Anne Clark kent geen nostalgie naar de jaren '80

De Engelse popdichteres Anne Clark treedt vanavond op in de de Melkweg in Amsterdam. Ze declameert zwaarmoedige teksten bij een hard elektronisch ritme en de repeterende klanken van de synthesizer. “Als mensen mijn muziek deprimerend vinden, moeten ze er niet naar luisteren.”

Anne Clark: 24/10 Melkweg Amsterdam. Cd: To love and be loved (SVP).

“Ik ben niet iemand die de hele dag zit na te denken over wat de jaren tachtig voor mij betekend hebben”, zegt de Engelse popdichteres Anne Clark, “dat laat ik liever aan anderen over.”

Leuk vindt ze het niet, maar voor veel mensen is Clark, die vanavond in de Amsterdamse Melkweg optreedt, zo ongeveer de belichaming van de jaren tachtig. Dat heeft ze te danken aan Our Darkness, een nummer dat indertijd veel in trendy discotheken gedraaid werd. Over een hard elektronisch ritme en repeterende synthesizerklanken declameerde Clark haar tekst. Haar stemgeluid en manier van praten klonken gedesillusioneerd, teleurgesteld in de mens en verontwaardigd over het onrecht in de wereld. Haar bloedserieuze, enigszins melodramatische muziek was typisch voor veel new wave-platen uit die tijd. Fans van de muziek waren niet de vrolijkste types: ze kleedden zich zwart, hadden hun haar zwart geverfd en hun ogen zwart omrand; op zwartleren jacks was vaak de doemgedachte 'No future' geschreven.

Dit uiterlijk komt de laatste tijd terug in het straatbeeld. Ook worden er regelmatig Eighties-parties gehouden, feesten waarbij alleen jaren tachtig-muziek wordt gedraaid. Anne Clarks Our Darkness is op zulke avonden een verplicht nummer, het roept als geen ander liedje de sfeer van die tijd op. “Om de een of andere reden was het heel populair”, zegt Clark nu. “Ik begreep niet zo goed waarom, maar het was heel vleiend, natuurlijk.”

Een verklaring is misschien dat de plaat nogal kil en zwaarmoedig klonk, wat goed paste in een tijd waarin jongeren afgestompt raakten door een hoge werkloosheid en de grimmige Koude Oorlog, die regelrecht op nucleaire vernietiging uit leek te lopen. Clark deelt deze zienswijze niet helemaal. “Veel mensen vinden dat synthesizers koud klinken, maar ik vind er juist een grote rijkdom aan klanken in zitten, die mij van binnen raken.”

Hoe kijkt zij terug op de eighties? “Dat doe ik dus nooit. Ik vind het vrij zinloos, net als dat gepraat over het millenium, het fin de siècle, ja, en wat dan nog? Wat betekent het? Ik vind het heel betrekkelijk.”

Na enig aandringen is ze toch tot een terugblik te verleiden. “Voor mijn gevoel was het een tijdperk dat in twee delen uiteenviel. Het eerste was heel idealistisch. Uit de punkbeweging kwam veel energie voort, er was veel eigen initiatief: 'Laten we een bandje vormen, laten we dit doen, dat doen.' En er heerste een bepaald sociaal bewustzijn, een aantal mensen ging zich richten op het helpen van anderen. Maar in de tweede helft van de jaren tachtig, onder het bewind van Thatcher, kreeg de egocentrische, egoïstische yuppie-mentaliteit de overhand.

“Zelf ben ik hopelijk volwassener geworden. Toen ik begon had ik hoge idealen, ik wilde heel wat veranderingen teweegbrengen. Mijn ervaring heeft me geleerd dat de oplossingen niet zo simpel zijn, en dat je alleen iets voor elkaar kunt krijgen in een kleine gemeenschap - op grote schaal verander je niet zo gauw iets.”

Clark is niet zo blij met het idee dat haar muziek typisch zou zijn voor een deprimerend tijdperk. “Ik denk liever aan de mensen om mij heen die zich in die tijd inzetten voor positieve zaken, zoals Greenpeace. Als mensen mijn muziek deprimerend vinden, moeten ze er niet naar luisteren, dat wil ik niemand aandoen. Ik hoop dat het juist opwekkend is, een steun, zoals ik die zelf ook zoek in muziek, boeken en films. Je hebt iets nodig dat ver verwijderd is van de harde werkelijkheid, de harde materiële wereld.”

Is ze al eens gevraagd voor eighties-dansfeesten? “Gelukkig niet. Ik leef liever in het hier en nu. Die nostalgie vind ik te vaak een excuus om het heden en de toekomst niet onder ogen te hoeven zien. In de politiek hoor je ook vaak uitspraken als 'we moeten terug naar dit, terug naar dat, terug naar af', nooit over de toekomst, over hoe we voorwaarts kunnen komen. Ik vind dat helemaal niet positief.”

    • Sietse Meijer