodat ook die scholen aangepaste lessen kunnen geven.

Dit schrijft een commissie onder leiding van de Utrechtse hoogleraar orthopedagogiek J. Rispens vandaag in een advies aan staatssecretaris Netelenbos (onderwijs). Het voorstel heeft betrekking op onder anderen blinde, dove, en meervoudig gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen. Vorig jaar waren dat ongeveer 22.550 scholieren.

In een eerste reactie liet Netelenbos zich positief uit over het voorstel van de commissie. Ze zal de komende tijd overleggen met betrokken organisaties. De commissie acht invoering op 1 augustus 1998 mogelijk.

Tot nu toe kunnen leerlingen met een duidelijk aanwijsbare handicap of stoornis alleen terecht op speciale scholen voor aangepast onderwijs. Alleen deze scholen hebben in principe recht op de extra subsidie voor deze leerlingen. Het door de commissie voorgestelde 'persoonsgebonden budget', ook wel aangeduid als 'rugzakje', geeft ouders meer vrijheid een school voor hun kind te kiezen. Ze zijn niet langer aangewezen op een speciale school die door de overheid wordt bekostigd. Voor een dove scholier heeft dit bijvoorbeeld tot gevolg dat hij niet meer is aangewezen op een doveninstituut. Afhankelijk van de ernst van de handicap adviseert de commissie een bedrag per leerling dat varieert van 5.000 tot maximaal 25.000 gulden per jaar.

De grootste groep in het speciaal onderwijs, in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk), kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom) en moeilijk lerende kinderen (mlk), vorig jaar 56.975 scholieren, valt niet onder de voorstellen van de commissie.

Netelenbos vroeg een half jaar geleden zelf om het advies, naar analogie van eenzelfde persoonsgebonden bekostiging in de gezondheidszorg. Die komt erop neer dat patiënten die zorg behoeven zelf geld krijgen om zorg te 'kopen'.

De commissie stelt voor dat deskundigen vaststellen of een leerling 'een duidelijk constateerbare handicap of stoornis' heeft. Als dat zo is wordt de hoogte van het budget bepaald. Daarop kiezen ouders voor hun kind een school en stellen in overleg een plan op, waarin is vastgelegd hoe en waar het kind onderwijs volgt. De overheid keert het geld rechtstreeks aan de school uit. De ouders krijgen het geld niet op hun bankrekening overgemaakt. Ouders en leerlingen moeten in principe gedurende de hele schoolloopbaan verzekerd zijn van een budget, aldus de commissie.