Natuurtonen blazen

In zijn knickerbocker en alpenkostuum met edelweiss-biezen lijkt Simon Lutz in niets op de jazz- en salsatrompettist die hij is. Lutz (32) is even meneer Zwitserland. Elk evenement dat in het teken van Zwitserland staat - een kunstmanifestatie of een ambassadefeestje - luistert hij op met zware hoorndreun. Per keer verdient hij een paar honderd gulden.

De achteloze bezoeker wordt op de klanken meegevoerd naar alpenweiden, grüssgott en eeuwenoude tradities. In werkelijkheid improviseert Lutz maar wat raak. Lutz: “Het meest geniet ik van de lange tonen. Melancholische melodieën die wegzweven. Veel meer kan ook niet bij zo'n gelegenheid. Het instrument is zeker in de lage registers nogal beperkt. Je hebt slechts beschikking over natuurtonen. Altijd als ik speel komt het beeld weer voor ogen van de boer die ik als kind in Bern zag spelen. In zijn pikzwarte kostuum en zware bergschoenen maakte hij een erg zonderlinge, bijna buitenaardse, indruk op me. Hoewel ik een Zwitser ben, hoorde ik als stedeling nooit alpenhoorn. Je moet weten: ook voor ons is het je reinste boerencultuur.”

De symboliek van de alpencultuur ligt er dik bovenop. Misschien verheugt die 'camp' zich daarom in een ongekende populariteit. Mogelijk wordt jodelen ook snel in ere hersteld. Bekende Zwitserse musici als Pepe Lienhard ('my Swiss Lady') en Hans Klännel verwerken de alpenhoorn met veel genoegen in hun muziek. Woensdag achttien oktober trad in het Amsterdamse BIM-huis Vienna-Art op. Ook hier ontbrak de alpenhoorn niet. Lutz: “Het is een geweldig instrument voor de indringende basloopjes in funkmuziek, maar wanneer je een goede embouchure hebt kan je er ook waanzinnig virtuoos mee doen. Hoe hoger je speelt hoe meer boventonen je eruit perst. Klännel speelt er zelfs bebop op.”

Lutz heeft voorlopig weinig voordeel van de cultstatus van de alpenhoorn. Er is een run op ontstaan. Al meer dan een jaar wil hij er nu een kopen. Maar de wachtlijst bij de bouwer in het dorp Kriens is lang. De schaarste aan vakmensen maakt het instrument, met 4300 gulden, bovendien duur. Voorlopig leent Lutz daarom bij elk optreden de hoorn van het Zwitsers Verkeersbureau. Lutz: “Het is een uitstervend beroep, en zeer specialistisch. De bouwer moet eerst een denneboom vinden met een knik onder aan de stam. Het moeilijkste is vervolgens het conisch uithollen van de boom over de volle lengte (3,5, 7 of 10,5 meter) zonder dat ie breekt. En dan moet het instrument ook nog stemmen met andere alpenhoorns.”

Vroeger communiceerden boeren via de alpenhoorn naar de andere kant van het dal. Dat spaarde vaak een dag lopen. Wanneer Lutz zijn felbegeerde alpenhoorn in bezit heeft wil hij het bereik op de Dam uittesten voor Nederlandse omstandigheden. Lutz gelooft stellig dat Zaandam hem zal horen wanneer hij vanaf het Paleis zijn alpenhoorn blaast.