De seksualiteit van de fuga en lachende dijen

Voorstelling: Avondschrift van Luc Ferrari door Ives Ensemble o.l.v. Richard Rijnvos, met Henriëtte Koch (voorlezeres). Regie: Mechtild Prins, licht: Jos Kruyer. Gezien: 23/10 Korzo theater, Den Haag. Herh.: 24/10 Kloveniersdoelen, Middelburg, 26/10 Conservatorium, Rotterdam, 27/10 Westergasfabriek, Amsterdam, 28/10 Oosterpoort, Groningen en 29/10 Conservatorium, Maastricht.

Une chose, een ding, zo betitelde Luc Ferrari in 1970 zijn opzienbarende bandcompositie Presque rien nr. 1 ou le lever du jour au bord de la mer. Maar dat ding zette wel menigeen aan het denken: een muzikale landschapsfotografie in de vorm van 20 minuten lang louter en alleen het geluid van het ontwaken van een toeristenplaats aan de Adriatische Zee, zoals een motor van een vissersbootje dat maar niet wil aanslaan, een vertrekkende bus, een meisje dat zingt en als finale een langdurig krekelconcert. Kan zoiets boeien? Bij Ferrari wel degelijk.

Gisteravond in het Haagse Korzo theater was er weer zo'n Ferrari-happening, zij het minder extreem-anekdotisch en meer uitgecomponeerd. Ditmaal was het een verslag van een soirée met aperitief, diner en dessert, discussie en filosofie onder de titel Avondschrift (Cahier du Soir) uit 1994, weergegeven in een combinatie van muziek voor een kamerensemble van 14 musici, gesproken teksten en een diaprojectie van trefwoorden.

De muziek was er eerst: 163 bladzijden partituur in 50 minuten tijdsduur, verdeeld over 20 volstrekt losstaande episodes, want leitmotieven of anderszins heb ik niet kunnen ontdekken. De teksten kwamen later, voor een deel overpeinzingen van allerlei aard, zoals erotische over de seksualiteit van de fuga of over lachende dijen, maar ook eenvoudigweg in de vorm van verklaringen in de partituur die dus in eerste instantie voor de musici waren bestemd. Soms waren de teksten poëtisch, zoals in de observatie van poezen, die net als koeien allemaal dezelfde kant opkijken (poezen zijn voyeurs). Ook de muziek van Ferrari kijkt als het ware één kant op en is eenduidig simplistisch op het kinderlijke af, kwetsbaar open in kleine alsmaar herhaalde ostinatofiguurtjes in de vorm van uitgewerkte ornamenten.

Een enkele maal wil Ferrari iets fels neerzetten, als hij het over barbarij of obsessie heeft. Maar die gespeelde wilskracht gaat hem slecht af. Laat hem maar charmante krullen trekken. Simon Vestdijk zou het een muziek als van 'opzetbeestjes' hebben genoemd, ze beweegt niet echt, de krullen breiden een beetje uit en schrompelen weer in. Dit alles culmineert in een walsje in de stijl van Mompou, vlinderlicht gespeeld door John Snijders, zoals het gehele Ives Ensemble de teder timide toon van deze melancholieke muziek goed wist te treffen, vluchtig en vervluchtend, 'presque rien'.