Sorgdrager verdedigt beleid in Franse krant

PARIJS, 23 OKT. Frankrijk denkt ten onrechte dat zijn drugsproblemen een gevolg zijn van de Nederlandse drugspolitiek. De Drugsnota is geen reactie op herhaalde kritiek uit Parijs en betekent geen aanpassing van het Nederlandse beleid.

Dat zegt minister Sorgdrager in een vraaggesprek met het Franse dagblad Le Figaro onder de kop 'Drugs: Nederland blijft bij standpunt'. Het gesprek heeft weerstand gewekt bij coalitiegenoot VVD en bij oppositiepartij CDA, omdat het volgens hen op een ongelegen moment is gekomen. Nog voordat het Tweede-Kamerlid F. Weisglas (VVD) het vraaggesprek gelezen had noemde hij het gesprek “onverstandig” omdat het “escalerend” werkt aan de vooravond van het bezoek dat premier Kok en minister Van Mierlo van buitenlandse zaken donderdag aan Parijs brengen. Dat oordeel hield Weisglas overigens na het lezen van de tekst in Le Figaro.

De grote Franse krant, die met name gelezen wordt door aanhangers van de huidige regeringspartijen in Frankrijk, noteert zonder commentaar de uitleg van het Nederlandse regeringsstandpunt: “Rokers van hasj zijn geen verslaafden. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat gebruik van soft drugs minder schadelijk is dan van tabak, alcohol of kalmerende middelen.”

Tot verrassing van de meeste Franse lezers voegt de Nederlandse minister van justitie eraan toe: “Wij geven er de voorkeur aan dat de gebruikers Hollandse hasj roken. Deze nederwiet is minder duur en minder gevaarlijk dan de drugs uit Marokko en Pakistan.” Ook de veronderstelling van haar Franse gesprekspartner dat gebruik van softdrugs leidt tot gebruik van harddrugs wimpelt Sorgdrager af.

Na een uitleg van de achtergrond van de officiële tolerantie ten opzichte van softdrugs, vraagt Le Figaro: maar waarom legaliseert u ze dan niet ronduit? Sorgdrager: “Dat zou niet realistisch zijn, in de eerste plaats vanwege de Europese verdragen. Wij kiezen ervoor alle drugs strafbaar te stellen. Maar we maken verschil tussen cannabis en de andere produkten. Het Verdrag van Schengen staat ons toe dat soort eigen nuances aan te brengen.”

Gevraagd wat zij denkt van de repressieve Franse politiek, antwoordt de minister: “Die heeft alleen maar negatieve effecten. Dat geldt voor Frankrijk even goed als voor de Verenigde Staten. De haven van Rotterdam doet niet onder voor die van Marseille. Een verbod van alle drugs moedigt de criminaliteit aan. (...)”

Denkt u dat Frankrijk uw politiek zou moeten toepassen? (Gelach) “Ja natuurlijk. Onze resultaten wat betreft het verslavingspercentage is beter dan in andere landen. Het aantal gebruikers van harddrugs - 25.000 - is proportioneel beter dan bij u.”

Het zijn met name de laatste twee passages die het Kamerlid Weisglas in het verkeerde keelgat zijn geschoten. “Waarom moet Sorgdrager zo nodig zeggen dat de criminaliteit in Frankrijk groeit door het verbod op drugs? Ik had gehoopt dat ze een rustiger toon zou kiezen, bijvoorbeeld dat het Nederlandse drugsbeleid helemaal niet libertairder is geworden. Nu zegt ze de dingen nogal hard. We hoeven niet steeds op onze knietjes voor Frankrijk, maar we vinden het wel een belangrijke Europese partner.” Volgens het christen-democratisch Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) kan gezien de huidige Franse gevoeligheid voor de eigen veiligheid, het vraaggesprek gemakkelijk verkeerd worden uitgelegd.