Pro- én anti-EU wint in Zwitserland

BERN, 23 OKT. De uitslag, die nog niet officiëel is, brengt geen wisseling teweeg in de Zwitserse coalitie-regering, die het land sinds 1959 volgens de formule van consensus regeert.

De verkiezingen werden gekenmerkt door een verhit debat over de mogelijke toetreding van Zwitserland tot de Europese Unie (EU). Daarnaast waren werkloosheid, drugsproblemen en het milieu belangrijke onderwerpen.

De sociaal-democraten hebben volgens de voorlopige resultaten twaalf zetels gewonnen, waarmee zij in de 200 zetels tellende Nationale Raad, de Zwitserse Tweede Kamer, 53 zetels zullen bezetten. De sociaal-democraten die de grootste partij zijn in Zwitserland, boekten vooral winst in de stedelijke regios, ten koste van de Groenen.

Volgens waarnemers hebben de kleine partijen stemmen moeten afstaan aan de grotere omdat de bevolking bij landelijke problemen als de bestrijding van de werkeloosheid meer vertrouwen heeft in de grote partijen.

De sociaal-democraten pleiten voor een einde aan de neutraliteitspolitiek van Zwitserland en voor lidmaatschap van de (EU). Gesteund door vooral jonge kiezers betogen de Sociaal-Democraten dat Zwitserland zich de ouderwetse neutraliteitspolitiek in een snel veranderend Europa niet langer kan permitteren.

Maar ook de Zwitserse Volkspartij, die juist fel gekant is tegen Zwitsers lidmaatschap van de EU, behaalde dertig zetels, het beste resultaat in zestig jaar. De leider van de Volkspartij, Christoph Blocher, zei dat dankzij zijn campagne de Zwitserse aanvraag van het lidmaatschap van de EU was uitgesteld tot de volgende eeuw.

In 1992 is tijdens een referendum in Zwitserland tegen het lidmaatschap van de EU gestemd.

Het electoraat van de nationalistische SVP bestaat grotendeels uit boeren. De SVP verzet zich ook tegen de vestiging in Zwitserland van immigranten.

De twee overige coalitiepartijen, de christendemocraten (CVP) en de radicale democraten (FDP), verloren stemmen maar behielden met samen 80 zetels hun positie.

De partijen buiten de regeringscoalitie, de Groenen en Extreem Rechts, lijdden zwaar verlies.

De opkomst bij de verkiezingen was getuige een nog niet officiële telling opvallend laag: minder dan 46 procent van de 4.5 miljoen stemgerechtigde Zwitsers bracht zijn stem uit.

In 1991 bedroeg de opkomst bij de verkiezingen slechts 46 procent. De lage opkomst wordt geweten aan het veelvuldige gebruik in Zwisterland van het referendum. Honderdduizend handtekeningen zijn voldoende om over een onderwerp een nationaal referendum uit te schrijven.

Sinds de laatste verkiezingen in 1991 zijn in Zwisterland 14 referenda gehouden over onder meer de prijs van benzine en een wet tegen vivisectie. (AP)