Onze dure veeboeren

Bijna zestig procent van het totale oppervlak van Nederland is nodig om slechts 4,5 procent van het nationaal produkt voort te brengen en daar is bovendien negen miljard per jaar aan subsidies voor nodig. En dat is dan nog zonder de economische schade die deze sector van onze economie toebrengt aan het milieu, door overbemesting en verzuring. Die wordt geschat op nog eens een half miljard per jaar.

Dat zijn de kengetallen van de Nederlandse landbouw. Boekhoudkundig beschouwd is het niet te verdedigen om in een dichtbevolkt land meer dan de helft van de beschikbare ruimte te bestemmen voor een zo onrendabele sector. Maar boekhouders hebben ook moeite met subsidies voor symfonieorkesten of toneelgezelschappen waar de mate van subsidiëring nog heviger is. De gemiddelde melkveehouder in Nederland heeft een besteedbaar inkomen van 90.000 gulden en van dat bedrag bestaat 47.000 gulden uit subsidie. Een orkestmusicus zal in Nederland ongeveer 80.000 gulden verdienen, waaraan de belastingbetalers ongeveer 60.000 gulden bijdragen. Het kan dus altijd nog extremer, maar er zijn wel heel wat meer melkveehouders dan orkestmusici, en bovendien zit er aan elke koe een luchtje.

Om culturele redenen vinden alle Europese landen het gewenst om muziek en landbouw te subsidiëren. Maar misschien is het wel omdat wij zo vaak hebben moeten horen dat er nog maar weinig boeren over zijn, dat we ons niet goed realiseren om welke enorme subsidiebedragen het hier gaat en hoe verstorend de subsidies zijn voor een klein, dichtbevolkt land. Zeker, Nederland kan zich financieel best permitteren om de melkveehouders zo zwaar te steunen, maar willen wij echt meer dan de helft van ons grondbezit reserveren voor veelal marginale activiteiten? Hier is een rekenvoorbeeld, uitgewerkt door mijn Nijenrode-collega Ed Sprokholt. Boer Nico van der Hulst, geportretteerd in NRC-Handelsblad van 29 september, betaalde twee miljoen gulden voor 77 hectaren grasland, dat is nog geen drie gulden per vierkante meter. Op zijn boerderij in Hazerswoude grazen 135 melkkoeien, eerlijk gezegd 10 procent boven de EG-milieunorm van 1,6 koe per hectare. Maar goed, een paar kilometer van zijn koeienpark wonen tweevoeters nog veel dichter op elkaar: ongeveer 30 woningen per hectare. Grondprijzen voor vrije sector woningbouw in Gouda of Waddinxveen schommelen rond 400 tot 600 gulden per vierkante meter. Een uitermate conservatieve schatting van de meerwaarde van grasland dat in dit gebied beschikbaar komt voor woningbouw bedraagt daarom 200 gulden per vierkante meter, dat is ruim 150 miljoen gulden voor de boerderij van Van der Hulst. Als Hazerswoude, Waddinxveen of Gouda mochten uitbreiden, is de winst op de landbouwgrond zó enorm dat elke koe van de rente op de verkoopwinst voor eeuwig een mooi pensioen van 50.000 gulden per jaar zou kunnen ontvangen. Zijn wij werkelijk zó gehecht aan elke vierkante meter grasland in de provincie Zuid-Holland, dat wij aan één extra koe per jaar evenveel spenderen als aan twee bijstandsgezinnen?

Op 8 mei schreef ik al dat de kern van het mestprobleem in Nederland zit in de eigendomsrechten op de grond. Boer Van der Hulst mag zijn grond helemaal niet verkopen ten behoeve van woningbouw, maar moet wel elk jaar rente en aflossing betalen op 3,5 miljoen gulden geïnvesteerd vermogen. Daarom is het zo goed te begrijpen dat de boeren boos zijn wanneer nieuwe politieke maatregelen het toekomstig rendement op hun geleend kapitaal weer onder de rode streep duwen. En ook is het niet verwonderlijk dat de Rabobank, die zoveel boeren heeft gefinancierd, met recht vraagt om een zorgvuldige politieke behandeling van onze landbouwers. Wat is dan een beter grondbeleid? Bij melkveehouderij is de wanverhouding tussen huisvesting van koeien of huisvesting van mensen zo extreem, dat naar mijn mening alleen nog onmiddellijke nationalisatie van het grasland zinvol is. Er zijn in Nederland geen privé-symfonieorkesten, waarom dan nog wel privé-veehouders in de Randstad? Als wij er veel voor over hebben om de landschappen van Van Goyen en Ruysdael ook in de provincie Zuid-Holland te laten bestaan, laten wij dan het kapitaalrisico weghalen bij de boeren in het Groene Hart door hun land op te kopen tegen aanschafkosten plus een redelijke vergoeding voor renteverlies. Op geselecteerde, mooie plekken in het Groene Hart kunnen dan koeien blijven grazen op gemeenschapsgrond, terwijl minder fraaie delen - bijvoorbeeld dit gebied ten noordoosten van Zoetermeer - een veel betere bestemming kunnen vinden in de vorm van woningbouw. Blijft immers de landbouwgrond in en om het Groene Hart in privé-handen, dan zal iedere boer vechten om zijn bedrijf te kunnen voortzetten, hetzij om te kunnen voldoen aan zijn zware financiële verplichtingen aan de Rabobank, hetzij om in één klap binnen te lopen wanneer de bestemming van de grond verandert en hij kan verkopen aan een projectontwikkelaar. Het weekblad HP/De Tijd (15 september) rapporteerde over de miljarden die worden verdiend door grondspeculanten en boeren, zodra landbouwgrond beschikbaar komt voor woningbouw. Burgemeester Vleggeert van Spijkenisse schat dat een huis in Zuid-Holland geheel onnodig 20.000 gulden duurder zal worden, alleen maar omdat de Haagse ministeries niet intelligent omgaan met het probleem van het grondgebruik in Zuid-Holland en woningbouw-lokaties selecteren zonder er voor te zorgen dat de bijbehorende gigantische waardevermeerdering van de grond terecht komt bij de gemeenschap, in plaats van bij de privé-grondbezitters.

Grond is een heel schaars goed in Nederland. Het was daarom beter geweest als minister Van Aartsen in zijn landbouwnota van april duidelijke taal had gesproken over het toekomstige eigendom van onze vrije natuur. Er is geen betere manier om de mooie stukken van het Groene Hart te beschermen dan om ze snel op te kopen tegen historische kostprijs. Voor de prijs van één niet bijzonder fraaie vierkante kilometer in de 'Hazerswoudsche Droogmakerij' kan de gemeenschap vijftig vierkante kilometer grasland op mooiere lokaties definitief beschermen als natuurgebied. Selectieve verkoop van een klein, onopvallend gedeelte van Zuid-Holland ten behoeve van woningbouw geeft de financiële middelen om het overgrote deel te conserveren. Bovendien dalen dan de huizenprijzen in de vrije sector, en dat leidt weer tot meer doorstroming in de woningmarkt en vermindert de politieke druk om door te gaan met gesubsidieerde woningbouw op veel te dure lokaties in de Randstad. Het is toch onzinnig om straks de Noordzee te dempen ten behoeve van sociale woningbouw voor de gemeente Den Haag, terwijl vlakbij Zoetermeer honderden miljoenen kunnen worden verdiend door een paar boeren te onteigenen en hun grond te gebruiken om de prijzen van vrije sectorwoningen te laten dalen? Bijna twintig jaar geleden viel het Kabinet-Den Uyl op de grondpolitiek. Nog steeds is voor politici het eigendom van de grond een heikel onderwerp. Maar als in korte tijd eerst vier miljard overbodig wordt weggegeven aan boeren en speculanten, en daarna de mest ons allemaal tot de lippen komt, wordt het hoog tijd om opnieuw na te denken over de eigendomsrechten op onze schaarse grond.