Steun van CIA aan abstracte schilders

ROTTERDAM, 23 OKT. De Amerikaanse geheime dienst, de CIA, heeft na de oorlog jarenlang op discrete wijze de schilders van het 'abstract expressionisme' (Willem de Kooning, Jackson Pollock e.a.) gesteund, omdat deze avantgardisten werden gezien als een nuttig wapen tegen het internationale communisme. Dit verklaarde een voormalige medewerker van de CIA, Donald Jameson, gisteren in het Britse weekblad Independent on Sunday. De subsidies vonden plaats via de International Organisations Division, een mantelorganisatie van de CIA die ook de tournees van Amerikaanse jazz- en opera-artiesten sponsorde. Voor de abstract-expressionisten kwam de steun neer op het medefinancieren van reizende tentoonstellingen. Hun werk, in de Verenigde Staten onder andere als 'hottentots' verguisd door president Harry Truman, werd door de CIA gezien als een bewijs voor progressieve intellectuelen dat in de VS de avant-garde leefde. Voorts meende de CIA dat het werk gunstig afstak bij het socialistisch realisme dat in de communistische Sovjet-Unie de norm was.