Bruinrot treft al 34 landbouwbedrijven

ROTTERDAM, 24 OKT. De bacterieziekte 'bruinrot' die begin vorige maand voor het eerst in Nederlandse aardappelen werd aangetroffen, blijkt nu al zeker 34 bedrijven getroffen te hebben. Acht andere bedrijven beschouwt de Planteziektenkundige Dienst als verdacht. Het aantal getroffen bedrijven groeien nog steeds. Ongeveer 150 bedrijven staan onder extra toezicht.

Minister van Aartsen van Landbouw heeft gisteren laten weten dat hij op 13 november uitsluitsel zal geven over een schadevergoeding aan gedupeerde aardappeltelers. Artikel 4 van de plantenziektewet voorziet in een dergelijke tegemoetkoming. Eerder had Van Aartsen laten weten met een beslissing te wachten tot de Plantenziektekundige Dienst (PD) een volledig beeld had van de ziekte. Dat zou pas halverwege december het geval zijn.

Inmiddels is bekend geworden dat vooral de rassen Bildtstar, Désirée, Spunta en Bartina door de ziekte zijn getroffen. Daarover werd tot voor kort enigszins geheimzinnig gedaan omdat men wilde voorkomen dat de rassen ten onrechte een slechte naam zouden krjgen. Men onderstreept dat lang niet alle vermeerderingslijnen van deze rassen door de schadelijke bacterie zijn getroffen. Consumptie-aardappelen en pootaardappelen blijken min of meer even gevoelig te zijn voor de infectie, maar tot dusver zijn vooral pootaardappelen door de ziekte getroffen. De Plantenziektekundige Dienst schat de schade die aardappeltelers van de ziekte ondervinden voorlopig op ongeveer tien miljoen gulden. De totale jaarlijkse export van pootaardappelen beloopt een waarde van ongeveer 500 miljoen gulden.

De kans dat de Europese Commissie de export van Nederlandse aardappelen naar EU-landen zal verbieden acht woordvoerder ir. J. Kavelaars van het Landbouwschap niet groot. Enige weken gelden is overleg gevoerd met het Permanente Fytosanitaire Comité van de EU in Brussel en dat toonde zich redelijk tevreden over de in Nederland getroffen maatregelen. Volgende week zal de situatie opnieuw bekeken worden. Landen buiten de EU zouden op eigen initiatief de grenzen kunnen sluiten, maar de praktijk leert dat ze het oordeel van het comité zwaar laten meewegen. Behalve naar de EU voert Nederland veel pootaardappelen uit naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

De bedrijven die nu door de ziekte bruinrot zijn getroffen, vertegenwoordigen samen een beteelde opervlakte van 750 hectare (op een totaal aan 175 duizend hectare die met aardappelen zijn beplant). De gedupeerde bedrijven krijgen een vervoersverbod opgelegd en mogen hun aardappelen alleen nog ter verwerking tot papat, chips en aardappelmeel aanbieden. Het daarvoor noodzakelijke vervoer vindt plaats onder toezicht van de PD. Vooral pootgoedtelers lopen door de onbedoelde bestemming van hun produkten veel schade op. Voor telers van consumptieaardappelen zijn de gevolgen beperkt.

Gemeten in beteelde oppervlakte is de aardappel, op snijmaïs na, het grootste landbouwprodukt van Nederland. Voor wat betreft de pootaardappelen is de controle op kwaliteit in handen gegeven van de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) die drie laboratoria bezit. Samen met de PD controleert de NAK ook op afwezigheid van ziekten. In principe wordt elke handelspartij getoetst voordat een zogeheten plantepaspoort wordt uitgereikt.

In 1993 deed zich voor het eerst een geïsoleerd geval van bruinrot voor in Limburg. In dat jaar trad de ziekte vooral in België op.