Onderling vertrouwen of imitatie van Amerika

Iedereen is het tegenwoordig eens over het economische beleid. Landen verschillen in deze 'eindtijd van de geschiedenis' vooral in de culturele achtergrond, in de mate waarin men elkaar vertrouwt - vindt de Amerikaan Francis Fukuyama. Maar VVD-leider Bolkestein vindt 's mans theorie eenzijdig. Hij ziet in de Nederlandse consensuspolitiek - volgens hem vertrouwen bij uitstek - juist een rem op economische groei. Vanavond debatteren beide schrijvers in het openbaar.

“Als je een boek schrijft, verwacht iedereen dat je met een tien-puntenprogramma voor de volgende regering komt”, zegt filosoof-politicoloog Francis Fukuyama, licht ontstemd over het onbegrip dat hem ten deel valt. “Maar als het onderwerp van je boek cultuur is, zoals bij mij, is zoiets per definitie onmogelijk. Je kunt een regering moeilijk opdragen om voor meer vertrouwen te zorgen.”

Zijn boek Trust, dat zojuist in het Nederlands is verschenen onder de afwijkende titel Welvaart, is volgens de Amerikaan, wiens grootvader in Japan werd geboren, geen simpel handboek voor succes. Het is een boek over die ene factor waarin landen volgens hem nog van elkaar verschillen: de door cultuur en gewoonten bepaalde mate waarin deelnemers aan het economische proces elkaar vertrouwen.

“Over het te voeren macro-economische en monetaire beleid is iedereen het eens”, zegt Fukuyama in het Renaissance Hotel in Amsterdam, waar hij voor een paar dagen is neergestreken. “De afgelopen vijftig jaar zijn er enorme gevechten over geleverd, maar nu is sprake van consensus. Mijn boek gaat over wat aan het einde van de geschiedenis, als overal de democratie en de kapitalistische economie zijn gevestigd, nog de onderscheidende factoren zijn. Waarin verschillen Japan en China? Wat onderscheidt Frankrijk en Italië van Duitsland? Culturele factoren spelen daarbij een steeds belangrijker rol.”

Fukuyama schildert in 448 pagina's een fascinerend politiek-economisch landschap, waarin hij de economieën van onder meer Japan, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten in hun historische context ontleedt. Enigszins geforceerd doet zijn poging aan om de uiteenlopende ontwikkelingen te verklaren vanuit één enkel perspectief: vertrouwen. Japan, Duitsland en de Verenigde Staten vertonen volgens Fukuyama sterke cultureel-economische verwantschap. Het zijn high trust societies: gemeenschappen die worden gekenmerkt door een grote mate van vertrouwen. Daar tegenover stelt de Amerikaan, die werkzaam is bij de conservatieve denktank RAND, de low trust societies: China, Frankrijk, Italië, Zuid-Korea. Familieleden vertrouwen elkaar, maar dan heb je het zo ongeveer wel gehad. Om toch nog een enigszins slagvaardige economie met sterke kapitaalkrachtige ondernemingen te krijgen, moet de staat in deze landen krachtig ingrijpen.

De geforceerde benadering vanuit één centraal thema, trust, heeft al tot veel onbegrip en kritiek geleid. Bijvoorbeeld bij VVD-leider Frits Bolkestein. De twee schrijvers kennen elkaar al langer. Op 24 februari 1992 hadden ze een gesprek over Fukuyama's spraakmakende boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens. Bolkestein vond dat gesprek interessant genoeg om op te nemen in zijn essaybundel Woorden hebben hun betekenis, uit datzelfde jaar. Het gesprek had een hoog intellectueel gehalte en voerde de lezer langs Toynbee, Nietzsche, de libido dominandi van de heilige Augustinus, het einde van het Romeinse Rijk en de Realpolitik van Kissinger. Vanavond treden Bolkestein en Fukuyama in de aula van de Amsterdamse universiteit opnieuw tegen elkaar in het krijt. Ditmaal gaat het gesprek meer over economie. In zijn bovenwoning in Amsterdam maakt Bolkestein alvast korte metten met wat hij aanduidt als “Fukuyama's monocausale verklaring”. “Natuurlijk is vertrouwen belangrijk”, zegt Bolkestein, “maar je kunt er niet alles mee verklaren.”

In de tweedeling van Fukuyama hoort Nederland zeker thuis in het kamp van de landen met een hoge mate van vertrouwen. Voorlezend uit eigen werk en verwijzend naar onder meer de historicus Huizinga schetst Bolkestein Nederland als een land van plooien en schikken, geringe sociale afstanden, gematigdheid, accommodatiecultuur, consensuspolitiek en een uitgebreid middenveld van maatschappelijke organisaties. “Dat doet erg denken aan Fukuyama”, zegt Bolkestein, “maar geeft tegelijkertijd het zwakke punt in zijn redenering aan. Want ondanks het vertrouwen dat hier heerst, is Nederland met zijn welvaart per hoofd van de bevolking sinds 1970 flink afgezakt in de rangorde van rijke westerse industrielanden. Diezelfde consensuspolitiek is daar debet aan.”

Volgt een uitgebreid exposé over sociale partners die de uitvoering van de sociale wetgeving in de soep lieten lopen en hun eigenbelang boven het algemeen belang stelden. Het zakenleven in Engeland (met name in de Londense City) is volgens Bolkestein eveneens vergeven van de trust, maar dat heeft niet kunnen voorkomen dat ook dit land diep is weggezakt in het klassement van meest welvarende naties. Japan wordt door Bolkestein niet zozeer met vertrouwen als wel met dwang geassocieerd en ook de VS worden volgens hem “niet bepaald gekenmerkt door groot vertrouwen”. “Mijn ervaring met Amerikanen is dat er helemaal geen sprake is van vertrouwen, zolang er geen contract is dat tot in de puntjes is uitgewerkt door advocaten.” En wat moet je nu met dat begrip vertrouwen als blijkt dat China harder groeit dan Japan en Frankrijk en Italië economisch beter presteren dan Duitsland, gnuift de voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.

Fukuyama laat zich niet uit het veld slaan door dergelijke kritiek. “Ik heb geen boek geschreven over de oorzaken van economische groei”, zegt hij twee dagen later in zijn hotel. “Die interesseren mij niet. Ik lever ook geen monocausale verklaringen voor economische prestaties van landen. Ik heb vertrouwen alleen maar als onderwerp van mijn boek gekozen, omdat ik denk dat het een factor is die steeds meer op de voorgrond zal komen. Nogmaals: niet als verklarende factor voor succes, maar als culturele factor waarin landen zich onderscheiden.”

Toch heeft het vertrouwen in een land wel iets te maken met de economische groeipotentie, zo blijkt na enig doorvragen. “Dat de overheid weinig kan doen om het vertrouwen in een land te vergroten, geldt niet voor individuele managers van ondernemingen”, zegt Fukuyama. Hij noemt het werken in teams in plaats van in hiërarchische organisatiestructuren als voorbeeld. “Ondernemingen die beslissingsbevoegdheden lager in de organisatie neerlegden verdubbelden hun produktiviteit in twee à drie jaar”, weet hij. “In feite hebben de betreffende ondernemingen hun organisatie daarmee omgebouwd van low trust naar high trust. Op deze manier wordt beter gebruik gemaakt van het aanwezige sociale kapitaal in de onderneming. Je krijgt er niet alleen gelukkiger werknemers door, maar ook een hogere produktiviteit.”

Hoewel controversieel, blijkt Fukuyama's boek een rijke bron van inspiratie te vormen. Het verleidt Bolkestein op een late vrijdagmiddag in oktober in elk geval tot een exposé over verandering en vernieuwing in de Nederlandse samenleving. “Boren in hard hout”, noemt Bolkestein het met verwijzing naar de socioloog Max Weber, “maar Nederland verandert onmiskenbaar.” Niet door 'vertrouwen', maar door de publieke opinie, die sterk wordt beïnvloed door de “magneet” Amerika. De enorme openheid die aldaar bestaat ten opzichte van verandering en nieuwe technologieën, de dynamiek en wendbaarheid van zowel ondernemers als werknemers hebben volgens de VVD-leider zo'n aantrekkingskracht op de rest van de wereld, dat hieruit de wereldwijde politieke, economische en culturele consensus moet worden verklaard. “Amerika is een enorme culturele magneet”, formuleert Bolkestein zijn antithese voor Fukuyama's Trust. “We drinken allemaal Coca Cola en dragen jeans. McDonalds, de Amerikaanse films, basic instincts. Wij volgen op veel terreinen Amerika.”

Bolkestein: “Het socialistische, collectivistische denken is in alle landen gestrand op uit de hand lopende begrotingen en interne contradicties. De essentie van het socialisme is dat je de beslissingsmacht verlegt van het individu naar de collectiviteit. Dat heeft dus niet gewerkt.” De wijzers staan nu overal precies de andere kant uit: van collectiviteit richting individu. Bolkestein: “Het gaat overal dezelfde richting uit, naar een meer geëmancipeerde, zelfbewuste samenleving. Een samenleving die meer zelf doet en minder afhankelijk is van de overheid.”

De voorstellen van de VVD voor hervorming van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg, waarbij bovenop door de overheid georganiseerde basiszekerheid aanvullende collectieve en particuliere verzekeringen worden getroffen, liggen in het verlengde van deze volgens Bolkestein onvermijdelijke ontwikkeling van de geschiedenis in liberaal-economische richting. Maar voor Fukuyama is deze ontwikkeling een uitgemaakte zaak. Hij is al weer een stap verder: “Nu er consensus is over de richting waarheen politiek en economie zich ontwikkelen, rijst de vraag welke verschillen er resteren. Volgens mij zijn die van culturele aard.” De culturele verschillen tussen landen hebben ongetwijfeld economische repercussies, maar die zijn - zoals Fukuyama zelf toegeeft - niet monocausaal. Wanneer economische partners bij hun transacties worden geleid door onderling vertrouwen kunnen ze efficiënter samenwerken dan partners in samenlevingen met een lage vertrouwensgraad, waar gedetailleerde contracten en handhavingsmechanismen nodig zijn. “Vertrouwen komt niet voort uit rationele caluculatie”, zegt Fukuyama, “maar heeft veel meer met normen, waarden en gebruiken te maken.”

In landen waar vertrouwen is ingebakken in de manier waarop overheid en vertegenwoordigers van belangengroepen met elkaar omgaan, zoals in Nederland, is het zelforganiserend vermogen groot en kan de omvang van de staat dus klein zijn. Hier komen Fukuyama en Bolkestein bij elkaar. “Een liberale staat is uiteindelijk een beperkte staat”, zegt Fukuyama. “Maar als de sociale organisaties elkaar niet respecteren, of zich niet houden aan de wetten die ze zichzelf hebben gesteld, dan is er toch een sterke, dwingende staat nodig om alle belangengroepen in het gareel te houden.” Een euvel waarmee onder andere Frankrijk en Italië kampen. Volgens Fukuyama is de “verschrompelde staat” die Karl Marx voorzag alleen voorstelbaar in een samenleving met een buitengewoon hoge mate van spontane gemeenschapszin, waar de zelfbeheersing en het normbesef van binnenuit komen en niet van buitenaf hoeven te worden opgelegd.

Bolkestein, die de politiek “buitengewoon opwindend” zegt te vinden, onderstreept eveneens het belang van normen. Door de allesoverheersende consensus gaat de vernieuwing van Nederland langzaam, zegt hij. “Het verhaal van de druppel en de steen.” Maar tot voor kort door “links Nederland” verketterde ideeën zijn nu bespreekbaar geworden. “Nederland wordt volwassen”, aldus Bolkestein. “Er verandert zoveel om ons heen. We moeten wel meeveranderen.” Dat de VVD nu met de PvdA in één regering zit ziet hij alleen maar als een pré. Bolkestein: “Als de PvdA in de oppositie zat, was het veel moeilijker om al die voorstellen voor verandering door te voeren. De PvdA zou daar dan, net als in de jaren tachtig, altijd bezwaar tegen hebben gemaakt. Nu zie je ook de PvdA met overtuiging aan de modernisering van Nederland werken. Misschien niet zo hard als wij, maar toch... Niemand kan aan de openbare mening ontsnappen. Niemand kan zich onttrekken aan de veranderingen in het internationale opinieklimaat. Wij zijn allemaal vissen die in hetzelfde water zwemmen. De één zwemt wat harder, de ander probeert tegen de stroom in opwaarts te zwemmen. Maar uiteindelijk gaan we met zijn allen dezelfde kant op.”