Paulus

Mendelssohn-Bartholdy: Paulus (Opus 111, OPS 30-72/73)

Felix Mendelssohn Bartholdy was zo onder de indruk van de Matthäus Passion van Bach, dat hij niet alleen het werk aan de vergetelheid ontrukte (en in 1829 opnieuw uitvoerde), maar ook zelf probeerde grote oratoria à la Bach te schrijven. Aan Mendelssohns oratoria is goed te horen wat de romanticus in Bach bewonderde, dat wil zeggen in de Bach die hij zelf had gecreëerd. Mendelssohn hield van grote koorpartijen, zwaar orkestwerk en dramatische solisten.

De Bach van Mendelssohn bestaat al lang niet meer. Onder invloed van de oude-muziekpraktijk zijn koor en orkest uitgedund, is het tempo opgefleurd en de klank frisser geworden. Of dat de èchte Bach is, zoals veel uitvoerders beweren, doet er niet toe, het is in ieder geval onze Bach.

Het heeft van Mendelssohns oratoria een beetje rare verhikels gemaakt: muziek die door de vele oratorium-verenigingen in Nederland nog graag in al zijn massaliteit wordt gezongen. Maar hoe lang nog? Want wat ligt er meer voor de hand dan Mendelssohn opnieuw onder de loep te nemen door de ogen van de twintigste-eeuwse Bach?

Mendelssohns oratorium Paulus klinkt in de visie van Chorus Musicus en Das neue Orchester onder leiding van Christoph Spering ineens weer als Bach (maar dan niet de Bach van Mendelssohn zelf, maar die van ons): felle koorpartijen, een spits en vooral ook kleurrijk orkest, snelle tempi, en heldere solisten. Maar hoe mooi ook gespeeld, af en toe is de muziek toch langdradig, wantMendelssohn is uiteindelijk geen Bach. Zijn contrapunt mist de subtiliteit en finesses van Bach.

Het is een beetje de omgekeerde wereld, maar ik moet bekennen dat het werkt. De invloed van de oude-muziekpraktijk op de interpretatie zou wel eens een revival kunnen betekenen van Mendelssohns oratorio. In ieder geval is Paulus op 28 oktober ook te horen in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de Matinee op de vrije zaterdag, door koor en orkest van de 'authentieke' dirigent Philippe Herreweghe.

    • Paul Luttikhuis