CRI vindt verdachten uit oorlog Joegoslavië

DEN HAAG, 24 OKT. In Nederland bevinden zich volgens een bijzonder opsporingsteam van de Divisie Centrale Recherche en Informatiedienst (CRI) ten minste tien mannen tegen wie serieuze verdenking bestaat dat ze zich in het voormalig Joegoslavië schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven.

De verdachten, die zijn herkend door vluchtelingen uit het oorlogsgebied, worden beschuldigd van etnische zuivering, executies, verkrachtingen, brandstichting en plundering. Deze misdrijven zouden voornamelijk zijn begaan in 1991 en 1992.

De CRI kent de identiteit en verblijfplaats van de verdachten. Juristen binnen en buiten het ministerie van justitie onderzoeken nu of ze door een Nederlandse rechtbank kunnen worden berecht; mocht dit zo zijn dan zal vervolging tegen hen worden ingesteld. De informatie over de verdachten zal voorlopig niet worden doorgegeven aan het Internationaal Oorlogstribunaal. Volgens teamleider M.J.M. Rijk is het tribunaal vooral geïnteresseerd in grote zaken. Op de lijst van het Oorlogstribunaal staan 43 verdachten.

Het Nederlands Opsporingsteam Joegoslavische Oorlogsmisdadigers bestaat sinds maart van dit jaar en is ondergebracht bij de CRI in Zoetermeer. Het initiatief werd vorig jaar mei genomen door toenmalig minister van justitie Hirsch Ballin. De Arnhemse procureur-generaal Ficq gaf de opdracht vervolgens door aan de CRI. Vier rechercheurs, een 'inlichtingenman', een misdaadanalist en een administratieve kracht houden zich sinds acht maanden bezig met de informatie over de gebeurtenissen in voormalig Joegoslavië. Volgens teamleider M.J.M. Rijk is tot nu toe in alle stilte gewerkt om te voorkomen dat te veel vluchtelingen uit het oorlogsgebied naar Zoetermeer komen om over hun ervaringen te vertellen.

Het CRI-team krijgt via de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) contact met de vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië. “Vluchtelingen die ons land binnenkomen vertellen hun verhaal tijdens de intake-procedure. De IND geeft deze informatie aan ons door en wij nemen vervolgens contact op met betrokkenen.” Rijk zegt nu over 26 serieuze verklaringen te beschikken die de conclusie rechtvaardigen dat in Nederland tien oorlogsmisdadigers rondlopen. Volgens hem zullen er niet veel meer bijkomen.

Volgens de teamleider is het van belang dat de daders uiteindelijk worden gestraft: “Zulke mensen moeten zich niet zomaar kunnen verbergen.” Rijk noemt nog een ander effect van de werkzaamheden: “We merken dat de slachtoffers het erg belangrijk vinden dat ze hun verhaal kwijt kunnen. Op die manier voorkomen we ook dat deze groep 'eigen richting' gaat zoeken.”

    • Jetske Mijs