'Werken is vooral leren om op tijd te komen'

Een steeds grotere groep mensen doet een beroep op door het ministerie van sociale zaken gesubidieerde banen. Langdurige werklozen, jonge mensen zonder baan, kansloze gehandicapten. Vooral deze laatsten dreigen nu door de zogenoemde Melkert-banen 'verdrongen' te worden.

DEN HAAG, 23 OKT. Op zijn zestiende ging Rust Tongers (39) bij een toenmalige sociale werkplaats aan de slag. Door zijn verstandelijke handicap kon hij in het jachtige bedrijfsleven niet mee draaien, maar in de betrekkelijke rust van een sociale werkplaats functioneert hij prima. Al tien jaar bewerkt hij hout en zijn wens is vaste medewerker bij de schaafmachine te worden. “Dat hout komt er zo mooi bewerkt uit.”

In de Haagse sociale-werkvoorzieningbedrijven, verenigd in de Haeghe groep, zijn Rust en zijn collega's zich nauwelijks bewust van de problemen die hun boven het hoofd hangen. De onderhandelingen voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor de sociale werkvoorziening verlopen moeizaam. De vakbonden en de werkgever - het ministerie van sociale zaken - ruziën over de gebruikelijke zaken: loonsverhoging, de leeftijd waarop werknemers van de sociale werkvoorziening (wsw'ers) vervroegd kunnen uittreden, invoering van een 36-urige werkweek.

Daarnaast praten bonden en werkgever over de verdeling van de gesubsidieerde banen. Want steeds meer mensen doen een beroep op de door het ministerie van sociale zaken gesubidieerde arbeid. En dat is een grotere bedreiging voor de wsw'ers dan moeilijke CAO-onderhandelingen. Het overgrote deel van hen werkt immers aan de onderkant van de arbeidsmarkt: ze wieden plantsoenen, stikken repen van vlaggen aan elkaar of zijn conciërge op een middelbare school. Deze banen zijn ook in trek bij die andere groep mensen die het jachtige (bedrijfs)leven niet kunnen bijbenen: de langdurig werklozen.

“Het terugbrengen van de werkloosheid is te vergelijken met de reductie van het autogebruik”, zegt algemeen directeur P. Duijndam van de Haeghe groep. “Maar zoals het anti-autobeleid niet ten koste mag gaan van invalidenplaatsen, zo mag de stroomlijning van de gesubsidieerde arbeid niet ten koste gaan van beschermde arbeidsplaatsen voor gehandicapten.”

De afgelopen jaren zijn projecten voor langdurig werklozen uit de grond gestampt: banenpool, jeugdwerkgarantiewet, vrijstelling van sociale premies. Nieuw zijn de Melkert-banen, vernoemd naar de minister van sociale zaken en werkgelegenheid die ze in het leven heeft geroepen en onderverdeeld in twee soorten: 'Melkert 1' voor gesubsidieerde arbeid in ziekenhuizen, bejaardencentra, gemeenten (collectieve sector) en 'Melkert 2' voor dergelijk werk in bedrijven. Kenmerk van al deze 'additionele' arbeid is dat ze voor een groot deel door de overheid wordt gefinancierd.

Directeur Duijndam erkent het probleem van de langdurig werklozen. “Ik voel me voor honderd procent medeverantwoordelijk voor de Melkert-banen. Het zijn allemaal goede oplossingen om mensen te laten werken. Maar ik blijf ijveren voor gehandicapten. Zij zouden voorrang moeten krijgen op banenpoolers of andere werklozen.” Door 'kwaliteitsverhoging' en 'interne opleidingen' hoopt Duijndam de werknemers van de sociale voorziening te kunnen laten concurreren met andere gegadigden.

Maar de concurrentie is hard. Het aanbod van mensen die graag aan het werk willen is immers hoog, terwijl het aantal laag gekwalificeerde banen beperkt is. Daar komt bij dat de verstandelijk of lichamelijk gehandicapte uit de sociale werkplaats aanmerkelijk duurder is dan de langdurig werkloze. Trekt een school bijvoorbeeld een gehandicapte aan als conciërge, dan betaalt zij minimaal 13.000 gulden per jaar. Neemt diezelfde school een langdurige werkloze, dan hoeft zij slechts 2.500 gulden te betalen. En als het gaat om een jonge werkloze uit de jeugdwerkgarantiewet, dan betaalt de school niets. “In Limburg hebben we gezien dat scholen hun conciërges uit de sociale werkvoorziening ruilden voor banenpoolers”, aldus bestuurder H. Leerentvelt van de vakbond AbvaKabo.

Ook de Haeghe groep kreeg te maken met verlies van arbeidsplaatsen. De groep leverde jarenlang chauffeurs voor het gehandicaptenvervoer in Den Haag. Door de Wet voorzieningen gehandicapten draaide Den Haag dit vervoer echter terug. De chauffeurs moeten nu elders worden ondergebracht en dat levert problemen op. Directeur Duijndam: “Ik barst van het begrip, maar ik wil er niet aan onderdoor gaan.”

De sociale-werkvoorzieningbedrijven moeten banen zien te scheppen: voor de eigen werknemers en voor degenen die op de wachtlijst staan. Landelijk is er een wachtlijst van 20.000 mensen die in aanmerking komen voor een plaats in de sociale werkvoorziening. Vijf jaar geleden waren dat er nog 12.000. Leerentvelt van de AbvaKabo denkt dat de stijging voor een groot deel te wijten is aan de aanscherping van de arbeidsongeschiktheidswet (WAO). Meer mensen zouden niet meer voor een WAO-uitkering in aanmerking komen, maar evenmin voor een 'gewone' baan en komen terecht in een sociale werkplaats. In de discussienota 'Stroomlijning gesubsidieerde arbeid' stelt minister Melkert dat de toegang tot de sociale werkvoorziening wordt beperkt. Er kunnen alleen nog mensen terecht die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische handicap niet bij een gewone werkgever terecht kunnen. Melkert hoopt hiermee het probleem van de groeiende wachtlijsten op te lossen.

Michael Ghoerahoe (23) werkt nog niet zo lang bij de sociale werkvoorziening. Hij werkt op de afdeling boekbinderij en herstelt oude boeken. “Ik heb een cursus boekbinden gedaan en ik vind het wel leuk”, vertelt Michael langzaam. Hij is sociaal gehandicapt. In de omgang is hij niet gemakkelijk en zijn gedrag komt niet overeen met wat acceptabel is op de arbeidsmarkt. De sociale werkvoorziening leert deze jongens zich enigszins aan te passen. “Als zij stage lopen en je zegt: om 7.45 uurbeginnen, doen ze dat één keer maar daana nooit weer. Voor hen is werken vooral leren op tijd te komen”, aldus directeur Duijndam.

Thuis leest Michael andere boeken dan die hij op zijn werk onder ogen krijgt. Nu haalt hij 'Een vroolijk troepje' van Rina van den Hout voorzichtig uit elkaar zonder zich te verbazen over de dubbele o. De schutbladen worden vervangen en een collega plakt het dan weer in elkaar. Michael doet zo'n tien boeken per dag. In de veiligheid van de sociale werkplaats hoeft Michael 'slechts' tien boeken per dag te repareren. Toch doen ook prestatie en efficiëntie hun intrede in de sociale werkvoorziening, meent Leerentvelt. “Er wordt meer vanuit een bedrijfseconomische invalshoek naar de sociale werkvoorziening gekeken. En dat is gezond.” Dan treden wel 'randverschijnselen' op, zoals Leerentveld het noemt. De verstandelijk en lichamelijk zwaar gehandicapten komen onder druk te staan. “Daar moeten we dus oplossingen voor vinden”, aldus de bestuurder.

In de werkplaats van de Haeghe groep zegt de verstandelijk gehandicapte Rust Tongers een beetje teleurgesteld te zijn. Hij wil zo graag hout schaven, maar begrijpt wel dat zijn baas hem niet steeds laat schaven. Vorig jaar verwondde Rust lelijk zijn hand in de machine en sindsdien moet hij leren zich beter te concentreren. Voorlopig zet hij onderstellen voor tafels in elkaar.