Problemen bij de Scala nieuwe slag voor Muti

ROME, 23 OKT. La Scala pretendeert nog steeds het Mekka van de opera te zijn, maar in het echte Mekka wordt niet gestaakt. Het Milanese operahuis is tot vertwijfeling van het publiek en van chef-dirigent Riccardo Muti opnieuw getroffen door protestacties van orkestleden en toneelwerkers. Vrijdag moest daardoor de première van Lucia di Lammermoor worden afgelast en de uitvoering van vanavond gaat ook niet door. De sfeer is zó slecht, dat gevreesd wordt voor de traditionele gala-opening op 7 december met Mozarts Die Zauberflöte.

Het rommelt al maanden bij de Scala. De orkestleden klagen dat ze slecht worden betaald, waarin ze volgens Muti geen ongelijk hebben. Samen met het koor en de rest van het Scala-personeel eisen ze een hoger loon en 108 extra banen. De afgelopen maanden moesten een paar voorstellingen worden afgelast en begin juni werd besloten tot staking toen het publiek al in de zaal zat. Boos over zoveel onverschilligheid voor het publiek liet Muti toen een piano het toneel opbrengen om eigenhandig de aria's en duetten van Verdi's La Traviata te begeleiden. Muti was op slag de held van alle operaminnaars, de verdediger van de muziek tegen banale vakbondseisen van doorgedraaide musici.

De nieuwe acties moeten Muti extra pijn doen, nu hij een campagne is begonnen om meer aandacht te vragen voor het muziekbeleid. De staat besteedt daar weinig aandacht aan. Dat zie je aan de betrekkelijke onverschilligheid waarmee in Rome de perikelen worden gevolgd rondom de Scala, die bezoekers uit heel de wereld trekt. De overheid moet zo'n wereldberoemde attractie ook met de vereiste égards behandelen, roept Muti, die een contract bij de Scala heeft tot 2001.

De onverschilligheid blijkt ook uit het gebrekkige muziekonderwijs op scholen en de chaos op de conservatoria. In een lang interview met het kwartaalblad Micromega zegt Muti dat het muziekonderwijs een ramp is. Op de lagere school wordt er vrijwel geen aandacht aan gegeven. Als het al gebeurt, worden de leerlingen afgeschrikt met saaie toonleerlessen. Muti pleit voor meer opera, meer jazz, meer Beatles en meer Tina Turner.

Riccardo Muti pleit ook voor herwaardering van de symfonische muziek, die lang een ondergeschoven kindje is geweest, weggedrukt door de “nationale melodramatische traditie”. Orkesten dienen om zangers te begeleiden en goed samenspelen past ook niet goed in de individualistische Italiaanse cultuur. “Met elkaar spelen, met elkaar zingen, betekent vooral dat je leert met elkaar te leven”. Muziekonderwijs heeft niet alleen een culturele, maar ook een sociale waarde.

Volgens Muti heeft Italië veel te veel conservatoria en laat de kwaliteit van het onderwijs veel te wensen over. Het muziekonderwijs moet worden verbreed aan de basis, maar aan de toppen wil hij een concentratie van talent. Dan komen er bij de Scala niet langer violisten voorspelen die zichtbaar talent hebben, maar de strijkstok verkeerd vasthouden.

Meer aandacht voor de muziek moet voorkomen dat een van de wortels van de Italiaanse cultuur langzaam verschrompelt. “Wij zijn onszelf kwijtgeraakt,” zegt Muti. “Er is nog een grote ondergrondse culturele kracht. We hebben belangrijke schrijvers, dichters, musici, architecten. De artiesten, de toppen, zijn er, maar verspreid en verward in een samenleving die meer geïnteresseerd lijkt in roddelpraatjes over een artiest dan in de kunst zelf. Italië is een groots land. Maar we weten ons niet goed serieus te nemen.”