'Op het rechte stuk kan hij 110'

Toen ik zeven werd kreeg ik een kart voor mijn verjaardag. Daar heb ik eerst een jaar mee getraind. Toen kreeg ik een mini, van 60 cc. Daar heb ik zwarte wedstrijden in gereden, waar je geen licentie voor hoeft te hebben. Maar ik heb wel een grote beker gewonnen.

Mini-junioren is van acht tot dertien jaar. Het Nederlands kampioenschap was vier wedstrijden met twee manches. Ik won zeven van de acht manches. Bij een wedstrijd rijd ik gemiddeld 82 kilometer, maar op het rechte stuk kan hij 110. Op zaterdag zijn er twee trainingen. Je moet voor iedere wedstrijd nieuwe banden hebben. Je motor wordt gecontroleerd en je benzine ook. Je mag het bij Elf bestellen, of gewoon bij de pomp halen, maar het moet loodvrij zijn. Wij hebben drie motoren. Een voor de training, een voor de wedstrijd en een extra. Mijn vader is de monteur.

Ik ben nooit bang. Het is heel simpel. Je geeft gas en als het te hard gaat, dan rem je. Het leukste vind ik een wedstrijd waarin je achteraan kan starten en iedereen kan inhalen.

Je moet verplicht een bodyprotector hebben. Een paar jaar geleden kwam een jongetje met zijn borst tegen het stuur en die is overleden. Ik heb een brandvrije balaclava onder mijn helm. Ik heb handschoenen en speciale schoenen met hele dunne zolen. Mijn pak heb ik in Italië gemaakt. Ik heb zelf het ontwerp bedacht.

Ik ben een fan van Schumacher. Hij is in een kart begonnen, net als Verstappen. Ik rijd soms op de werf in de auto van mijn vader. Iemand vroeg of ik deze winter, met een paar andere jongens, een cursus wilde doen op het circuit Zandvoort, in een auto. Maar dat mag nog niet van mijn vader.

    • Remmelt Otten