Saxofoniste Candy Dulfer rekent als een wiskundige haar publiek de oplossing voor; 'Ik wil eigenlijk de moeilijkste sommetjes maken'

Ze eet graag van twee walletjes, vertelt saxofoniste Candy Dulfer (26). Ze is opgegroeid met jazz en wil nu in haar eigen muziek de improvisatie van die muzieksoort combineren met de opwinding van pop. Maar op de vraag of haar saxofoon in de grotendeels instrumentale composities dan soms de rol heeft van 'stem', reageert Dulfer geïrriteerd: “Nee want mijn stem klinkt zó,” piept ze, “en mijn saxofoon klinkt zó,” en ze zingt een laag vibrerende toon.

De charme van popmuziek is voor Dulfer dus niet de zang. “Ik begrijp die aandacht niet die zangers en zangeressen altijd krijgen, ik vind instrumenten veel interessanter. Bovendien geeft mijn stem veel minder goed weer wie ik ben dan mijn saxofoon. Uit mijn saxspel kun je mijn karakter lezen, terwijl mijn stem veel te meisjesachtig is. Ik denk dat ik onbewust gewend ben mijn stem meisjesachtiger te laten klinken dan ik me voel, als compensatie voor al de volwassen dingen die ik van jongsafaan heb gedaan.” Vandaag verschijnt Dulfers derde cd, Big Girl. De titel is een verwijzing naar de cd Big Boy, van haar vader Hans Dulfer, en bovendien een getuigenis van haar volwassenheid - al schuilt in het woord 'girl' nog een tweeslachtigheid, “een meisje zal ik ook altijd wel blijven.”

Op Big Girl heeft Candy Dulfer net als op haar eerste twee cd's de opbouw gekozen van een live-concert. Zo staat er een ballad op, een paar uptempo songs, een funky nummer en wat in midtempo. Ook muzikaal ligt Big Girl in het verlengde van zijn voorganger Sax-A-Go-Go (1993), ook hier wisselt het ensemble-spel tussen de verschillende blazers en de rest van de band soepel af met Dulfers solistische partijen. Op de achtergrond lijkt ondertussen nog een ander muziekstuk aan de gang te zijn; lispelig gescratch en repeterende samples suggereren daar een anarchistische tegenhanger voor de gepolijst klinkende voorgrond.

Solo's, gespeeld door haarzelf of door haar bandleden, zijn voor Candy Dulfer van groot belang. De muzikanten worden geselecteerd op improvisatie-talent, en ook de composities voor haar cd's kiest Dulfer op de aanknopingspunten voor solo's. 'Een inspirerend notenschema en een juiste sfeer' heeft ze nodig om bij ieder optreden weer een nieuwe variatie te kunnen bedenken. “En aan de andere kant moet ik bedenken of het ook nog een leuk liedje is,” zegt Dulfer. “Is het ook voor de mensen interessant? Want dat is de spanning: tussen wat ik lekker kan spelen en waar het publiek iets aan zal beleven. Ik ben natuurlijk instrumentalist en net als een wiskundige wil ik eigenlijk de moeilijkste sommetjes maken. Maar de mensen in de zaal willen zien hoe jij iets oplost wat zij misschien óóit nog weleens hadden kunnen oplossen, en dat jij dat dan als eerste doet. Ze willen niet iets onoplosbaars horen, daar worden ze gek van.”

De dag na ons gesprek zal Candy Dulfer naar Curaçao vliegen om te improviseren tijdens een optreden van Maceo Parker, de saxofonist die beroemd werd bij James Brown. Maceo Parker heeft nog altijd succes met zijn funk-achtige spel. “Van zulke muzikanten heb ik veel geleerd. Vooral zwarte muzikanten zoals Maceo Parker, sommige jazz-mensen, Tina Turner; ze hebben een funky geluid en bespelen ook het publiek. Zo'n Maceo Parker is een echte showman, hij kan zijn muziek brengen alsof het het nieuwste van het nieuwste is, en al hij al een oudere man, hij staat wel steeds voor een zaal vol met knappe jonge meisjes te spelen.” “De kracht van popmuziek is dat het opwindend is. Dat je van het een naar het ander gesleept wordt. Maar voor een saxofonist vind ik jazz het hoogst haalbare, als het gaat om techniek, snelheid, improvisatie. Dus de combinatie van de opwinding die popmuziek geeft, met de binnenste verzadiging van een goed jazz-concert, dat is mijn droom, of eigenlijk is dat wat ik al jaren doe.”

Voor haar cd heeft Dulfer een saxofoon-duet (Wake Me When It's Over) opgenomen met fusion-saxofonist David Sanborn. Tijdens de opnamen in New York stond Sanborn te knetteren met zijn saxofoon. “Het leek wel een kermistoeter. Hij is dan wel mijn idool, maar toen ik naast hem stond te spelen dacht ik 'Jesus man, wat speel je hard'. Maar toen ik het later terug hoorde, bleek dat hij precies goed in het geluidsbeeld stond. Het is moeilijk om een saxofoon zoals ik die speel helemaal te integreren in een pop-omlijsting. Een saxofoon is een akoestisch instrument en de klank vervormt dan door de microfoon waar je mee moet werken. Sanborn anticipeerde daar op. Door zo hard te spelen kreeg hij op de opnamen uiteindelijk die harde schelle toon die zijn handelsmerk is. Terwijl bij mij een toon nog wel eens weg wil sterven, zo van BLUBABLUP-ablup.”

Behalve met David Sanborn heeft Dulfer ook met haar vader samengespeeld in het titelnummer, Big Girl. Wanneer is ze tevreden met dit soort geïmproviseerde samenwerkingen? “Ik ben tevreden als ik merk dat we elkaar kunnen aftroeven. Maceo Parker, David Sanborn en ik zijn allemaal alt-saxofonisten en die spelen normaal gesproken al niet samen, dus moet je er wel wat van maken. Kijk, zo'n David Sanborn beschouw ik dan wel als mijn meerdere, maar als hij een lick heeft gespeeld wil ik daarna wel net even iets leukers doen.

“Je moet snel reageren. Als zij doedalidiedup hebben gespeeld, dat ik dan doedalidiedup doe - een half nootje hoger. Je spreekt van tevoren niet af wat je gaat doen, het is een kwestie van er in springen. Als ik zie dat iemand stil valt dan pik ik mijn solo. Nee, soleren is geen harmonieuze aangelegenheid. Het is meer solo-tennis.”

Big Girl van Candy Dulfer verschijnt vandaag bij BMG. Optredens van Candy Dulfer en band zijn te zien: 27/10 Luxor, Arnhem; 2/11 De Swing, Nijmegen; 3/11 Jazzmecca, Maastricht; 4/11 Zaal Schaaf, Leeuwarden; 5/11 Oosterpoort, Groningen; 9/11 Paard, Den Haag; 10/11 Nighttown, Rotterdam; 11/11 Tivoli, Utrecht; 12/11 Patronaat, Haarlem; 17/11 Paradiso, Amsterdam; 18/11 De Vrijthof, Enschede; 19/11 Atlantis, Alkmaar.

    • Hester Carvalho