Oproepen in Israel tot een terugtocht uit Zuid-Libanon

TEL AVIV, 23 OKT. In Israel gaan invloedrijke stemmen op om tot een eenzijdige terugtrekking uit de 'veiligheidszone' in Zuid-Libanon over te gaan na de recente dood van negen Israelische soldaten bij twee incidenten in dit tot voor kort van groot strategisch belang geachte gebied.

Jossi Beilin, de minister van economische planning, liet zaterdag in een radio-vraaggesprek het idee van unilaterale terugtrekking uit de 'veiligheidszone' als een proefballon op. Deze betrekkelijk jonge bewindsman was als onderminister van buitenlandse zaken een van de stuwende krachten achter de vredesdoorbraak met de PLO. “Wat Jossi zegt, gebeurt op den duur ook”, is zo langzamerhand een in de Israelische politiek ingeburgerd gezegde.

Het aantal gesneuvelde Israelische soldaten in Zuid-Libanon, dit jaar inmiddels 22, is de directe aanleiding tot de voorzichtige revisie van het denken over het nut van de veiligheidszone. Zo'n groot aantal doden heeft het thuisfront duidelijk gemaakt dat er in Zuid-Libanon “een oorlog woedt”. Chef-staf generaal Amnon Shahak gebruikte die woorden tijdens een persconferentie kort nadat de laatste soldaten sneuvelden.

De regering-Rabin hoopte dat in het raam van een vredesvergelijk met Syrië ook de kwestie Zuid-Libanon tot een oplossing zou kunnen worden gebracht. Maar de kans op zo'n akkoord voor de verkiezingen in het najaar van 1996 lijkt weg te ebben.

Waarom zouden we wachten op vrede met Syrië, is de essentie van twee artikelen die gisteren verschenen op de opiniepagina van Israels grootste krant, Yediot Ahronot. Jacques Neriah, die onder andere in de Israelische militaire inlichtingendienst en als adviseur van premier Rabin heeft gediend, is tot de conclusie gekomen dat “onze aanwezigheid in Libanon een militaire last en een politiek nadeel is geworden”. Volgens zijn analyse heeft het uit de wegruimen van Hezbollah-leider Moussawi door Israel in februari 1992 tot gevolg gehad dat Noord-Israel onder de katjoesja-raketdreiging van Hezbollah kwam te liggen en deze moslim-fundamentalistische organisatie uit pure wraak ook joodse gemeenschappen buiten Israel als doelwit heeft gekozen, zoals twee aanslagen in Buenos Aires hebben aangetoond.

In juli 1993 heeft het Israelische leger met de grote din wechesbon-actie (gerechtigheid en afrekening) geprobeerd de strategische balans in Zuid-Libanon opnieuw beslissend in zijn voordeel te wijzigen. Deze poging liep volgens Neriah ook op een mislukking uit, doordat de VS een akkoord bewerkstelligde tussen Israel en Hezbollah waarbij Jeruzalem afzag van het beschieten van Libanese dorpen in ruil voor beëindiging van de katjoesja-beschietingen van Noord-Israel door Hezbollah. Israel heeft daardoor zijn vrijheid van handelen in Zuid-Libanon verloren, en wordt volgens Neriah sindsdien door Hezbollah gegijzeld.

De beste manier om die vrijheid van handelen te herwinnen is naar het oordeel van Neriah daarom een unilaterale terugtrekking uit Zuid-Libanon. “Wie heeft onder de huidige omstandigheden wat aan de veiligheidszone”, vroeg hij zich af. Eenmaal teruggetrokken achter de internationale grens komt de verantwoordelijkheid voor de rust langs de grens volledig op de schouders van de Libanese regering en Hezbollah te liggen die “dan wat te verdedigen hebben”. Hoewel onlangs hoge Israelische militaire functionarissen nog zeiden dat Hezbollah Israel tot “de verovering van Jeruzalem” zal blijven achtervolgen, hebben leiders van deze organisatie in Beiroet vaak gezegd dat het Hezbollah uitsluitend gaat om “het bevrijden van Zuid-Libanon uit handen van de zionistische vijand”.

Ook reserve-generaal Avraham Tamir, een invloedrijk strategisch denker, kwam zondag in Yediot Ahronot tot de conclusie dat een terugtrekking uit Libanon de beste manier is om Noord-Israel te beschermen. Zo'n terugtocht moet volgens hem echter wel gebeuren in het kader van een overeenkomst met de VS die Syrië vastlegt op het verhinderen van terreur uit Libanon tegen Israel.

Er wordt nu over een terugtocht gesproken omdat, mede onder invloed van de schok veroorzaakt door de dood van de negen soldaten, wordt ingezien dat de Israelische politiek in Libanon sedert 1982 is mislukt. De toenmalige Israelische inval, gericht tegen de PLO-ministaat in Zuid-Libanon, door de Likud-regering van Menahem Begin verdreef Yasser Arafat weliswaar uit Beiroet naar Tunis maar maakte de shi'ieten in Zuid-Libanon tot een onverwachte vijand. Het duurde tot diep in 1984 tot het Israelische leger zich uit Libanon terugtrok, met uitzondering van de veiligheidszone. De Israelische soldaten die in 1982 door de shi'ieten als bevrijders van de PLO werden binnengehaald, werden vijanden als gevolg van de Israelische bezetting van een groot deel van Zuid-Libanon. Hezbollah werd de dominerende stroming onder shi'ieten en de meer gematigde Amal-beweging verloor snel aan invloed. In Zuid-Libanon heeft Israel sedertdien met een soort intifadah van de shi'ieten te maken.

Over Gaza zei premier Rabin eens dat dit gebied wat hem betreft in de Middellandse Zee mocht wegzinken. Zo'n gevoel ontstaat nu ook over Zuid-Libanon, getuige de opvattingen van minister Beilin en artikelen in de Israelische pers van de afgelopen dagen.